Spring naar inhoud

Zijn invasieve soorten goed voor onze natuur?

geschreven op 18 november 2015

Het was een ontnuchterende vaststelling. In de rietkraag voor mijn woonst zag ik tientallen lieveheersbeestjes in vele kleuren en met verschillende aantallen stippels op hun rugschild, maar volgens insectenexpert Ilf Jacobs van Natuurpunt behoorden ze allemaal tot dezelfde soort: het Aziatisch lieveheersbeestje. Dat werd in 2001 op grote schaal ingevoerd om bladluizen in tuinbouwserres te bestrijden, maar ontsnapte ook op grote schaal en groeide uit tot een ramp voor onze inheemse beestjes, onder meer omdat de Aziaat niet alleen bladluizen eet, maar ook kleine lieveheersbeestjes, en hij is de grootste soort. De meeste Vlamingen krijgen bijgevolg nog uitsluitend Aziaten te zien. Tim Adriaens van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek evalueerde het effect van de invasie op Europese lieveheersbeestjes, en stelde vast dat liefst zeven van de acht onderzochte soorten te lijden hebben van de nieuwkomer. Het bestand van inheemse soorten kan klappen krijgen onder druk van een succesvolle exoot.

Even ontnuchterend is het grote aantal invasieve ganzen dat ik in de waterrijke gebieden voor mijn woonst zie: Canadese ganzen, Egyptische ganzen (of nijlganzen), af en toe een Indische gans, ze komen uit de hele wereld en ze kwamen hier terecht als siervogel voor parkvijvers en watervogelverzamelingen. Van zodra ze de kans kregen, sloegen ze hun vleugels uit, en nu zijn ze niet meer uit ons landschap weg te denken. Er broeden duizenden exotische ganzen in Vlaanderen, die succesvol zijn in het grootbrengen van hun jongen, omdat ze agressief uit de hoek kunnen komen. Ze kunnen het succes van inheemse soorten hypothekeren, onder meer door hun uitwerpselen die de chemische samenstelling van zeldzame waterbiotopen als vennen en veenmoerassen wijzigen.

Van zodra ze de kans kregen, sloegen ze hun vleugels uit, en nu zijn ze niet meer uit ons landschap weg te denken.

Dirk Draulans

Ganzen zijn, naast bomen als de Amerikaanse vogelkers, planten als de grote waternavel en andere dieren als de stierkikker, een van de schietschijven van het overheidsproject Invexo (Invasieve Exoten) dat streeft naar ‘minder invasieve dieren en planten’. De rattenvangers die zo succesvol waren in het liquideren van de eveneens invasieve muskusrat, werden omgeschoold tot verdelgers van onder meer ganzen. In 2010 filmde ik voor Canvas in het Mechels Broek een verdelgingsactie waarbij honderden Canadese ganzen in een fuik gejaagd werden, waarna ze een dodelijk spuitje in de kop kregen en naar het vilbeluik werden afgevoerd. Een vreselijk beeld, maar zelfs diehard natuurbeschermers waren het er over eens dat het niet anders kan. Anders leeft er binnen afzienbare tijd nog uitsluitend eenheidsworst op onze waterrijke gebieden: opportunisten die het geweldig goed doen in het zog van de superopportunist die wij zijn. Er worden tegenwoordig elk jaar vele duizenden ganzen in Vlaanderen en Nederland verdelgd, maar het is niet duidelijk in welke mate dat een effect op de populaties heeft.

De lijst van invasieve soorten wordt steeds langer, in alle onderzochte biotopen, te zee en te land. Francis Kerckhof van de Beheerseenheid Mathematisch Model van de Noordzee catalogiseerde in 2007 in het vakblad Aquatic Invasions met twee collega’s al 60 goed gevestigde invasieve exoten in de Noordzee, waaronder kwallen, schelpdieren en vissen. Studies ramen het aantal mariene soorten dat in het ballastwater van schepen de wereld rondreist op liefst 10.000. Sonia Vanderhoeven van het Belgian Biodiversity Platform en haar collega’s catalogiseerden in een recente publicatie in Management of Biological Invasions – de problematiek is zo ernstig dat er aparte vakbladen voor gemaakt werden – 101 opvallende invasieve soorten van land en zoetwater in ons land, waarvan de helft als potentieel schadelijk werd gelabeld. De totale aantallen liggen ongetwijfeld een stuk hoger.

De lijsten moeten voortdurend worden aangevuld. Vorig jaar filmde ik voor Canvas het werk van dierenarts An Martel van de Universiteit Gent, die ontdekte dat de enorme crash in de populatie van de zeldzame vuursalamander in Nederland en België te wijten was aan een invasieve schimmel waar de dieren geen weerstand tegen hadden. Hij werd geïmporteerd met Aziatische salamanders voor de terrarium- en aquariummarkt, maar ontsnapte en woekert nu zo goed als oncontroleerbaar in onze natuur. De Aziatische soorten hebben weerstand tegen de schimmel opgebouwd: ze worden er ziek van, maar sterven er niet aan. Hoe het moet worden opgelost, is onduidelijk. Hopelijk zal een aantal dieren van hier ook weerstand ontwikkelen, zodat de populatie op termijn kan herstellen van de aanval.

101 opvallende invasieve soorten van land en zoetwater in ons land, waarvan de helft als potentieel schadelijk werd gelabeld

Dirk Draulans

Het invasieve karakter van soorten die een nieuw gebied bereiken, kan vreemde vormen aannemen. **Soorten die in hun land van herkomst onder druk komen, kunnen elders tot een pest uitgroeien. **Het gebeurt met twee van onze vogels, de huismus en de spreeuw, die bij ons met dalende aantallen te maken krijgen. Kolonisten hebben de huismus meegenomen naar Amerika en Afrika, waar ze zich aan sneltreintempo uitbreidt. Een Amerikaanse literatuurliefhebber die het plan had om alle vogels uit de werken van William Shakespeare naar de Verenigde Staten te halen, liet honderd jaar geleden 60 spreeuwen los in Central Park in New York. Vandaag wordt de spreeuwenpopulatie in de VS op 200 miljoen exemplaren geraamd, en wordt er gesproken over schade aan de landbouw en druk op inheemse vogelsoorten.

Een belangrijke vraag is vanaf wanneer een soort geen exoot meer is, maar tot de lokale fauna of flora gaat behoren. Er is voortdurend beweging in de natuur, met soorten die komen en gaan, dikwijls in een natuurlijk proces van migratie, zoals we er nu één kennen met zuidelijke soorten die gedreven door de klimaatopwarming naar hier komen. Het is de natuurvariant van de spontane migratie van mensen, zoals de huidige instroom in Europa van vluchtelingen uit oorlogsgebieden in het Midden-Oosten, of de massale verhuis van rijke Westerlingen naar tropische regio’s, waar ze de lokale cultuur versmachten met junkfood, softdrinks en T-shirts met de logo’s van Europese voetbalploegen.

Soorten die in hun land van herkomst onder druk komen, kunnen elders tot een pest uitgroeien.

Dirk Draulans

Slavernij is een kwalijker vorm van migratie, met bevolkingsgroepen die op grote schaal door handelaars over grote afstand verplaatst werden tot heil van andere bevolkingsgroepen, maar die wel volledig kunnen integreren in een maatschappij. De fazant zou beschouwd kunnen worden als een natuurlijk voorbeeld van dat fenomeen. Hij werd vanaf de Middeleeuwen uit Azië in onze contreien ingevoerd als jachtwild, maar deed het zo goed dat hij ondertussen opgenomen is in onze avifauna. Het is onduidelijk wanneer de vogel de overstap van uitheemse naar inheemse soort maakte. Over recentere invasies als die van de ganzen of de halsbandparkiet, van wie er nu tienduizenden in Vlaanderen leven (allemaal afstammelingen van een handvol dieren dat in 1978 werd losgelaten uit een failliete kleine zoo in het Brusselse), hoeven we ons geen illusies te maken: de vogels zullen nooit meer verdwijnen. Ze behoren in feite al tot onze avifauna, maar we durven het nog niet zeggen.

Je voelt pragmatisme de kop opsteken in het debat. Ons leven zal niet meer zonder exoten kunnen, dus kunnen we er maar beter mee proberen te leven. De Engelse journalist Fred Pearce gooide een dikke steen in de kikkerpoel met de publicatie van zijn boek ‘The New Wild’, dat als ondertitel uitlegde waar het over ging: ‘Waarom invasieve soorten de redding van onze natuur zullen zijn’. De man dacht tot voor kort, net als veel veldbiologen, dat invasieve soorten na biotoopverlies de belangrijkste bedreiging voor onze natuur waren, maar na grondige studie wijzigde hij zijn visie. Nu promoot hij het omgekeerde idee: dat ze vooral een verrijking van onze biodiversiteit betekenen.

Hij wijt de negatieve beeldvorming aan gemakzucht: op dezelfde manier als mensen een persoonlijke bedreiging in menselijke migranten zien, zonder naar de cijfers over economische impact en demografische voordelen te kijken, worden invasieve soorten automatisch als een pest gelabeld. Een van zijn basisideeën is dat deze soorten het vooral goed doen in biotopen die door de mens al behoorlijk zijn aangetast. In dat opzicht zijn ze dus geen haar beter (of slechter) dan wij zelf. Maar het debat over de vraag of ze al dan niet schadelijk zijn, zal nog een tijdje duren, dat is zeker. Zeker is ook dat natuurbeschermers dikwijls te veel naar het verleden kijken, naar wat er was, en te weinig naar de toekomst, naar wat op komst is.

Dirk Draulans, bioloog en journalist van Knack

VRTNU VRTNU VRTNU