Spring naar inhoud

Terwaan, de verdwenen stad

1553: het einde van Thérouanne

Terwaan, de verdwenen stad - © canvas / Koen De Vos
geschreven op 03 maart 2017

Wie per ongeluk verloren rijdt tussen Rijsel en Calais zou wel eens in Thérouanne kunnen terechtkomen. Niets doet vermoeden dat onder dit ietwat verweesde Noord-Franse tweestraten-dorp een oude bisschopsstad schuil gaat. Nu telt het amper 1000 inwoners, maar tot halfweg de 16de eeuw was het een belangrijke stad én zetel van het rijke bisdom Terwaan. Alleen, er is zo goed als niets van overgebleven en van de grootse kathedraal resten slechts fundamenten. Hoe komt dat?

Ontdek de geschiedenis van de verwoeste stad Terwaan en haar verdwenen kathedraal.

Bisschopszetel

Thérouanne is een onooglijk dorpje aan de Leie, een goeie veertig kilometer van de Frans-Belgische grens. De oorsprong van Thérouanne – Terwaan in het Nederlands, soms lees je ook wel Terenburg – gaat terug tot de Gallo-Romeinse tijd, toen het als Tarvenna de hoofdstad was van de Morini, een stam behorend tot de Belgae. Volgens Julius Caesar waren de Morini een voorname stam die grote legereenheden op de been kon brengen. Tarvenna was één van de belangrijkste steden in Noord-Gallië en lag op een kruispunt van heerbanen.

In de 7de eeuw werd Terwaan zetel van een bisdom door toedoen van de Heilige Audomarus ofte Sint-Omaars. Het bisdom strekte zich uit van West-Vlaanderen tot Picardië en Artesië en omvatte ondermeer de steden Veurne, Nieuwpoort, Diksmuide, Ieper en Poperinge in het huidige Vlaanderen en Calais, Boulogne, Duinkerke en Sint-Omaars in Frankrijk. Reeds in de Karolingische tijd, de 9de eeuw, moet er een grote bisschopskerk gebouwd zijn, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw.

Franse vesting

Door een territoriale eigenaardigheid was Thérouanne, hoewel gelegen in Artesië en dus in de Nederlanden, toch een deel van het kroongebied van Frankrijk. Van oudsher ressorteerde de bisschopszetel onder de Franse kroon en de stad werd onbetwistbaar beschouwd als Frans grondgebied. Het was een Franse enclave binnen de Bourgondisch-Habsburgse Nederlanden. De versterkte stad herbergde een belangrijk garnizoen met Franse soldaten en was daardoor een doorn in het oog van de Vlamingen.

Bataille des Éperons, 1513. In de achtergrond zie je Terwaan

Thérouanne was door zijn strategische ligging tussen Frankrijk, Vlaanderen en Engeland meermaals het toneel van belegeringen en veldslagen. Bekend is de Bataille des Éperons, niet de Guldensporenslag van 1302, maar die van 1513 tussen het Franse leger en een alliantie van Engelse en Duitse troepen. In 1537 was het weer zover en werd Thérouanne belaagd. Het ontsnapte toen ternauwernood aan een ontmanteling van de vestingen doordat op het laatste nippertje een vredesverdrag werd getekend.

Houtsnede met het beleg van Terwaan, 1537. De voorstelling van de stad is hier min of meer waarheidsgetrouw

Blijkbaar geen al te stabiele vrede, want in 1553 blies keizer Karel V opnieuw ten aanval rondom Thérouanne. De belegering en de daaropvolgende vernietiging van Terwaan moeten gezien worden in de context van de grensoorlogen tussen de Habsburgse Nederlanden met keizer Karel V aan het hoofd en Frankrijk met koning Hendrik II. De voortdurende strijd met Frankrijk was een rode draad door het leven van keizer Karel. En in de jaren 1552-53 bereikte die twist weer een hoogtepunt.

Het moet gezegd dat de lokale gouverneur Adriaan van Croy, die toevallig ook kapitein-generaal van de keizerlijke troepen was – zeg maar: militair opperbevelhebber van keizer Karel – hier een beslissende rol heeft gespeeld. Als gouverneur van Artesië had hij persoonlijk te lijden onder de voortdurende aanvallen van de Fransen in het grensgebied en hij liet dan ook geen kans onbenut om het gehate Terwaan – en op die manier de Franse koning – aan te vallen.

Het beleg van 1553

Half april 1553 arriveerden de keizerlijke troepen, die aangroeiden tot de aanzienlijke legermacht van 30.000 man. De stad werd omsingeld en vanop opgeworpen geschutsheuvels begon men de wallen te bestoken met artilleriestukken, waaronder 42 grote kanonnen. Men schat dat ruim 18.000 zware kanonskogels op Terwaan werden afgevuurd. Via naderingsloopgraven en ondergrondse gangen werd de vesting van Terwaan letterlijk met buskruit ondermijnd. Men probeerde bressen te slagen in de omwalling en via die weg de stad te bestormen en te veroveren. Daarin slaagde men op 20 juni 1553.

(lees verder onder de afbeelding)

Terwaan tijdens de beschietingen, 1553. De kathedraal is al deels vernield

Zoals gebruikelijk mochten de veroveraars de stad nadien plunderen en brandschatten. Dat lijkt voor ons barbaars, maar was toen een algemeen aanvaarde oorlogspraktijk ('usance de bonne anchienne guerre'). Overigens werd het leven van de inwoners gespaard. Meteen na de verovering begon men met de verwoesting van de verdedigingswerken, ook weer niet uitzonderlijk. Wel uiterst ongewoon was de methodische afbraak van de complete stad, kathedraal en bisschoppelijk paleis incluis. Dat was haast een unicum in de West-Europese geschiedenis en de algehele afbraak van Terwaan werd zelfs vergeleken met Carthago.

Thérouanne. Merk het verschil tussen het hedendaagse dorp (L) en de verdwenen Middeleeuwse stad (R). Schuif je cursor heen en weer.
Mandement van Karel V, 11 juli 1553

Het was keizer Karel V, wellicht ingefluisterd door de rancuneuze Adriaan van Croy, die het uitzonderlijke bevel gaf de stad helemaal van de kaart te vegen en tot op de laatste steen af te breken.

“Op ons verzoek worden tweeduizend pioniers (= genie-arbeiders) ter beschikking gesteld om te assisteren bij de sloop van de stad en het fort van Thérouenne.” Hij vraagt ook aan de lokale overheden om handarbeiders te leveren die kunnen helpen bij de afbraakwerken. “Dat is onze wens. Uitgevaardigd in onze stad Brussel… op de 11de dag van juli van het jaar 1553.”

Ook Maria van Hongarije, zus van de keizer én landvoogdes der Nederlanden, was van mening "dat de genoemde stad (= Terwaan) volledig en snel diende gesloopt te worden."

Oude prent met zicht op de stad Thérouanne

Tot de laatste steen

Omdat de beschikbare pioniers niet volstonden om de sloop snel tot een goed einde te brengen – men wou vermijden dat de Franse koning de stad terug zou veroveren en heropbouwen – werden ook uit de omliggende gebieden duizenden mankrachten gerecruteerd.

De lokale bevolking uit de dorpen en steden rondom Terwaan, die vaak hadden geleden onder de plundertochten van Franse troepen, kwam maar al te graag helpen bij de afbraak van de vermaledijde Franse stad, vooral omdat ze al de stenen, houten balken en andere bouwmaterialen konden recupereren. Getuigen vertellen dat tijdens de afbraakperiode de wagens, volgeladen met materialen, uit de stad wegreden naar de dorpen om dan leeg terug te komen en opnieuw te worden volgeladen. Terwaan was als het ware een gratis steengroeve.

Niet alleen particulieren, ook de stadsmagistraat van de naburige stad Saint-Omer kwam zich bevoorraden: plaveisels en stenen uit Thérouanne werden herbruikt bij de aanleg van de nieuwe fortificaties van Saint-Omer.

Ruïnes van het kasteel van Hesdin (oude postkaart)

Rond 20 augustus was de sloop grotendeels voltooid: Thérouanne of Terwaan was letterlijk met de grond gelijk gemaakt. Volledigheidshalve moeten we eraan toevoegen dat het iets zuidelijker gelegen kasteel van Hesdin eenzelfde lot beschoren was: het werd tijdens de militaire campagne van 1553 ook veroverd en gesloopt, maar niet zo grondig als Terwaan. Tot op heden staan er in Vieil Hesdin nog muurresten rechtop.

Adriaan van Croy zou de afbraak van het verdoemde Terwaan niet meemaken. Hij stierf enkele weken voordien in het legerkamp aan een slepende ziekte.

Plan van Thérouanne, 1730. Van de stad resten alleen de omtrekken van de omwalling en wat vage ruïneheuvels

De stad zou nooit meer worden opgebouwd. Een reiziger die een jaar later in de streek passeert, schrijft dat er niets meer te zien is "dan eenen hoop quade steenen." Aan de zuidkant ontstaat later wel terug een kleine woonkern, het huidige dorpje Thérouanne.

Het eens zo rijke bisdom werd opgedeeld tussen de nieuwe Franse bisdommen Saint-Omer en Boulogne en een nieuw te stichten bisdom aan Vlaamse zijde. De keuze viel op Ieper, dat de voorbije jaren al geruime tijd de bisschop en zijn staf gehuisvest had. Veurne, dat zich ook kandidaat had gesteld als bisschopszetel, viste achter het net.

Kathedraal Notre-Dame van Thérouanne, hypothetische reconstructie
Tekening van de kathedraal, ca. 1539

Kathedraal Notre-Dame

Zoals gezegd werd de kathedraal Notre-Dame van Thérouanne, die al zwaar had geleden onder de beschietingen, nadien tot op de fundamenten afgebroken.

De kathedraal was in de 13de eeuw in de gotische stijl herbouwd. Oude prenten tonen een typisch gotische kerk met een uitgebouwd koor, een toren met spits en een schip met zijbeuken en luchtbogen. Spijtig genoeg zijn er niet veel betrouwbare voorstellingen van de kathedraal bewaard gebleven. Het blijft gissen hoe de kerk er precies uitzag, maar het moet zeker een imposant bouwwerk geweest zijn. Op basis van de opgravingen mag men veronderstellen dat de kerk ongeveer 80 meter lang was en zo’n 50 meter breed.

Beeldengroep Grand Dieu de Thérouanne

Het portaal van de zuidelijke dwarsbeuk was rijkelijk voorzien van beeldhouwwerk. Eén sculpturaal ensemble is bewaard gebleven in Saint-Omer en staat bekend als de Grand Dieu de Thérouanne: een monumentale Christus, gezeten op een troon bij het Laatste Oordeel, geflankeerd door een knielende Maria en Johannes.

Liggende Christus

In Thérouanne bewaart men naast kleinere fragmenten nog een beeld van een liggende, dode Christus, een zogenaamde Gisant. Ook in andere collecties, o.m. in Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten, zijn beelden bekend die afkomstig zijn van de verdwenen kathedraal van Terwaan.

Doxaal

In de kathedraal stond ook een doxaal, een gesculpteerde koorafscheiding. Deze zou verplaatst zijn naar de kerk van Saint-Vaast in het Noord-Franse Lynde en doet daar nu dienst als tribune voor het orgel. Of dit klopt is niet helemaal zeker. Elders wordt geopperd dat het doxaal van Lynde afkomstig is uit de Benedictijner abdij van Ham-en-Artois.

Hoe dan ook: de Notre-Dame van Thérouane moet een indrukwekkend bedehuis zijn geweest, dat in de gespecialiseerde literatuur qua architectuur wel eens vergeleken wordt met de kathedralen van Amiens en Saint-Omer. We kunnen ons alleen maar een hypothetische voorstelling maken van dit vernielde architecturaal meesterwerk.


Dank

Met dank aan Pieter Martens, architectuur-historicus KULeuven, voor de uitgebreide documentatie en illustraties, Alain Chevalier, burgemeester van Thérouanne, voor de ontvangst, Ivan Vanherpe, westhoek.net, voor bijkomende informatie, en Wies De Vos, voor de reconstructietekening van de kathedraal.


VRTNU VRTNU VRTNU