Spring naar inhoud
tot 23 mei op vrt nu

Terug naar Rwanda

Bekijk Terug naar Rwanda op

Vijf persoonlijke verhalen over de Rwandese genocide.

Op 6 april 2019 is het precies 25 jaar geleden dat het vliegtuig van de Rwandese president Habyarimana werd neergeschoten en de genocide in Rwanda begon. In het ogenschijnlijk paradijselijke land met zijn duizend heuvels werden op 100 dagen naar schatting 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord.

De documentaire reeks Terug naar Rwanda vertelt het drama van de Rwandese genocide aan de hand van vijf concrete, persoonlijke verhalen. Elke aflevering portretteert mensen die de genocide hebben meegemaakt en hetzelfde verleden delen, maar het beleefden vanuit een ander standpunt. Telkens wordt er toegewerkt naar een ontmoeting of confrontatie tussen de betrokkenen.

Door de bepalende invloed die de getuigen op elkaars leven hebben gehad – vaak een kwestie van leven en dood – is het niet te voorspellen hoe ze bij die ontmoeting zullen reageren. Biedt de confrontatie een antwoord op de vragen waar ze al die tijd mee kampten? Is er toenadering mogelijk tussen de betrokkenen? Kan de ontmoeting hun hart verlichten?

Het klooster van zuster Maria

Onverwerkt verleden

De gruwel van de volkerenmoord heeft het leven en de identiteit van de getuigen zo sterk beïnvloed dat niemand van hen kan of wil loskomen van dat verleden, zelfs al is de pijn altijd zwaar om dragen. Kan er in die persoonlijke worsteling een kentering komen wanneer de betrokkenen oog in oog staan met de personen die hun leven zo ingrijpend hebben bepaald?

De verhalen beginnen altijd in België, dikwijls met mensen uit de Rwandese diaspora. Met hen reizen de makers naar Rwanda. Sommigen keren nu pas voor de eerste keer sinds de genocide terug. Zoals enkele voormalige Belgische paracommando’s, stoere kerels, die nog altijd ineenkrimpen als ze geconfronteerd worden met wat er in 1994 is gebeurd.

Yvonne

Persoonlijke verhalen

De makers hebben gekozen voor persoonlijke verhalen en zitten daarbij dicht op de huid van de getuigen. Ze schetsen wie ze waren voor de genocide, laten hen vertellen hoe ze de tragedie hebben beleefd en hoe hun leven sindsdien is geëvolueerd. Centraal in de afleveringen staan de ontmoetingen, soms op de plaats waar het drama zich heeft afgespeeld.

De vijf verhalen zijn samen exemplarisch voor het grotere verhaal van de Rwandese genocide. De makers willen niet de ultieme waarheid achterhalen van wat er is gebeurd, maar iedereen bewust maken van de gruwel die zich destijds heeft afgespeeld. Of zoals de Amerikaanse schrijfster Susan Sontag het treffend verwoordde: “Uiteindelijk gaat het hier niet om oordelen. Het gaat om begrijpen. Proberen te begrijpen wat zich in Rwanda heeft afgespeeld is een pijnlijke taak die we niet uit de weg mogen gaan. Niet als we volwassenen met een geweten zijn.”

1. Régine en de moordenaars

1. Régine en de moordenaars

Régine Bategure wist in 1994 ternauwernood aan de dood te ontsnappen, en bouwde nadien een nieuw leven op in België. Haar oudste dochter Katia noemde ze naar haar geliefde nicht, die voor haar ogen stierf. Ze keert terug naar Rwanda om de moordenaars van haar familie te confronteren met hun daden.

Régine onderneemt de reis samen met haar dochter, om haar te tonen waar haar geschiedenis ligt, en haar vragen te beantwoorden. Want wat vertelt een moeder in godsnaam aan haar dochter over die verschrikkelijke genocide? En zal ze zelf een antwoord krijgen en gemoedsrust vinden door de confrontatie met de moordenaars?


2. De moord op de tien Belgische blauwhelmen

2. De moord op de tien Belgische blauwhelmen

Op 7 april 1994 werden in Rwanda tien Belgische Blauwhelmen vermoord. Hun verhaal wordt verteld door Pierre-Henri en Sandrine, de zoon en de weduwe van Thierry Lotin, de luitenant van de vermoorde paracommando’s. Ze bezoeken mensen en plaatsen die een rol hebben gespeeld bij de dood van Lotin en zijn negen kameraden: de plek waar het vliegtuig van president Habyarimana is neergestort en Camp Kigali, waar de para's werden vermoord.

Uiteindelijk ontmoeten ze kolonel Luc Marchal, de man die destijds het bevel voerde over het contingent blauwhelmen in Kigali en vaak als zondebok wordt beschouwd bij het drama met de para’s.


3. De tragedie van Don Bosco

3. De tragedie van Don Bosco

Het drama van Don Bosco is het verhaal van meer dan 2000 Rwandezen die bij het begin van de genocide bescherming zochten bij Belgische militairen in de Don Bosco-School in Kigali. Toen de Belgische militairen zich terugtrokken, werden deze vluchtelingen aan hun lot overgelaten en vielen ze ten prooi aan de Hutu-milities. Amper een honderdtal mensen overleefden dit drama.

Appoline en Yvonne zijn twee jeugdvriendinnen die de tragedie hebben overleefd. In de school nemen ze plaats tegenover Dominique en Pascal, twee voormalige Belgische paracommando’s die in april 1994 in Don Bosco gekazerneerd waren. Ze keren voor het eerst terug naar Rwanda. Al 25 jaar zitten ze met een schuldgevoel over wat er destijds is gebeurd.


4. Imana en haar vader

4. Imana en haar vader

De Belgisch veldloopkampioene Imana Truyers ontsnapte bij mirakel aan de Rwandese genocide. Ze werd geboren in een vluchtelingenkamp in Kigali, haar moeder overleed vlak na de geboorte. Ook Imana is zwak: ze is te vroeg geboren en krijgt malaria. De redding komt van de Belgische missiezuster Maria Vanherk, die zich over het kind ontfermt. Net voor de genocide uitbreekt, zet ze Imana op een vlucht richting België. Daar wordt ze geadopteerd door de familie Truyers. In het weeshuis waar het meisje verbleef, worden niet veel later alle kinderen onthoofd.

De afgelopen jaren ontdekte Imana dat ze nog een familie heeft in Rwanda. In deze aflevering zal ze voor het eerst haar biologische vader ontmoeten. Helaas is de man niet ongeschonden uit de genocide gekomen en is zijn mentale gezondheid labiel.


5. De lange weg naar de verzoening

5. De lange weg naar de verzoening

In de laatste aflevering van de reeks zien we hoe Rwandese jongeren, in Rwanda én in België, kijken naar de gruwelijke geschiedenis van hun land. Tegelijkertijd richten ze hun blik op de toekomst. Amanda ontmoet de Hutu-jongen die haar destijds als kind redde, terwijl hij zelf toch ook zware misdrijven pleegde. Victor was getuige van verschrikkelijke moorden die hem tot op vandaag achtervolgen. Allebei proberen ze in het reine te komen met hun verleden. Dat doen ze samen met Laurien, die al van de periode voor de genocide werkt aan verzoening tussen Rwandezen.


1. Régine en de moordenaars

Régine Bategure wist in 1994 ternauwernood aan de dood te ontsnappen, en bouwde nadien een nieuw leven op in België. Haar oudste dochter Katia noemde ze naar haar geliefde nicht, die voor haar ogen stierf. Ze keert terug naar Rwanda om de moordenaars van haar familie te confronteren met hun daden.

Régine onderneemt de reis samen met haar dochter, om haar te tonen waar haar geschiedenis ligt, en haar vragen te beantwoorden. Want wat vertelt een moeder in godsnaam aan haar dochter over die verschrikkelijke genocide? En zal ze zelf een antwoord krijgen en gemoedsrust vinden door de confrontatie met de moordenaars?

2. De moord op de tien Belgische blauwhelmen

Op 7 april 1994 werden in Rwanda tien Belgische Blauwhelmen vermoord. Hun verhaal wordt verteld door Pierre-Henri en Sandrine, de zoon en de weduwe van Thierry Lotin, de luitenant van de vermoorde paracommando’s. Ze bezoeken mensen en plaatsen die een rol hebben gespeeld bij de dood van Lotin en zijn negen kameraden: de plek waar het vliegtuig van president Habyarimana is neergestort en Camp Kigali, waar de para's werden vermoord.

Uiteindelijk ontmoeten ze kolonel Luc Marchal, de man die destijds het bevel voerde over het contingent blauwhelmen in Kigali en vaak als zondebok wordt beschouwd bij het drama met de para’s.

3. De tragedie van Don Bosco

Het drama van Don Bosco is het verhaal van meer dan 2000 Rwandezen die bij het begin van de genocide bescherming zochten bij Belgische militairen in de Don Bosco-School in Kigali. Toen de Belgische militairen zich terugtrokken, werden deze vluchtelingen aan hun lot overgelaten en vielen ze ten prooi aan de Hutu-milities. Amper een honderdtal mensen overleefden dit drama.

Appoline en Yvonne zijn twee jeugdvriendinnen die de tragedie hebben overleefd. In de school nemen ze plaats tegenover Dominique en Pascal, twee voormalige Belgische paracommando’s die in april 1994 in Don Bosco gekazerneerd waren. Ze keren voor het eerst terug naar Rwanda. Al 25 jaar zitten ze met een schuldgevoel over wat er destijds is gebeurd.

4. Imana en haar vader

De Belgisch veldloopkampioene Imana Truyers ontsnapte bij mirakel aan de Rwandese genocide. Ze werd geboren in een vluchtelingenkamp in Kigali, haar moeder overleed vlak na de geboorte. Ook Imana is zwak: ze is te vroeg geboren en krijgt malaria. De redding komt van de Belgische missiezuster Maria Vanherk, die zich over het kind ontfermt. Net voor de genocide uitbreekt, zet ze Imana op een vlucht richting België. Daar wordt ze geadopteerd door de familie Truyers. In het weeshuis waar het meisje verbleef, worden niet veel later alle kinderen onthoofd.

De afgelopen jaren ontdekte Imana dat ze nog een familie heeft in Rwanda. In deze aflevering zal ze voor het eerst haar biologische vader ontmoeten. Helaas is de man niet ongeschonden uit de genocide gekomen en is zijn mentale gezondheid labiel.

5. De lange weg naar de verzoening

In de laatste aflevering van de reeks zien we hoe Rwandese jongeren, in Rwanda én in België, kijken naar de gruwelijke geschiedenis van hun land. Tegelijkertijd richten ze hun blik op de toekomst. Amanda ontmoet de Hutu-jongen die haar destijds als kind redde, terwijl hij zelf toch ook zware misdrijven pleegde. Victor was getuige van verschrikkelijke moorden die hem tot op vandaag achtervolgen. Allebei proberen ze in het reine te komen met hun verleden. Dat doen ze samen met Laurien, die al van de periode voor de genocide werkt aan verzoening tussen Rwandezen.

VRTNU VRTNU VRTNU