Spring naar inhoud

‘Onze’ olympiërs

Wanderblog

© rr
geschreven op 19 augustus 2016

‘Onze’ olympiërs

Hoewel ik evenveel interesse heb in sport als vissen in tuinieren, zijn ook de Olympische Spelen niet geheel onopgemerkt aan me voorbijgegaan. Blijkbaar gaat er een moeilijk te weerstane aantrekkingskracht uit van de superhelden die in het verre Rio uit mensenmateriaal gesmeed worden. Mensen van alle rang en stand zitten aan het scherm gekluisterd voor het uur van de waarheid, de apotheose van vele jaren voorbereidend werk, zelfs als het om disciplines gaat die hen anders haast volstrekt onverschillig laten. ‘The Olympics: from indifference to obsession in 21 gold medals. I now can’t take my eyes off it’, zo verklaarde ook Ray Monk, de Britse filosoof en vermaarde biograaf van Ludwig Wittgenstein, via Twitter zijn liefde voor de spelen. Waarom weet de olympische vlam zo velen van ons warm te maken voor de zweterige inspanningen die duizenden kilometers veraf gemaakt worden?

Wielrenner Greg Van Avermaet werd olympisch kampioen op de weg in Rio de Janeiro.

Ongetwijfeld zijn daar vele redenen voor te bedenken. De effectieve commercialisering en mediatisering van de spelen maken het moeilijk om eraan te weerstaan. Ook het feit dat onze samenleving (on)behoorlijk idolaat is van sport en atleten algauw als halfgoden vereerd worden, speelt zeker een rol in het opwekken van het enthousiasme voor de sportieve exploten van anderen. Zo ook de menselijke nood aan escapisme.

We moeten soms met onze gedachten van de wereld weg kunnen dwalen, om ten volle in het leven te kunnen staan. We hebben nood aan sprookjes om in de wereld te kunnen geloven.

Iedereen heeft nood aan escapisme; momenten waarop we onze gedachten even kunnen laten afdwalen van de dagelijkse beslommeringen. De televisie is de belangrijkste bron van escapisme van de afgelopen decennia. Door mee te leven met wat we op het scherm zien, of het nu gaat om fictie of sport, ervaren we een heel scala aan emoties: spanning, anticipatie, ontgoocheling, opwinding, euforie. Die intense, maar veelal vluchtige emoties zijn een welgekomen aanvulling op, of afleiding van, de emoties van ons eigen doen en laten.

Nafi Thiam werd in Rio olympisch kampioene zevenkamp.

Aan escapisme kleeft een overwegend negatieve connotatie. Maar escapisme is geen overbodige luxe, het is levensnoodzakelijk. Zonder vertier en plezier dat we vinden in bronnen van divertissement, zo benadrukte ook Blaise Pascal, zou het leven ondragelijk zijn. We moeten soms met onze gedachten van de wereld weg kunnen dwalen, om ten volle in het leven te kunnen staan. We hebben nood aan sprookjes om in de wereld te kunnen geloven. Het gevaar bestaat er natuurlijk wel uit dat, omdat we nood hebben aan divertissement, we er te veel van gaan opzoeken; dat we verslaafd geraken aan onze bronnen van ontspanning. Maar een gezonde dosis divertissement heeft een heilzame werking; de recreatieve momenten laten ons toe om de batterijen van onze weerbaarheid weer op te laden en hebben als dusdanig haast een therapeutische werking.

Ook een vleugje patriottisme zal velen niet vreemd zijn wanneer ze supporteren voor Van Avermaet, Thiam, Van Tichelt en co; mensen met wie ze weinig meer gemeen hebben dan de nationaliteit op hun identiteitskaarten. De Nederlandse filosoof Paul Van Tongeren verklaarde ooit dat hij dat heel vreemd en onlogisch vindt: het feit dat we supporteren voor, en trots zijn op, mensen die we eigenlijk niet kennen. De befaamde oranjegekte vindt hij ook effectief heel gek. Maar soms is gekte rationeel te verantwoorden en wat onlogisch lijkt, heeft soms goede redenen.

Dat we meeleven met de successen van anderen alsof het onze eigen successen zijn en vanuit onze luie zetel voldoening scheppen uit het labeur van anderen, hoeft niet zo vreemd te zijn. De prestaties van landgenoten stralen immers af op onszelf, en dat is een mechanisme dat uiteraard niet enkel in de sport van toepassing is. Wanneer een landgenoot de Nobelprijs wint, blinkt dat, al dan niet terecht, ook het blazoen van het land op. Internationale erkenning beïnvloedt de perceptie die anderen van ons hebben en ook het eigen zelfbeeld. Daardoor is het begrijpelijk dat mensen willen dat ‘hun’ sporters het goed doen, want het is ook een beetje ‘hun’ succes. ‘Ons’ succes.

Ons. In dat drieletterwoord zit veel van de essentie van het mens-zijn vervat, en dat we meeleven met de prestaties van anderen, kan gezien worden als een uiting van de nood aan verbondenheid, de nood om de isolatie en het individualisme van onze moderne tijd te overstijgen. Die nood aan verbondenheid en groepsgevoel is diepmenselijk en essentieel voor het functioneren van een samenleving en voor de ontwikkeling van de eigen identiteit. In die zin is het dus misschien zelfs goed te noemen dat we ons de inspanningen en verdiensten van anderen een beetje toe-eigenen. Zelfs al lijkt dat soms wat gek. Begrijpelijk gek.

VRTNU VRTNU VRTNU