Spring naar inhoud

Ode aan de Andes

geschreven op 03 oktober 2019

‘Nog een laatste keer’, denk ik, terwijl ik me met m’n handen omhoog duw op enkele rotsen op het pad. Een zweetdruppel rolt van m’n voorhoofd en m’n voeten branden. Cédric loopt zwijgend achter me, maar aan z’n ademhaling hoor ik dat ook hij het zwaar heeft. ‘Het is hier zo warm!’, slaakt hij uiteindelijk. Het is inderdaad de warmte die ons verrast en de wandeling vandaag zo lastig maakt. Al maandenlang trekken we vaak meerdere dagen door de bergen, maar wilden we net door de koude in beweging blijven. Nu willen we ons het allerliefste neerploffen in de schaduw van een boom en ons drinkwater over ons hoofd gieten.

door Celine Willmore

‘Nog een laatste keer’, zeg ik nu luidop. ‘Komaan lief, nog een laatste keer wandelen we in het Andesgebergte!’ Bij m’n eigen woorden krijg ik een krop in m’n keel en ook Cédric wordt er stil van. Toen we besloten om een lange reis te maken, hadden we geen idee wat we gingen doen. We gingen beginnen in het zuidelijkste punt van Chili, voilà, dat was ons plan. Wat we erna gingen doen, wilden we op het moment zelf beslissen. Maar al heel snel merkten we beiden hoeveel we genoten van de bergen, het wandelen en het kamperen, van het unieke gevoel helemaal alleen ‘in the middle of nowhere’ te zijn. Het duurde dan ook niet lang voor ons plan groeide om het Andesgebergte te volgen, zover we konden.

En na zeven maanden staan we hier dan, in het midden van Colombia. Hier buigt de bergketen af naar Venezuela, het laatste land waar ie doorloopt voor hij even plots uit het landschap verdwijnt als hij is ontstaan. ‘Dit is het dan’, zeg ik, terwijl ik Cédric geëmotioneerd aankijk. Zeven maanden, waarin we met de bus en de boot doorheen vijf landen trokken, onze tent op idyllische plaatsen opzetten en de meest fantastische plekken bezochten.

‘Jullie hebben chance’, is wat we vaak horen. En dat IS ook zo. We hebben onnoemelijk veel geluk, dat we zo’n avontuur mogen beleven. We mogen onze pollekes kussen dat zoiets mogelijk is. Maar toch is zo’n lange reis met z’n tweeën, met een beperkt budget, veel meer dan alleen chance en maandenlang plezier. Zo’n reis is veel wachten en geduld hebben: de bus komt niet, of toch wel, maar hij heeft geen bumper en geen voorruit. Of de boot komt, midden in de nacht, drie uren te laat en iedereen is in slaap gevallen op de pikdonkere kade, want ook de elektriciteit viel uren geleden uit. Of de boot moet vol zitten voor we kunnen vertrekken en drie uren later zoeken we nog steeds twee passagiers. Daar zitten we dan wiebelend aan de kade in een snikhete boot onder de brandende zon, terwijl dezelfde CD al uren door de boxen knalt.

Het is ook relativeren en vooral veel lachen met onszelf: we dachten écht dat de achterbank van het overvolle mini-busje voor twee personen was. Maar nee hoor, twee personen plus een hond proppen zich nog op datzelfde bankje en binnen enkele minuten liggen ze ook nog eens op Cédric z’n schouder te slapen, drie uren lang, op de ongeasfalteerde hobbelbaan. Er is geen warm water in de douche, of plots is er helemaal geen water meer. Daar sta je dan, met zeep in je haar. Ook de afstanden hier zijn allemaal héél relatief: ‘Zo’n zes, zeven uurtjes met de bus, señorita’, zegt de vrouw aan het busloket me, tien uren later rijden we nog steeds door de bergen, geen stad in zicht.

Ook leren we de wereld door de ogen zien van de mensen die hier wonen: we wilden net onze tent opzetten in de natuur, toen een huilend meisje, een jaar of vijf, alleen in de bergen naar ons toe kwam. Ze vroeg ons of we haar schapen hadden gezien, ze was ze kwijtgeraakt en durfde niet meer naar huis. Haar vader zou haar straffen, huilde ze, want schapen waren alles wat ze hadden. Of de vele mensen in de bergen, die zonder radiator leven in de sneeuw en elke dag aardappelen en mais op het menu hebben, op die hoogte groeit niks anders.

Je overwint niet te berg, je overwint jezelf.

Ook leren we onszelf en elkaar beter kennen: we zijn 24/24 bij elkaar, in alle goeie, vermoeiende en lastige omstandigheden en dat is niet altijd gemakkelijk. We zijn twee verschillende mensen, hebben niet altijd allebei even goed geslapen en we kunnen niet altijd allebei iedere dag even goed met elke situatie om. We leren van elkaar en zien elkaar in veel meer verschillende omstandigheden dan we ervoor ooit ervaren hebben. We weten steeds beter wat we graag doen en waar we mee bezig willen zijn. We leren meer respect te hebben voor de natuur en onze planeet. Door met de bus en boot te reizen, zien we plots hoe groot de Aarde is en door zoveel te kamperen, leren we terug dichter bij de natuur te staan. En dat was iets wat wijzelf écht wel verleerd waren door in Parijs te wonen.

De Andes ligt nu sinds een weekje achter ons en we hebben op deze tocht zoveel geleerd, gezien en ervaren. De reis is voor ons nog niet gedaan maar bergketens als deze zullen we niet meer doorkruisen. Maar da’s niet erg want na zeven maanden beseffen we meer dan ooit dat het nooit de berg is die je overwint, je overwint altijd jezelf.

VRTNU VRTNU VRTNU