Spring naar inhoud

Weglopen met zigeuners

© Jan Yoors
geschreven op 25 september 2015

Onder het motto "Zij zien wat wij niet zien" proberen we te achterhalen wat beeldenmakers voor ogen stond bij het maken van een beeld. Vandaag : Jan Yoors.

Jan Yoors (1922-1977) zijn leven leest als een roman. Als 12-jarige jongen sluit hij zich, met toestemming van zijn ruimdenkende ouders, aan bij een groep rondtrekkende zigeuners. Hij legt hun leven vast met zijn kleine camera. Het is midden jaren dertig. Wanneer zijn "Romavader" hem jaren later wil uithuwelijken aan een meisje van de groep, verruilt hij het nomadenbestaan voor de kunstacademie in zijn geboortestad Antwerpen. Tijdens de oorlog sluit Jan Yoors zich aan bij het verzet, hij helpt opgejaagde Romazigeuners te ontkomen aan de kampen. Hij wordt zelf gevangenomen en gefolterd maar weet te ontsnappen. Via Groot-Brittannië belandt hij in New York waar hij een lappendeken aan nationaliteiten en gemeenschappen ontdekt die hij begint te fotograferen. Met Annebert en Marianne, twee hartsvriendinnen die zijn opgegroeid als buurmeisjes in Den Haag, vormt hij een ménage à trois. Samen krijgen ze drie kinderen. Ondertussen heeft Jan Yoors zich toegelegd op het ontwerpen van monumentale wandtapijten die door de vrouwen worden geweven in hun groot appartement/atelier. Op zijn 55 sterft Jan Yoors aan de gevolgen van diabetes.

Ondanks een trouwe schare fans is het werk van Jan Yoors lange tijd onbekend gebleven bij het grote publiek. In het Red Star Line museum in Antwerpen zijn tijdelijk verschillende fotoreeksen van hem te zien op de expo 'Ik, zigeuner'.

Jan Yoors, tweede van links, poseert tussen zijn Romavrienden.

Vrienden voor het leven

Een dag voor de expo opent, bezoeken we ze met Yoors' jongste zoon Kore. "Deze foto (zie boven) zegt voor mij alles. Ze vat mijn vaders karakter en werk in één beeld samen. Hij moet hier ongeveer zeventien geweest zijn. Uit al zijn foto's spreekt intimiteit en menselijkheid maar hier zie je nog beter de band die hij met de geportretteerden heeft. Ik heb bij zijn foto's nooit het gevoel dat ik een voyeur ben. Je bent als kijker welkom, zoals mijn vader welkom was bij hen. Deze mensen zijn arm, maar dat is hier onbelangrijk. Het zijn in de eerste plaats vrienden en zo toont hij hen ook. Jan fotografeerde eigenlijk altijd vrienden of legde situaties vast waarin hij met vrienden was beland. Hoe ouder ik word, hoe meer ik onder de indruk ben van de vele vriendschappen die hij onderhield met uiteenlopende mensen, van daklozen tot ambassadeurs of CEO's van grote bedrijven. Een oude vriend van hem merkte ooit terecht op: "Jan ontmoette nooit vreemdelingen, enkel toekomstige vrienden."

Op de bovenstaande foto waarover Kore het heeft, poseert Jan Yoors met de Romakinderen met wie hij van in het begin optrok. Eerst leerde hij de jongens Putzina, Laetshi en Nanosh kennen. Later had hij een goeie band met Keja, de dochter van zijn Romavader Pulika. Verder zijn er nog Bosa, Tsjaja, Paprika, Kore, ... Naar die laatste is Yoors jongste zoon vernoemd.

Jan Yoors neemt zijn schoolvriendjes mee naar het zigeunerkamp in Berchem (Antwerpen)

"Vandaag is het natuurlijk ondenkbaar dat een jongen van twaalf zich zou aansluiten bij de Roma. Nochtans is dat heel spontaan gegaan nadat hij bevriend was geworden met enkele Romajongens. Er was helemaal geen sprake van rebellie. Hij heeft ooit gezegd: als mijn ouders ertegen waren geweest, woonde ik misschien nog altijd bij de Roma. Maar zijn ouders hebben er nooit een probleem van gemaakt. Integendeel, ze stimuleerden hem en brachten hem in contact met antropoloog Frans Olbrechts. Daardoor besefte Jan in wat voor een unieke positie hij zat. 's Winters, wanneer de Roma een vaste standplaats hadden, ging Jan weer naar huis en naar school in Antwerpen. Aan vrienden vertelde hij dan wilde verhalen, maar ik denk niet dat iemand hem ooit geloofde. En als iemand aan Jans vader vroeg waar zijn zoon zat, vertelde die dat Jan op zee was. Optrekken met Roma was natuurlijk niet bon ton. (lacht). In 1967 heeft hij zijn ervaringen met de Roma verzameld in het boek 'Wij zigeuners'. Uit wetenschappelijke hoek kreeg hij kritiek omdat hij tijdens de reizen geen locaties en data had genoteerd. Zijn reactie daarop was dat zulke dingen voor de Roma totaal onbelangrijk waren en dat hij enkel werk wilde maken vanuit hun perspectief. "

Chinatown in New York

"Door op jonge leeftijd met hen rond te trekken, voelde Jan al vroeg empathie voor minderheden. Toen hij na de oorlog in New York aankwam, is hij ook meteen naar China Town en Harlem gegaan. Zijn eerste vrienden in New York waren Chinezen. Natuurlijk heeft ook zijn familiegeschiedenis hem erg beïnvloed. Zijn vader, kunstenaar Eugeen Yoors, bracht zijn jeugd door in Andalusië en was zelf als kind gefascineerd door de Gitanos en hun muziek. Via zijn grootouders had Jan oa. Cubaanse en Oostenrijkse roots, zijn grootmoeder had een goede band met de Quakers in Engeland. Hij sprak vijf talen. Jan en zijn familie hechtten amper belang aan grenzen. Als ik zie hoe mensen zich tegenwoordig identificeren door de regio of stad waar ze vandaan komen of door de muziek die ze beluisteren. Identiteit wordt steeds enger gedefinieerd en dat is jammer."

Harlem, New York
Op een joods feest

Straatfotografie

"Ik heb ooit een brief gevonden uit 1958. Daarin schrijft Jan aan zijn vader hoe opgewonden hij was door zijn ontmoeting met Henri Cartier-Bresson. Zowel Cartier-Bressons boek 'The decisive moment' als Robert Franks 'The Americans' stonden bij ons op de boekenplank. Mijn vader was zich al vroeg bewust van het potentieel van fotografie. Hij had altijd zijn camera, een kleine Pentax K1000, bij als hij naar buiten ging. Ik heb contactvellen waarop ik zijn wandelingen door New York zo kan reconstrueren. (lacht) Met zijn straatfotografie legde hij het leven van alledag vast. Ik kreeg onlangs de vraag van de chassidische joden in New York om een presentatie te komen geven met de foto's die mijn vader van hun gemeenschap heeft gemaakt. Het werd een fantastische avond. Twee dagen later kreeg ik telefoon van de Lubavitsch joden die ook zo'n avond en slideshow wilden (lacht). Vaak hebben ze wel officiële foto's van de rabi die de burgemeester ontmoet, maar niet van die dagelijkse, kleine momenten waarvoor mijn vader oog had."

"Of mijn vader plannen had voor een archief? Nee, hij wou altijd vooruit. Toen hij ziek werd, is hij zelfs nog harder beginnen werken omdat hij nog zoveel te vertellen had. Ik probeer nu wel een archief aan te leggen maar daar kruipt heel veel werk in. Dan kom ik bijvoorbeeld een contactvel tegen met de helft foto's uit Israël en de andere helft met foto's van een feestje in een achtertuin in New York. Anderzijds is het verhelderend om door zijn documenten te gaan. Er is bijvoorbeeld het verhaal dat Jan, Annebert en mijn moeder altijd aan het weven waren en amper 'buiten kwamen'. Maar dan vind ik een briefje waarop mijn vader ooit schreef dat de Pollocks Martini schonken in waterglazen. Hij kwam dus toch af en toe op feestjes. " (lacht)

Annebert en Marianne aan het weefgetouw
Jan Yoors in zijn atelier

Jan Yoors was getalenteerd, kwam over de vloer bij Jackson Pollock en Willem de Kooning, Yoko Ono heeft nog voor hem geposeerd. Waarom is zijn werk dan nooit bekender geworden? Kore: "Deels omdat hij nog maar 55 was toen hij overleed. Hij had ook geen galerie die zijn werk toen promootte. Zijn werk was sowieso moeilijk te slijten aan galerieën. Dat heb ik zelf gemerkt toen ik daar vijftien jaar geleden mee begon. De mensen vonden het interessant maar ook te omvangrijk, te verschillend. Ze konden hem moeilijk plaatsen. Ze kenden dan wel zijn zigeunerperiode, maar niet zijn foto's van New York. De wandtapijten zijn dan ook weer helemaal iets anders. Van opleiding was mijn vader trouwens beeldhouwer. Het was in die tijd niet evident dat een kunstenaar verschillende media gebruikte. Dat is nu gelukkig veranderd."

VRTNU VRTNU VRTNU