Spring naar inhoud

Bedenkelijk speelgoed

Georgia Küng

geschreven op 25 augustus 2015

Op 1O september weten we wie de Young Belgian Art Prize wint. Tien genomineerden wachten in spanning af. Canvas praat deze week elke dag met één van hen. Vandaag : G.Küng.

G.Küng

Speelgoed. Dat is de inzending van G.Küng voor de Young Belgian Art Prize. Het is vreemd speelgoed. De kinderstoelen met smiley zijn te groot, een babydekentje is bizar bedrukt, de stapelpuzzel van een waterglas is niet voor kleine knuistjes bedoeld, en schrikken doe je helemaal van een klein, klam poppenhandje, dat verloren op een witte kubus ligt.

De catalogus verschaft uitleg bij het werk van elke Young Belgian Artist. Georgia Küng schreef, als één van de enige genomineerden, haar tekst zelf.

Georgia Küng

GEORGIA : Tja, ik dacht, ik kan dat ook wel zelf uitleggen. Ik probeer om de dingen zo helder en eenvoudig mogelijk te houden".

CANVAS : Kan je je toelichting even overdoen voor ons ? Wat doet dit rare speelgoed in een museum ?

Georgia : Mijn inspiratie komt vaak uit het dagelijkse leven, uit de dingen die ik rondom me zie. Wat me fascineert aan kinderspeelgoed zijn de ideeën die er achter zitten. Kinderspeelgoed wordt altijd bedacht dòòr volwassenen vòòr kinderen. Het wil opvoeden en stimuleren, het wil kinderen dingen leren die ze later, in het echte leven, kunnen gebruiken. Nu, als je daarover gaat nadenken is dat een vreemd idee. Waarom zouden kinderen niet gewoon kunnen leren van de echte wereld ? Waarom worden die abstracte en bizarre objecten daar als extra laag tussengeschoven ? Ik vond het interessant om met dat idee aan de slag te gaan, vooral omdat er een parallel is met wat er in een museum gebeurt, waar bezoekers langskomen om opgevoed en gestimuleerd te worden door een instituut dat het beter weet.

Waarom zouden kinderen niet gewoon kunnen leren van de echte wereld ?
G.Küng

Alle objecten zijn groter gemaakt of op één of andere manier vervormd. Op die manier wil ik een punt maken of een laag van ironie toevoegen. Na mijn master heb ik mijn eerste stappen gezet in de kunstwereld, en ik zag daar veel dat mijn kritische instinct wakker maakte. Het was leuk om te ontdekken dat speelgoed heel goed die kritische lading kan dragen.

CANVAS : Kan je wel kritiek geven op de kunstwereld als je er zelf deel van uitmaakt ?

GEORGIA : Dat hoop ik wel ja... Het blijft natuurlijk een moeilijk gegeven. Want ik ben wel kritisch, maar ook blij dat ik hier tentoon kan stellen. En als ik straks een prijs zou winnen neem ik het geld wel aan (lacht). Laat ons zeggen dat ik het spel wil meespelen, maar zonder naïef te zijn. Ik hoop dat ik binnen mijn werk altijd die ruimte kan blijven maken voor reflectie en kritiek.

Lee Lozano

Toen ik nog op school zat, heb ik een werk gemaakt over Lee Lozano, een bekende New Yorkse kunstenares. Ze moest veel compromissen sluiten, en op een bepaald moment wilde ze niet meer meespelen. Ze heeft de kunstwereld de rug toegekeerd en van die actie haar laatste daad van conceptuele kunst gemaakt. Ze is terug bij haar ouders in Texas gaan wonen.Sommige mensen dachten dat ze gek geworden was.

CANVAS : Om mee te doen met deze wedstrijd moet je én Young én Belgian én een Artist zijn. Even het rijtje langs : hoe “young” ben je en hoe jong voel je je ?

GEORGIA : Ik ben 33. Hoe jong ik me voel … mmm… Weet je, ik ben op geen enkele manier gesettled – ik heb geen kinderen, geen vaste verblijfplaats, ben niet getrouwd – en dat houdt je jong denk ik. Ik ben weggegaan uit New York, hét centrum van de kunstwereld, om in Glasgow te gaan studeren, en daarna heb ik hier een residentie gedaan in Wiels. Ik hou er van om alles overhoop te gooien, om stukken van mijn identiteit op het spel te zetten en zo nieuwe dingen te ontdekken. Door te verhuizen verander je van vrienden. Door een nieuwe taal te leren krijg je er een perspectief bij.

G.Küng

CANVAS : Denk je dat jonge kunstenaars vandaag anders zijn dan de jonge kunstenaars van de vorige generaties ?

GEORGIA : Dat denk ik wel ja. Omdat de kunstwereld veranderd is. Jonge kunstenaars zijn een investering geworden. Dat beïnvloedt hoe ze over zichzelf denken. In mijn school – Cooper Union – is door studenten gelobbyed om een vak “professionele ontwikkeling” op het curriculum te zetten. De school zelf was daar oorspronkelijk niet voor te vinden. Dat is een vak waar je geleerd wordt om proposals te schrijven, een website op te bouwen, om te netwerken en je eigen marketing te verzorgen. Er is een businessmodel voor kunstenaars.

Let op : ik wil niet zeggen dat geïnteresseerd zijn in geld je inauthentiek maakt of zo, verre van. Maar de kunstwereld is wel veranderd, het is niet altijd zo geweest. Die ontwikkeling is gestart in de jaren'70, ’80 denk ik, met mensen als Jeff Koons en Damien Hirst. De kunstenaar als businessman, het was een concept. Dat op zich niet oninteressant is.

CANVAS : Kan jij leven van je werk ?

GEORGIA : Nee. Ik werk als nanny, en kan nog teren op een erfenisje van mijn grootmoeder. Na een show in Parijs in maart heb ik wel wat werk verkocht, maar dat soort inkomsten is onregelmatig, daar kan je niet op rekenenen. Dat is soms wat lastig, ja. Ik denk dat veel van de genomineerde kunstenaars een beurs krijgen van de overheid, mijn vriend heeft er bijvoorbeeld ook één. Maar ik denk niet dat ik daarvoor in aanmerking kom. Eén van die Young Belgian Art prijzen zou dus welkom zijn (lacht). Als ik de grote zou winnen – maar ik veronderstel dat die wel naar een échte Belg zal gaan – dan zou ik opnieuw een studio kunnen huren voor een jaar, hier wat langer blijven, nieuw werk maken. Ik heb voor de Publieksprijs alvast op mezelf gestemd (lacht). We zien wel.

de murals in metrostation Christopher Street, NY

CANVAS : Tweede woord in het rijtje : Belgian. Dat ben jij niet echt he ?

GEORGIA : Nee, ik ben Amerikaanse, met Zwiterse roots. Maar je kan meedoen met de Young Belgian Art Prize als je hier één jaar lang gewoond hebt. Toen ik mijn jaarlange residentie in Wiels begon, was ik nooit eerder in Brussel geweest. In het begin verwarde de taalsituatie me : hoe kon je weten of je iemand in het Frans of Nederlands moest aanspreken ? Nu, ik had al snel door dat ze in Brussel bijna allemaal Frans spreken. Na Glasgow vond ik Brussel een enorm diverse plek, zelfs diverser dan New York, er zijn hier bijvoorbeeld veel meer recente immigranten uit Afrika. In New York is de kunstwereld wel groter en gevarieerder. Maar er is ook zoveel afleiding dat je haast niet meer aan werken toekomt. En iedereen is er verschrikkelijk doelgericht en ambitieus – hier is het wat relaxer.

G.Küng

CANVAS : Tot slot, het grote woord : artist. Wanneer wist je dat je kunstenaar wilde worden ?

GEORGIA : Ik heb altijd al getekend, en als ik tekende vergat ik de tijd. Ik had dan ook de beste potloden en markers, en eindeloos veel soorten papier, want mijn vader was een grafisch designer die van thuis werkte. We woonden in Soho, waar in de jaren '60 en '70 alle kunstenaars naartoe waren getrokken, dus de ouders van vriendjes op school waren vaak kunstenaars en Ida Applebroog was onze buurvrouw. Op m'n twaalfde heb ik met de kinderen van m'n klas nog de mural ontworpen voor het Christopher Street metrostation in Greenwich Village. Ik werd dus van in het begin aangemoedigd en gestimuleerd.

Toch heb ik na de middelbare school getwijfeld of ik wel echt kunstenaar wilde worden. In eerste instantie heb ik aan Cooper Union vooral voor de meer technische vakken gekozen : fotografie, zeefdrukken, dat soort dingen. Ik vermeed een beetje de vrije kunstvakken.

Je stelt voortdurend dingen in vraag. Als je daarin doorgaat...well, sometimes it gets dark.
G.Küng

CANVAS : Waarom twijfelde je ?

GEORGIA : In de middelbare volgde ik een wetenschappen-wiskunde richting. Al mijn klasgenootjes van toen zijn later zakenman en dokter en zo geworden. Ik besefte toen wel dat je als kunstenaar een precair bestaan tegemoet gaat. En dat kunstenaar zijn je naar donkere plekken kan leiden als je niet oplet (lacht). Je stelt voortdurend dingen in vraag. Als je daarin doorgaat, als je dat grondig doet, well, sometimes it gets dark.

Isa Genzken en Gerhard Richter

CANVAS : Wie is een voorbeeld voor je geweest als kunstenaar ?

GEORGIA : Mmm, dat verandert nog al ‘ns hoor. Maar ik hou veel van Isa Genzken. Ze is nog getrouwd geweest met Gerhard Richter. Haar werk is verrassend divers, en vaak zijn tijd vooruit. Je kan eraan aflezen dat ze zich openstelt, dat ze kwetsbaar in de wereld staat.

Ik zou zelf graag in mijn werk evolueren naar een emotionelere, iets minder beredeneerde aanpak. De meeste stukken die ik in Bozar tentoonstel zijn heel doordacht, maar dat poppenhandje, dat kan ik zelf niet zo goed uitleggen. Ik heb het snel gemaakt, zonder er bij na te denken - het is meer ontstaan dan bedacht. Dat vind ik boeiend en ik hoop in de toekomst meer zo te kunnen werken.

VRTNU VRTNU VRTNU