Spring naar inhoud

The Exorcist

van feit naar fictie

© Warner Bros.
geschreven op 30 oktober 2015

In 1973 kwam de Amerikaanse horrorfilm The Exorcist uit, geregisseerd door William Friedkin en gebaseerd op het gelijknamige boek van William Peter Blatty.

Linda Blair

De film gaat over de twaalfjarige Regan MacNeil, gespeeld door Linda Blair. Een demon neemt bezit van Regan, nadat ze met een ouijabord speelde.

Regans gedrag - zoals haar bed laten schudden, een opmerkelijke toename van haar kracht en moord - kan niet verklaard worden door psychologen en psychiaters, dus roept haar familie de hulp in van enkele geestelijken. Zij stellen de aanwezigheid van de demon vast, en voeren meer dan één exorcisme uit. Uiteindelijk lukt het hen de demon te verdrijven, ten koste van hun eigen leven. Dat is de samengevatte plot van wellicht de belangrijkste horrorfilm aller tijden.

Van nieuws naar boek naar film

William Peter Blatty

In 1949 las een jonge William Peter Blatty, toen student aan de Georgetown University, een artikel in de Washington Post. "Priester bevrijdt jongen uit Mt. Rainier uit de greep van de Duivel". Er zijn al verhalen in kranten verschenen die minder tot de verbeelding spreken. Logisch dus dat Blatty met dit artikel in zijn hoofd bleef zitten.

Blatty besloot het verhaal in boekvorm te gieten. Hij maakte van het slachtoffer een twaalfjarig meisje en schreef The Exorcist. In 1971 bracht hij het boek uit, dat haast meteen de bestsellerslijst van The New York Times haalde en twee jaar later verfilmd werd.

De feiten

Het originele krantenartikel uit de Washington Post van 20 augustus 1949

William Peter Blatty haalde zijn inspiratie voor het boek The Exorcist dus uit een krantenartikel dat in 1949 in de Washington Post verscheen. Dat artikel ging over een tiener, Roland Doe, die dankzij een exorcisme van een demon werd verlost. Een verhaal dat die periode in verschillende, van elkaar onafhankelijke, kranten verscheen.

Roland was het enige kind van een devoot koppel, geboren in een lutherse familie in Maryland (VS). Hij had vooral een hechte relatie met zijn tante Harriet.

Tante Harriet was een spiritualist. Toen Roland interesse toonde voor het concept van het ouijabord, leerde ze hem ermee werken.

Januari 1949. Tante Harriet overlijdt. Roland mist haar en probeert terug met haar in contact te komen door het ouijabord te gebruiken. Niet zonder gevolgen, uiteraard.

Overal waar Roland ging, gebeurden vreemde dingen. Meubels verplaatsten zich op eigen kracht, ordinaire huisraad zweefde door het huis, er verschenen krassen op Rolands lichaam, gezegende objecten - zoals flesjes heilig water - gooiden zichzelf tegen de grond en religieuze afbeeldingen aan de muur begonnen te trillen. Verschillende familieleden zouden deze verhalen bevestigd hebben.

De familie wendde zich tot hun lutherse pastoor, Luther Miles Schulze. Schulze was al lang geïnteresseerd in parapsychologie en bood aan om Roland te observeren. Hij claimde dezelfde vreemde gebeurtenissen mee te maken en adviseerde de familie een katholieke priester te contacteren.

De katholieke priester die door de familie werd geconsulteerd, probeerde een exorcisme uit te voeren op Roland. Niet volledig met Rolands - of de demons - zin, zo bleek. De jongen rukte een veer uit z'n matras en viel de priester aan. De wonde moest genaaid worden, dus het exorcisme werd uitgesteld.

William S. Bowdern

Ondertussen had de neef van Roland één van z'n vroegere professors aan de St. Louis University gecontacteerd: Raymond J. Bishop. Hij reisde met dominee William S. Bowdern naar Roland. Daar merkten ook zij de vliegende objecten op, Rolands onnatuurlijk diepe stem en zijn aversie van all things sacred. Bowdern vroeg en kreeg de toestemming van de aartsbisschop om nogmaals een exorcisme uit te voeren.

Hij werd bijgestaan door de priesters Walter Halloran en William Van Roo. Opnieuw vond Roland zijn behandeling niet uiterst prettig. Hij spuwde naar zijn verlossers, bleef onnatuurlijk diep praten en brak de neus van Halloran. Telkens de Litanie van alle Heiligen werd opgezegd, deed hij zijn matras schudden met een kracht van ongezien op de schaal van Richter. Halloran vertelde achteraf aan de pers dat de woorden "hell" en "evil" - in de film "help me" - op Rolands buik verschenen.

In de film verschijnen de woorden "help me" op de buik van Regan.

De dominee en zijn twee assisterende priesters voerden een succesvol exorcisme uit. Waarna de demon, in de woorden van priester Halloran, "a rather ordinary life" ging leiden. Nou.

De Duivel of een stoornis?

Wat er aan de hand was met Roland Doe zullen we wellicht nooit weten. Voor psychiaters over heel de wereld, en volgens de wetten van de rationaliteit, had Roland een psychische stoornis. Sommige sceptici beweren zelfs dat alle zogezegd bovennatuurlijke verschijnselen in scène gezet zijn. Niets wat een pientere tiener met een sterke verbeelding niet zou kunnen.

Voor geestelijken was er duidelijk een demon aanwezig in Roland. Twee christelijke academici - een psycholoog en een sociologe - weerlegden alle rationele verklaringen voor Rolands gedrag in hun boek Evil: Satan, Sin, and psychology. De Kerk heeft ook al meermaals laten verstaan dat een exorcisme - hoewel uiterst zelden - soms nodig is om het Kwade uit iemand te verdrijven.

En voor schrijvers, filmmakers en de entertainmentindustrie is het verhaal van Roland Doe een gouden ei dat hier en daar zelfs wat aangedikt mag worden.

Enfin, iedereen kijkt vanuit z'n eigen wereldkader naar Roland Doe. Een stoornis, den Duivel of entertainment, het maakt niet uit. Het is een verhaal dat sinds 1949 nog geen minuut aan sensatie heeft moeten inboeten. En dat waarschijnlijk ook nooit zal moeten doen.

VRTNU VRTNU VRTNU