Spring naar inhoud

Christenen ontvluchten Syrië

geschreven op 24 september 2015

Christenen ontvluchten Syrië

Vier miljoen Syriërs zijn sinds 2011 hun land ontvlucht. Onder hen ook 700.000 christenen.

Het land dat enkele van de oudste christelijke geloofsgemeenschappen ter wereld huisvest, is voor hen niet meer veilig. In het kluwen van de oorlog, waar iedereen tegen iedereen lijkt te vechten, staan minderheden vaak onbeschermd in de vuurlinie.

De Krak des Chevaliers, voor de oorlog in Syrië losbarstte

Geloof met gaten in

Syrië was voor een lange tijd een tastbare herinnering aan de eerste dagen van het christendom. Apostel Paulus zou zich hebben bekeerd op weg naar Damascus, een weg die nu bezaaid is met checkpoints, lege kogelhulzen en gaten in het asfalt. In het stadje Maaloula spraken de inwoners nog de taal van Jezus. Maar de stad werd bestormd door jihadistische groeperingen en de bevolking vluchtte alle kanten uit. Net buiten Homs werd de Krak des Chevaliers-burcht, hét symbool van de kruistochten, door de rebellen gebruikt als uitvalsbasis. Gevechtsvliegtuigen van de regering bestookten de duizend jaar oude burcht met bommen.

Sinds het begin van de Syrische burgeroorlog liggen honderden dorpen en grootsteden als Homs en Aleppo letterlijk in puin. Enkel Damascus staat nog recht.

Genoten de christenen voor het uitbreken van de revolutie nog een zekere bescherming onder het regime van Assad, dan zijn ze vandaag evengoed het slachtoffer van het blinde geweld van het regeringsleger. En dan is er nog I.S.: net als in buurland Irak stelt de terreurgroep christenen in veroverde gebieden voor de keuze. Bekeren, een belasting betalen of sterven.

Aleppo: hel op aarde

Aleppo was eeuwenlang niet alleen de thuis van soennitische moslims, maar ook van de grootste christengemeenschap in Syrië. De plek evolueerde van een van de belangrijkste handelspunten in het Ottomaanse Rijk tot een industriële grootmacht na de Syrische onafhankelijkheid, tot de voorbije jaren in een slagveld dat door Amnesty International werd omgedoopt tot "hel op aarde".

Aleppo is immers een van de grounds zero van de Syrische burgeroorlog. De weinige inwoners die er gebleven zijn, zitten in de tang tussen het regeringsleger, dat de stad zo goed als platgebombardeerd heeft met geïmproviseerde en weinig nauwkeurige vatenbommen, en verschillende rebellenmilities. Allemaal vechten ze, van wijk tot wijk, om de controle over de stad.

Het resultaat: al 30.000 christenen zijn de stad ontvlucht. Van hen redde de Belgische regering er onlangs 244.

Maaloula: een pact tussen gemeenschappen

Voor jihadistische groeperingen de stad bestormden, was Maaloula een van de oudste christelijke gemeenschappen ter wereld. Het is ook een van de enige plaatsen waar nog Aramees gesproken wordt, de taal van Jezus. Een vredevolle plek waar soennieten, sjiieten en hun christelijke buren in het begin van de burgeroorlog een pact sloten om sektarisch geweld te weren. Het mooie plaatje barstte in 2013, toen een Jordaanse zelfmoordterrorist zich opblies bij een checkpoint van het Syrische leger. De strijd om het vreedzame Maaloula was begonnen.

Zelfs als de bergen rondom ons zouden ontploffen van de gevechten, zouden we geen oorlog voeren. Iedereen in Maaloua is moslim. Iedereen is christen.

Mahmoud Diab, soennitische imam in Maaloula

De stad viel verschillende keren in andere handen, maar is nu weer onder controle van het regeringsleger. In juni wijdde het er een nieuw standbeeld in van de Maagd Maria, ter vervanging van een beeld dat door het aan Al-Qaeda gelieerde Al-Nusra was verwoest. Christelijke vluchtelingen komen nu samen in Maaloula, waar ze een veilige enclave vinden.

Een Grieks-orthodoxe non in de kapel van de Heilige Thekla in Maaloula

Homs: historisch centrum belegerd

Voor de protesten van 2011 telde Homs zo'n 1,5 miljoen inwoners. De stad groeide in het Byzantijnse rijk uit tot het centrum van het christendom en had ook in het vooroorlogse Syrië een grote christelijke bevolking. Zo'n tien procent van zijn inwoners waren christenen, die voornamelijk in het historisch centrum woonden.

De toekomst van christenen in Syrië wordt niet bedreigd door moslims, maar door chaos - en door de infiltratie van onbedwingbare, fanatieke, fundamentalistische groepen.

Patriarch Gregorios

De stad is het knooppunt van belangrijke trein- en wegennetwerken en huisvest 's lands grootste olieraffinaderij. Reden tot vechten, dus. Drie jaar lang was de stad verdeeld door steeds veranderende frontlinies tussen het regeringsleger en rebellen. Rebellen belegerden het historisch centrum, maar verlieten de oude stad in 2014 na een resem nederlagen. Gevechten tussen rebellen, I.S. en regeringstroepen zijn ondertussen weer begonnen in Homs, waar het grootste deel van de bevolking gevlucht is.

De vernielde Um al-Zinar kerk in Homs.

Damascus: een veilige haven?

Het centrum van Damascus, de hoofdstad van het land en de enige stabiele machtsbasis van het regime, is tot voor kort bijna ongeschonden uit het conflict gekomen. De christenen, die lang deel uitmaakten van de elite in de stad, leefden er in relatieve veiligheid. Als minderheid op zoek naar veiligheid, sloten vele christenen zich in de beginjaren immers aan bij de Baath-partij van Assad, wat hen tijdens de eerste rellen tegen de president soms het verwijt opleverde het autoritaire regime te steunen.

Maar ook Damascus lijkt vandaag de dag niet meer gevrijwaard van het oorlogsgeweld. De gevechten hebben sommige buitenwijken bereikt, en ook daar de inwoners op de vlucht gejaagd. Steeds meer vluchtelingen uit Syrië blijken uit Damascus te komen: in hun woonplaats is er amper nog werk, voedsel of medicatie te vinden.

Of de christenen in Syrië nog een toekomst hebben? Dat weet niemand, net zomin als iemand weet hoe de toekomst eruit ziet van die vier miljoen gevluchte Syriërs, en de 6,5 miljoen die daar bovenop nog eens binnen de landsgrenzen op de dool zijn. Als ooit de taart van Syrië herverdeeld wordt tussen de strijdende partijen, zullen de christenen alleszins niet op de eerste rij staan.

Deze artikelreeks kwam tot stand in samenwerking met camping VRT. Studenten Elise Hoste, Elise Hermans, Fatima-Zahra Naimi, Rein Bauwens en Lorenzo Vicencio werkten mee aan dit project.

Rechtzetting: een eerdere versie van dit artikel schatte het aantal inwoners in Homs voor de oorlog op 15 miljoen. Hier ontbrak een komma: het correcte aantal is 1.5 miljoen.

VRTNU VRTNU VRTNU