Spring naar inhoud
tot 21 mei op vrt nu

Visages villages

Bekijk Visages villages op
poster filmfestival Cannes 2019

Tot ziens Madame Agnès (1928-2019)

Het filmfestival van Cannes 2019 (van 14 tot 25 mei) kiest als poster voor zijn 72ste editie een afbeelding van een jonge vrouw die bovenop de rug van een man door het objectief van de camera het kader bepaalt.

Het is augustus 1954 en de 26-jarige cineaste draait haar eerste film La pointe courte in het gelijknamig vissersdorpje in Sète, in Zuid-Frankrijk. De affiche is een eerbetoon aan Agnès Varda, ‘de oma-punk van de nouvelle vague’, die op 29 maart dit jaar overleed. 90 is ze geworden en nog kwam het nieuws van haar dood totaal onverwacht. Haar passie, durf en jeugdig enthousiasme lieten haar nooit in de steek. Haar nooit aflatende nieuwsgierigheid was een voortdurende bron van inspiratie.

Begin dit jaar nog stelde ze tijdens het filmfestival in Berlijn haar meest recente werk voor, Varda par Agnès, een speels zelfportret over haar 65-jarige carrière, wat op zich al buitengewoon is. De film werd op een daverend applaus onthaald en was ondertussen ook al op Arte te zien.

Tweemaal Agnès Varda

Zelf noemde deze ‘grande dame’ van de Franse film zich "het kleine mollige oudje dat graag praat" en met die licht ironische aanpak oogstte ze de laatste jaren heel wat succes. In 2014 gaf het festival van Cannes haar een ere-Gouden Palm. In 2017 ontving ze als eerste vrouw een ere-Oscar die ze meenam naar haar vaste verblijfplaats, de woning in de rue Daguerre, in het 14e arrondissement in Parijs, waar ook haar productiehuis Ciné-Tamaris gevestigd is. Dit huis heeft ze vaak gefilmd. We kennen het onder meer van haar mooie documentaire Daguerréotypes, het portret van de straat tussen de huisnummers 70 en 90.

Agnès Varda in 'Visages villages'

Ook in België zijn we best trots op haar. Agnès Varda komt op 30 mei 1928 in Elsene (Brussel) ter wereld. Ze heeft een Griekse vader en een Franse moeder. Op de vlucht voor de Tweede Wereldoorlog wijkt de familie uit naar Sète aan de Middellandse Zee in Frankrijk. Hier brengt ze haar jeugd door, en ze zal heel haar leven een grote voorliefde koesteren voor zee en stranden. Ze trekt naar Parijs en wordt er vanaf 1949 de officiële fotografe van het Théâtre National Populaire van acteur en theaterregisseur Jean Vilar.

Zonder enige opleiding draait de fotografe in 1954 de zelf geproduceerde lowbudgetfilm La pointe courte, waarin ze zonder gêne fictie en documentaire door de mixer haalt. Ze zal uiteindelijk zo’n 36 langspeelfilms, kortfilms, documentaires en talrijke installaties en foto's op haar naam schrijven.

Je ne suis pas une femme cinéaste, je suis cinéaste.

Agnès Varda

Agnès Varda debuteerde enkele jaren voor de grote doorbraak van de nouvelle vague. Je weet wel, die jonge enthousiaste cinefielen en Cahiers du Cinéma-critici die eind jaren 50, begin jaren 60 in Parijs een revolutie in de filmwereld ontketenden. (De bekendste zijn Truffaut, Rohmer, Chabrol, Rivette en de nu 86-jarige JLG – Jean-Luc Godard.) Hoe ze dat deden? Met pakken lef, jonge verhalen, nieuwe camera’s en opnamemogelijkheden, acteurs en actrices die ze in hun favoriete bar-tabacs ontmoetten, en gesteund door een paar avontuurlijke producers die doorhadden dat het filmsysteem dringend nieuw bloed nodig had.

De iets oudere Agnès Varda, zelf bevriend met de Parijse 'rive gauche'-talenten Alain Resnais en Chris Marker, werd een compagnon de route en trouwde met Parapluies de Cherbourg en Demoiselles de Rochefort-regisseur Jacques Demy.

Telkens weer slaagde Varda erin zichzelf te vernieuwen en aansluiting te vinden bij de nieuwe generaties. Enkele voorbeelden.

Niet alleen wie begin jaren 60 jong was herinnert zich Cléo de 5 à 7 (1961), de twee uur durende film waarin een zangeres (Corinne Marchand) twee uur wacht op het goede of slechte resultaat van haar doktersonderzoek (met muziek van de ook onlangs overleden Michel Legrand). Onder een luchtige toon schuilt de dreigende dood. Heel haar leven zal Varda schipperen tussen die vrolijke aanpak en een wrange afloop. Haar engagement brengt haar in China en in het Cuba van Fidel Castro. Ze zet de Black Panthers voor haar camera, maar ook de hippies in Los Angeles. Ze steunt de feministen in hun strijd voor emancipatie en praat met mensen in moeilijkheden.

Midden jaren 80 maakt een nieuwe generatie kennis met de jonge Sandrine Bonnaire als Mona in Sans toit ni loi (1985). In die fictiefilm onderzoekt Varda de dood van een dakloze en wild rond zich heen trappende jonge vrouw.

In maart 2016 stelde Agnès Varda tentoon in het Brusselse Museum van Elsene. Gezwind nam ze gedurende een week onze instagramaccount over.

De 21ste eeuw zet ze in met Les glaneurs et la glaneuse (2000), en weer is ze een voorbeeld voor heel wat jonge mensen. Varda filmt waar het pijn doet. Ze ziet de schrijnende armoede om zich heen en klaagt op speelse wijze het neoliberaal kapitalisme en de greep waarin die de arme man wurgt aan. De zware 35 mm-camera maakt plaats voor kleine digitale handcamera’s en smartphones. Agnès Varda houdt van beelden, van beelden kijken, beelden maken, beelden tonen. De fotografe die begon te filmen omdat ze beweging zocht, filmt nu de wereld alsof ze met een set kleurpotloden aan het tekenen is.

In 2003 komen we haar, verkleed als aardappel dan nog, tegen op de kunstenbiënnale van Venetië. Vanaf dan gaat het snel voor de oude 'jonge visual artist’. Ze stelt tentoon in galerijen en kunstencentra. Uit brokken en resten groeit iets nieuws, een ode aan het leven. En alsof ze een nieuwe adem gevonden heeft verbaasd ze ons geregeld met nieuwe aantekeningen, zoals deze Visages villages.

In de documentaire Visages villages (2017) trekken regisseuse en fotografe Agnès Varda en fotograffitikunstenaar JR samen door Frankrijk en portretteren de mensen die ze ontmoeten. Hun reis schept een band waarin ze elkaar als kunstenaars vinden en het landschap tot museum maken.

VRTNU VRTNU VRTNU