Spring naar inhoud

Ze volgen ons

geschreven op 03 februari 2016

Twee dagen: zo lang bleef ik achter in Myanmar terwijl de rest van de Kleine helden-ploeg alweer naar huis gevlogen was. Lang genoeg om aan den lijve te ondervinden hoe de intimidatiemachinerie van het regime werkt. En werken, dat dóét het.

Mark De Visscher (regisseur)

“Sorry”, zegt mijn fixer met een verdwaasde blik. Wanneer ik tegen hem praat, hoort hij het niet meer, de laatste dagen. Ik had net iets eenvoudig gevraagd. Of hij ook een glas water wou? Zijn gedachten draaien in cirkels rond vragen als “Waarom doen ze dit?” en “Hoe komt het dat ze dit weten?”. Gisteren, bijvoorbeeld, bezochten we samen pagodes. Hij werd opgebeld door een agent die hem vroeg wat we gedaan hadden. Hij vertelde dat we twee pagodes hadden bezocht. Gaf de namen. “Hebben jullie nog niet een derde bezocht?” “Ja, maar daarvan ben ik de naam vergeten.” Toen zei de stem aan de telefoon de naam van de pagode. Het maakt de fixer bang. Ze weten meer over wat hij doet en gedaan heeft dan hij zich zelf kan herinneren.

Nu, terwijl we onderweg zijn naar de laatste bestemming, groeit de achtervolgingswaanzin. “Kijk eens achter ons! Die witte auto, die volgt ons. Dat is een taxi waar iemand van de speciale diensten in zit.” Er rijdt inderdaad een witte auto achter ons. Ik neem mijn laptop en begin wat te monteren. “Doe dat nu niet", vraagt hij terwijl hij als een sprinkhaan op de achterbank heen en weer wipt. En dan begint hij te ratelen: “Er is een man op onze chauffeur afgestapt aan het hotel. Kom jij Mark De Visscher ophalen die vandaag naar Mandalay rijdt, vroeg hij. De chauffeur schrok en gaf alle info. Ook hij is er niet meer gerust in en hij werkt nog geen uur voor ons.” En hij wijst achter ons: “Die geheime ambtenaar rijdt nu in de taxi achter ons".

Je begint ze overal te zien, of zelf te fantaseren. Wat is het verschil? Als je gelooft dat ze er zijn, dan zijn ze er

Ik twijfel aan het verhaal. Waarom zouden ze dat nu doen? De politie in Mandalay kan toch gewoon overnemen van die van Pagan? Ik vermoed dat ze hem daar weer zullen opbellen, de nieuwe commissaris, met dezelfde vragen.

Zo word je achterdochtig. Je opgejaagde geest vult meer in dan zij zelf doen. Je begint ze overal te zien, of zelf te fantaseren. Wat is het verschil? Als je gelooft dat ze er zijn, dan zijn ze er. “Niet in de auto op de laptop werken”, vroeg hij, “want hier zullen ze wel camera’s hebben in geïnstalleerd en microfoons". Ik bekijk hem eens goed. Is hij nu helemaal gek geworden? Hij heeft duidelijk niet geslapen vannacht en eet ook zo goed als niks meer. De chauffeur knikt. Het was raar dat ze hem ineens vragen beginnen te stellen. Ik zeg tegen de chauffeur dat ik waarschijnlijk een heel belangrijk man ben maar dat ik zelf niet weet waarom. Hij moet er eens goed mee lachen. Gelukkig kunnen ze dat ook nog.

Wanneer we een pagode beklimmen om het uitzicht te bewonderen staan ze daar ook, op de top. In T-shirt en met een fotocamera. Dat zijn ze

Dan begint onze fixer er wat dieper over na te denken. “Ik ben al met veel ploegen op stap geweest. Zelfs met CNN, ook met de Nederlandse tv. Nog nooit zijn we zo gevolgd geweest! Jij moet wel heel speciaal zijn, of Rudi.” Hij kijkt me met grote ogen aan en vraagt dan alsof hij zelf van de politie is: “Wat hebben jullie gedaan?” Ik vraag hem of hij zijn op hol geslagen brein een beetje beter onder controle kan houden. Zeg hem dat hij moet stoppen met zoeken naar oorzaken terwijl hij weet waarom ze ons volgen: de betoging. Sinds we die gefilmd hebben staat op ons voorhoofd de stempel "gevaarlijk". Daarom worden al onze bewegingen gevolgd. Als dat nodig zou blijken, zullen ze onze filmopnames stopzetten. Daarom blijven ze altijd in de buurt.

Sinds we die betoging aan de kopermijn gefilmd hebben, is er heel wat gebeurd.

Het grappige is dat we helemaal geen mensen meer moeten interviewen. We hebben alleen nog enkele landschapshots te filmen. Wanneer we een pagode beklimmen om het uitzicht te bewonderen staan ze daar ook, op de top. In T-shirt en met een fotocamera. Dat zijn ze! Maar zijn ze het echt? Dan krijgt onze fixer telefoon, met de vraag: “Waar ben je?”. Een vraag waar de steller zelf het antwoord op weet. “Hoe weet je dat?”, vraagt onze fixer. “Waarom volgen jullie ons?” De stem aan de andere kant lacht. “De kopermijn, wat wil je?”

Sinds we die betoging gefilmd hebben, is er heel wat gebeurd. Onze chauffeur werd al ondervraagd terwijl wij de manifestatie nog aan het filmen waren. Hij moest zijn nummer geven en moet zijn ondervragers nu voortdurend bellen om te zeggen waar we zijn. Onze hotelmanager kreeg bezoek van de geheime politie; ook hij moet hen voortdurend op de hoogte houden van alles wat we in het hotel doen. Onze fixer-vertaler krijgt om de twee uur een telefoon om te verifiëren wat we gedaan hebben en te vertellen wat we zullen doen. We kregen eten aangeboden in een school die we bezochten, maar toen ze hoorden wat er over ons gefluisterd werd, hadden ze liever dat we zo snel mogelijk weer vertrokken. Zonder eten. En dan is er nog de politie die ons persoonlijk komt opzoeken en onze identiteitskaarten, visa’s en filmvergunning fotografeert.

Vanochtend ben ik bij zonsopgang opgestegen met een luchtballon. Ik vermoed dat ze dat gemist hebben. In het holst van de nacht word je opgepikt met een busje. Ja, misschien hebben ze dat wel gemist. Hoe dan ook, ik blijf normaal doen. Niks aan de hand, niks verkeerd gedaan. Denk ik.

Wanneer we na drie uur rijden aankomen in het hotel in Mandalay, staat er een man voor de auto. “Ja, twee Belgen zijn aangekomen”, roept hij in zijn gsm. Hij denkt dat wij hem niet verstaan. Of het kan hem niet schelen. Of er moet een show worden opgevoerd. Aan de balie staat naast ons een man te bellen terwijl wij inchecken. “Ja, dat zijn ze. De nummerplaat klopt. Ze zijn aangekomen.” Dat vangt onze fixer op. Het hotel vraagt me 100 dollar in cash, als voorschot op wat ik hier ga verteren. Vreemd want ik heb ook een creditcard. “Ja maar die werkt nog niet”, krijg ik te horen.

De ober wandelt naar de deur naast mijn kamer en klopt. Volgens mij zit er niemand. Wanneer ik hem voorbij loop, zegt hij "room service". Maar hij heeft niks in de hand

Nu word ik zelf wat paranoïde. Ik vermoed dat het hotel zich financieel wil indekken voor het geval dat de politie me plots meeneemt en ik verdwijn zonder te betalen. Even later besef ik dat het gewoon is omdat ze hier geen American Express aanvaarden. Hoofd onder de douche en koel houden. Ik douche wat langer dan normaal. Er wordt geklopt op mijn deur. Het is de fixer. Hij is bang geworden, dacht dat de politie mij had meegenomen. Het duurde wat lang allemaal, dat douchen.

Nog een nachtje het hoofd koel houden, en dan naar Bangkok. Maar het blijft in mijn hoofd zitten. Na het eten volgt de ober mij. Raar toch. Hij stapt uit op dezelfde verdieping. We wandelen samen in de lange gang. Verder niemand. Ik hou het niet meer uit en stop plots. Hij haalt me in en wandelt me voorbij. Ik stap terug naar de lift alsof ik iets vergeten ben. Dan kijk ik stilletjes van achter de hoek. De ober wandelt naar de deur naast mijn kamer en klopt. Ik ga nu naar mijn kamer. Volgens mij zit er niemand in die kamer naast me, waar hij heeft aangeklopt. Wanneer ik langs hem ga zegt hij "room service". Maar hij heeft niks in de hand. Ik besluit om mijn intuïtie uit te zetten, want dat werkt hier verkeerd. Er gaat gewoon te veel energie naar dat geheimzinnig gedoe.

Na het eten volgt de ober me. Ik hou het niet meer uit en stop plots. Hij haalt me in en wandelt me voorbij.

En dan denk ik aan wat de acteur Kyaw Thu opmerkte: dat ze beter hun geld aan andere dingen zouden geven dan al dat gespioneer. Kyaw Thu wordt al tien jaar gevolgd op deze wijze. Wij slechts een week.

Rudi en de ploeg vertrekken twee dagen vroeger dan ik. Wanneer ze naar de luchthaven rijden, worden ze gevolgd door een politiewagen. Nadien belt de chauffeur van Rudi me op. “Ik kreeg voortdurend telefoons van de politie”, vertelt hij. "Wanneer ga je naar de luchthaven, vroegen ze.” Ook de luchthavenpolitie informeerde bij hem. Toen de chauffeur de luchthaven verliet, moest hij even met de politie praten. “Ze hadden naar de tolk gebeld", vervolgt hij "Maar die zei dat hij op het toilet zat en niet kon antwoorden. Daarom was de politieman boos en belde hij maar naar mij."

Wanneer ik twee dagen later het land uit wil, word ik aan de grenscontrole aan de kant gezet. De officier excuseert zich en verdwijnt met mijn paspoort en mijn ticket. Hij moet zijn bazen spreken, kan me niet zo maar laten gaan. Dan wordt ik naar een andere plek gebracht en uitgebreid gefotografeerd. In dikke boeken worden notities gemaakt die officieel gemaakt worden met vette stempels. Ik vrees voor mijn vlucht, misschien komt er nu een lange ondervraging. Maar geen van de mannen spreekt voldoende Engels voor een lang gesprek. Daarna mag ik vertrekken.

Bye bye Myanmar. Misschien mag ik dit mooie land, met fijne mensen en een rijke cultuur, nooit meer binnen. Omdat ik vrouwen gefilmd heb die op straat stonden te roepen en te zingen.

VRTNU VRTNU VRTNU