Spring naar inhoud

Van Flagey tot Reyers

De architectuur van een omroepgebouw

geschreven op 07 januari 2016
Flageygebouw

Een omroepgebouw voor een groep radio- en televisiezenders is geen gewoon kantoor, geen fabriek, geen entertainmentcomplex, maar een gebouw dat een specifieke architectuur vereist, eigen aan de activiteiten die er plaats vinden. In dit overzicht bekijken we de architectuur van het omroepgebouw, zeg maar van Flagey tot Reyers.

Radio Belgique

De vroegste experimenten met radio-uitzendingen in België dateren al van voor de Eerste Wereldoorlog, maar het zou tot 1923 duren eer het eerste echte radiostation van start ging: Radio Bruxelles, al gauw omgedoopt tot Radio Belgique. Het was een initiatief van SBR, fabrikant van radiotoestellen. Radio Belgique zond uit vanuit een pand aan de Naamse Poort in Brussel. Voor concerten diende het vlakbij gelegen Théâtre Molière.

Bolwerkstraat. Boven het restaurant Elite was Radio Belgique gevestigd, later ook het NIR. Op de achtergrond zie je het Théâtre Molière.

De jaren '30: het NIR

In 1930 werd het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR/INR) opgericht naar Brits model. De openbare omroep nam de installaties en locaties van Radio Belgique aan de Naamse Poort over. De hoofdzetel was gevestigd boven een restaurant aan de Bolwerkstraat.

Al gauw werden plannen gemaakt om een nieuw radiohuis op te trekken. De Raad van Bestuur van het NIR/INR schreef in 1933 een architectuurwedstrijd uit voor het ontwerp van een nieuw omroepgebouw aan de vijvers van Elsene. Het gebouw moet aan zware technische eisen voldoen, wat de selectie moeilijk maakt. Er worden twee architectuurwedstrijden uitgeschreven (met o.a. Victor Horta en Henry Van de Velde in de jury) om een definitieve keuze te maken. Het is het ontwerp van de Brusselse architect Joseph Diongre dat uiteindelijk wordt uitgekozen. Enkele leden van de Raad van Bestuur vonden het ‘een mooie geluidsfabriek'.

Flageygebouw, eerste ontwerp van Joseph Diongre, 1933

Flagey

Op 3 november 1935 legt minister van PTT Paul-Henri Spaak de eerste steen van het nieuwe omroepgebouw aan de vijvers van Elsene, het latere Eugène Flageyplein. Dit was voor zijn tijd een ultra modern gebouw en het getuigt nog steeds van zeer grote kwaliteiten. Met het oog op verdere ontwikkelingen - het nieuwe medium televisie - worden enkele wijzigingen aangebracht aan het oorspronkelijke ontwerp, zoals de toren met zendmasten.

Flageygebouw, torenontwerp
Flageygebouw, ontwerp hal

Het Flageygebouw in pakketboot-stijl omvatte radiostudio's, kantoren en diverse concertzalen, die tot de beste van Europa behoorden. Tot de komst van de televisie deed het gebouw prima dienst. Maar toen het nieuwe medium in 1953 zijn intrede maakte, bleek het al snel te klein. Een visionaire Raad van Bestuur had jaren eerder grond naast het Flageygebouw voor de televisie gereserveerd, maar dat bood geen afdoende oplossing. Voor grote shows kon men na de Expo van '58 wel terecht in het Amerikaans Theater op de Heizel.

Flageygebouw

Reyerslaan

Er werd uitgekeken naar een nieuwe vestiging. Het oog van het NIR viel al snel op een groot terrein even verderop aan de Reyerslaan in Schaarbeek: de open vlakte van de oude Tir National. Hoewel velen van oordeel waren dat een voormalige executieplek (cfr. De Reyerslaan. Een site met een bewogen geschiedenis) niet geschikt was voor amusement, werd het militaire complex in 1963 toch gesloopt om plaats te ruimen voor de nieuwe gebouwen van de openbare omroep. Die heetten intussen BRT en RTB nadat het NIR/INR in 1960 in een Nederlandstalige en Franstalige vleugel was opgesplitst.

VRT-RTBF Omroepcentrum, Reyerslaan

Zaak was een juiste stijl en vooral een juiste architect te vinden om de plannen te ontwerpen. Voormalig directeur-generaal van de RTBF Robert Wangermée herinnert zich die zoektocht als “une affaire très belge”. De toenmalige Raad van Bestuur was netjes paritair verdeeld over de drie traditionele partijen en over beide taalgroepen. Resultaat van dit lappendeken was dat liefst 9 architecten werden aangesteld om iedereen tevreden te stellen. Voor de dagelijkse uitvoering werd nog een 10de architect opgetrommeld, een Joegoslaaf. Mogelijk ligt hierin de verklaring voor de strenge en volgens sommigen zelfs stalinistische structuur en look van de huidige VRT- en RTBF-gebouwen.

De eerste steenlegging vond plaats in 1964. Toenmalig voorzitter van de Raad van Bestuur Julien Kuypers hield daarbij een opvallende toespraak. “Wie een technisch gebouw als een omroepcentrum opricht, mag de toekomst ervan slechts op enkele tientallen jaren schatten”, klonk het. “In een tijd van elektronica, ruimtesatellieten en automatie bouwt men geen radio-TV-huis als een piramide van Cheops voor de eeuwigheid.”

Jaar na jaar werden nieuwe vleugels bijgebouwd. In 1968 verhuisden de televisiestudio’s van het Flageyplein naar de Reyerslaan. Later volgden de andere diensten. Tegen 1974 was de verhuis min of meer voltooid.

VRT-RTBF Omroepcentrum, Reyerslaan

De toren

Hoewel de zendtoren vandaag het icoon van de VRT vormt, werd die pas jaren later gebouwd. Aanvankelijk werden beeld en geluid doorgestraald via zenders op… het justitiepaleis in Brussel. Pas op het einde van de jaren '70 kregen de plannen voor de toren vorm. Eerst zou die 120 meter hoog worden. Maar daar stak de Regie der Luchtwegen een stokje voor. Reden was de nabijheid van de luchthaven van Zaventem. De toren moest daarom kleiner.

Het ontwerp van de zendtoren was van de hand van de Naamse architect Roger Bastin. Eerst werd de lange, smalle schacht geplaatst. De kenmerkende schotel werd niet bovenop de toren gebouwd maar wel beneden op de grond, rondom de schacht. Met hydraulische kabels zou die later naar boven worden getrokken. Deze werkwijze viel goedkoper uit dan klassieke bouwmethodes.

Hoe het nieuwe mediapark aan de Reyerslaan er in de toekomst zal gaan uitzien, weten we nog niet. Maar één ding is zeker: de iconische toren wordt behouden en zal als een lichtbaken boven de stad blijven uittorenen.

De VRT-toren mét verlichting
VRTNU VRTNU VRTNU