Spring naar inhoud

Oppervlakte­psychologie

Zieners

geschreven op 03 september 2015
Nouvelle iconographie de La Salpetrière 1893 Tome VI Planche XXX

Onder het motto "Zij zien wat wij niet zien" proberen we te achterhalen wat beeldenmakers voor ogen stond bij het maken van een beeld. Vandaag : Albert Londe.

Nouvelle iconographie de La Salpetrière 1893 Tome VI Planche XXX

Zijn blik is niet uitdagend, eerder gesloten. Gelaten. De jongen op de foto kijkt ons net niet in de ogen. Misschien kijkt hij boven de lens, naar de fotograaf die in de weer is om zijn beeltenis vast te leggen ? Albert Londe heette die fotograaf en hij maakte dit beeld eind negentiende eeuw. Niet als souvenir en ook niet met artistieke beweegredenen. Londe had een heel andere motivatie. Waar wij een jongen zien - een opgeschoten Witte van Zichem, die het wat laat heeft gemaakt gisteren - daar zag hij een ziekte. Die ziekte is wat Londe wilde vastleggen.

Albert Londe door Bertillon

De foto maakt deel uit van een tentoonstelling over fotografie en psychiatrie in Gent. Patrick Allegaert, artistiek directeur van het Guislainmuseum : “Albert Londe wilde als fotograaf ten dienste staan van de wetenschap. Deze foto maakte hij in opdracht van de grote Franse neuroloog Jean-Martin Charcot, van het bekende psychiatrische ziekenhuis La Salpetrière. Charcot was een groot voorstander van het gebruik van de fotografie binnen de psychiatrie. De fotografie kon helpen om gezichten te lezen. In die tijd geloofde men nog voor een stuk in de zogenaamde wetenschap van de fysionomie, en dacht men dat je de ziel als het ware kon aflezen van het gelaat. De fotografie wordt binnen de psychiatrie vooral ingezet om dat lezen te vergemakkelijken. Daarnaast hebben die portretten ook een therapeutische bedoeling. Men maakt een portret als een patient opgenomen wordt en eentje als hij de instelling verlaat : de patient zou door het bekijken van deze voor-en-na foto’s inzicht krijgen in zijn ziekte en genezingsproces. Tot slot maakten dit soort beelden de identificatie bij heropname ook makkelijker”.

De psychiatrie wilde documenteren via fotografie. Maar de verleiding om te gaan ensceneren bleek onweerstaanbaar, vertelt Allegaert : “ Londe en Charcot willen documentatie maken, didactisch materiaal, en ze zien in de fotografie daarvoor hét middel, omdat de fotografie volgens hen een neutrale, objectieve kijk biedt op de dingen. Als je tekent of schildert, ja, dàn interpreteer je, maar niet als je fotografeert. Zo denken wij er nu niet meer over, maar zij waren daar rotsvast van overtuigd. Toch merk je dat er een enscenering in die foto's sluipt. Veel van Londe’s foto’s zijn heel theatraal. Ze crëeren stereotypen. Dan heb ik het niet over de foto van de jongen, maar denk ik eerder aan de foto’s van zogenaamd hysterische vrouwen, het stokpaardje van Charcot. Bepaalde reacties die je op die foto’s ziet werden uitgelokt : de patiënt werd onder hypnose gebracht, en dan flitste men met zeer intens licht, of met licht in verschillende kleuren, waarna men ging vastleggen hoe de patiënten reageerden. Londe had daarvoor , met speciale camera’s, een techniek ontwikkeld, de chronofotografie. Zo kon hij kort na elkaar een aantal opnames maken van een hysterische tic (dat was nog voor de uitvinding van de film). Men ging die blikken of houdingen vervolgens interpreteren. Daarbij gaat men altijd uit van de veronderstelling dat hysterici anders reageren dan “gewone” mensen – men zoekt het verschil.

De jongen op de foto is niet bewerkt met lichtflitsen of hypnose. Hij ziet er, in tegenstelling tot de mensen op veel andere foto’s van Londe, onstellend gewoontjes uit. “Het is het gezicht van een jongen van 17 jaar. Charcot schrijft over hem dat hij vreselijk vermoeid is, aan neurasthenie lijdt, en dat er waarschijnlijk sprake is van masturbatie - daarover wordt in die tijd nog met omzichtigheid gesproken, alsof het iets ziekelijks is. Al die dingen samen leiden volgens Charcot tot slapeloosheid, en tot wat men in die tijd “souffrance moral” noemt, een soort van moreel lijden. Op het moment dat de foto genomen wordt is de jongen al acht maanden ziek, hij is uitgeput, zegt Charcot, kijk maar eens naar die onderste oogleden, je ziet zo de verzwakking. Die beschrijvingen van Charcot, samen met de foto’s van Londe zijn opgenomen in een reeks boeken die “Nouvelle iconographie de la Salpetrière” heet. Al wat we over die jongen vandaag weten, komt uit dat boek.

Het is interessant om Charcot’s beschrijving te lezen, vooral omdat niemand vandaag al die conclusies uit dat beeld van die jongen zou halen. Voor ons is het toch vooral een gewone jongen. En een schitterende foto van Londe, ééntje die, zo dachten wij, mooi rijmt met de dubbelzinnige titel van onze tentoonstelling : lichtgevoelig."

Hysterisch geeuwen, serie van drie
Hysterische slaapaanval
Aanval van hysterie bij een man
Een dinsdagsessie in La Salpetrière : Jean-Martin Charcot doceert aan de hand van een hysterische vrouw; Albert Londe in het publiek
VRTNU VRTNU VRTNU