Spring naar inhoud

Waarom zouden we nog kinderen krijgen?

geschreven op 06 november 2015

Er zijn mensen genoeg. Er zijn zelfs te veel mensen om de aarde leefbaar te houden voor iedereen (en voor veel andere soorten dan de mens). Velen, zoals de oude Gentse filosoof Etienne Vermeersch, hameren al jaren op het spookbeeld van de overbevolking en pleiten voor drastische regulerende ingrepen om het aantal kinderen per gezin terug te drijven.

-Dirk Draulans, bioloog en redacteur van Knack-

Maar ze hoeven zich geen zorgen meer te maken: het aantal kinderen per gezin zakt vanzelf. In de 19de eeuw waren gezinnen met meer dan tien kinderen de regel. In 1970 was het gemiddeld aantal kinderen per vrouw wereldwijd gezakt naar vijf, en vandaag wordt afgeklokt op amper 2,3 – dat is, voor de duidelijkheid, Afrika en Azië inbegrepen. Zakken tot het evenwichtsniveau van gemiddeld 2,1 kinderen per vrouw, wat nog enkele decennia kan aanslepen, en de wereldbevolking zal alleen nog een beetje stijgen omdat mensen langer zullen leven.

Dat dalende kinderaantal is een vreemd biologisch gegeven, want in de biologie draait alles om het maximaal voortplanten van genen naar de volgende generaties. In principe zouden wij vandaag in staat zijn om tien kinderen per gezin in de volgende generatie af te leveren, maar toch gebeurt het niet. Een klassiek Belgisch gezin heeft nu gemiddeld minder dan twee kinderen, dus lager dan het niveau dat nodig is om de bevolking niet te laten afnemen.

Dat dalende kinderaantal is een vreemd biologisch gegeven, want in de biologie draait alles om het maximaal voortplanten van genen naar de volgende generaties.
Dirk Draulans

Het is ondertussen duidelijk dat de belangrijkste factor in de strijd tegen veel kinderen de strijd tegen armoede is. Verhoog de levensstandaard en zorg voor voldoende educatie voor jonge vrouwen, en het aantal kinderen dat ze zullen hebben daalt vanzelf. Dat wordt uiteraard mogelijk gemaakt door het feit dat er sinds een halve eeuw op grote schaal efficiënte voorbehoedsmiddelen beschikbaar zijn, die een onmiddellijk effect hadden op het aantal kinderen – het ultieme bewijs dat onze doorgedreven culturele ontwikkelingen in staat zijn om biologische basisbeginselen onder de mat te vegen en te overrulen.

Vroeger was een vrouw ofwel zwanger, ofwel zogend (of onvruchtbaar), vandaag is een stijgend aantal vrouwen kinderloos. In West-Europa zou tegenwoordig meer dan één vrouw op vijf geen kinderen hebben, de helft bewust, de helft omdat de omstandigheden niet mee wilden. De proportie kinderloosheid zou in de loop van de 20ste eeuw verdubbeld zijn. De kinderloze vrouw groeit uit tot een maatschappelijk thema, omdat ze op weerstand stuit. De Amerikaanse schrijfster Meghan Daum baarde opzien met haar recente analyse van kinderloosheid in een boek met als titel ‘Selfish, Shallow, Self-Absorbed’ (egoïstisch, oppervlakkig, zelfingenomen). Vorige maand werd in de Verenigde Staten de eerste The Not Mum Summit gehouden, een bijeenkomst van vrouwen zonder kinderen die onder meer het stigma rond kinderloosheid wilden bestrijden.

Hand in hand daarmee is er een opstoot van wetenschappelijke analysen die de vreugde van het hebben van kinderen in vraag stellen. Psycholoog Paul Verhaeghe van de UGent verraste door een interview in Knack met als titel ‘Er is geen enkel rationeel element om een relatie te beginnen’ te besluiten met: ‘Rationeel beschouwd bezorgt een kind je meer ellende dan iets anders. Daar zijn heel veel studies over. Mocht de beslissing om kinderen te krijgen alleen maar rationeel zijn, dan was het probleem van de exploderende wereldbevolking meteen van de baan.’.

Rationeel beschouwd bezorgt een kind je meer ellende dan iets anders.
Paul Verhaeghe

De cijfers zijn duidelijk: kinderen krijgen komt aan een zware kostprijs, zowel fysiek als financieel. Een kind grootbrengen kost tegenwoordig ongeveer 250.000 euro – dat is vergelijkbaar met een kleine woonst. De minimale kosten (zonder opvang of onderwijs) stijgen, volgens cijfers van de Gezinsbond, van gemiddeld 279 euro per maand voor een baby naar 651 euro voor een universiteitsstudent. De financiële beslommeringen nemen dus toe met de leeftijd van een kind, terwijl de fysieke druk afneemt. Zeker de eerste jaren kan een kind een zware belasting op de ouders leggen, al was het maar door het regelmatig doorbreken van de nachtrust.Het hoeft niet te verbazen dat er studies zijn, waarin het ouderschap (vooral van baby’s) als meer ontwrichtend voor individuen en relaties wordt getypeerd dan een scheiding, werkloosheid of zelfs het overlijden van een partner. De boodschap is duidelijk: kinderen maken een mens niet gelukkiger.

Het is evident dat niet alle studies tot dezelfde conclusies komen. Zeker psychologische en sociologische onderzoeken kunnen te lijden hebben van vooringenomenheid van wetenschappers die hun best doen om hun ideologische principes via zogenaamd onafhankelijk werk te verspreiden. Maar het was verbazingwekkend dat zowel het blad Psychology Today in de lente als New Scientist in de herfst uit een analyse besloot dat de studies die aan kinderen een geluksfactor voor de ouders toeschreven, kreunden onder statistische tekortkomingen. In het beste geval lijken kinderen geen effect te hebben op het geluksgevoel van ouders, in het slechtste geval verminderen ze het geluksgevoel.

Demografen van het gereputeerde Duitse Max Planck Instituut publiceerden onlangs een analyse in het vakblad Demography die besloot dat het stijgende aantal gezinnen met één kind een gevolg is van het gegeven dat ouders na hun eerste kind niet meer door dezelfde hel van een krijsende baby willen. Andere studies besloten dat hoe meer kinderen een koppel had, hoe ongelukkiger het doorgaans was. Psychologen gaan er van uit dat mensen notoir slecht zijn in het inschatten van wat hen gelukkig maakt, maar kinderen onderscheiden zich van bijvoorbeeld moto’s of dure handtassen door het feit dat ze niet zomaar opzij geschoven kunnen worden als blijkt dat ze niet doen voor je welbevinden wat je dacht dat ze zouden doen.

De vrouw wil meer aan zelfontplooiing denken, aan een loopbaan, aan gelukkig zijn, en niet per definitie aan het moederschap.
Dirk Draulans

Ook de financiële druk kan zwaar op een jong gezin wegen. In veel koppels gaan de meeste ruzies over aspecten die met de kinderen te maken hebben, en druk op een koppel als gevolg van chronische vermoeidheid helpt niet. Grootouders zijn doorgaans gelukkiger met hun kleinkinderen dan ouders met hun kinderen, maar de grootouder als opvangoplossing komt eveneens onder druk te staan nu veel gepensioneerden zich manifesteren als actieve senioren die meer met zichzelf bezig willen zijn dan met de kinderen van hun kinderen.

Het inzicht van bewust dalende kinderaantallen sluit naadloos aan bij de stelling dat mensen geen aangeboren drive hebben om kinderen te krijgen. De natuur heeft mensen via het passieve proces van natuurlijke selectie wel geprogrammeerd om seks te hebben, want seks is plezant (om de kans op kinderen te verhogen). Vroeger maakte dat niet zoveel uit, want vrouwen zouden in een wereld zonder anticonceptie toch zwanger worden, maar nu de moderne wereld vrouwen de kans gegeven heeft om het krijgen van kinderen uit te stellen, wordt daar massaal gebruik van gemaakt. De vrouw wil meer aan zelfontplooiing denken, aan een loopbaan, aan gelukkig zijn, en niet per definitie aan het moederschap. Moeder de vrouw is niet langer een biologische vanzelfsprekendheid.

Tot slot een waarschuwing om verwarring te vermijden: gelukkig zijn mag niet gelijk gesteld worden aan liefde. De meeste moeders koesteren een onvoorwaardelijke liefde voor hun kinderen, gestuurd door sterke hormonale prikkels, en hoe minder kinderen, hoe groter doorgaans de liefde voor elk kind. Dat geldt zelfs als ze er niet gelukkiger van worden. Voor vaders gaat hetzelfde op als ze zich actief voor de kinderen engageren. Liefde en geluk zijn twee aspecten van het oudergevoel die door verschillende chemische circuits in de hersenen gereguleerd worden. Het is zelden eenvoudig in ons hoofd.

Dirk Draulans, bioloog en redacteur van Knack

VRTNU VRTNU VRTNU