Spring naar inhoud

Tim Adriaens over de hoogveenglanslibel

Ode Aan Wat Verdwijnt

geschreven op 07 februari 2019

De libel met de bedrieglijke naam

De hoogveenglanslibel is een wat vreemde glanslibel want eigenlijk glanst ze niet. Ze heeft smaragdgroene ogen maar is voor de rest dof zwart. Als libellenliefhebber heb ik goede herinneringen aan het vangen van hoogveenglanslibellen. Je moet een geschikte vangplek zoeken, ergens waar mannetjes op twee meter hoogte langs een vaste route patrouilleren om laag vliegende vrouwtjes te verschalken. Je hurkt daar neer en wacht tot ze recht boven je vliegen.

Als libellenliefhebber heb ik goede herinneringen aan het vangen van hoogveenglanslibellen.

Eén zwaai met het vlindernet later kon je ze dan vangen, met een stift op de vleugels merken en weer loslaten. Dat is een beproefde methode om het aantal dieren in een populatie te bepalen. De aantallen waren altijd zeer laag.

De larven van de hoogveenglanslibel leven in kleine veenputjes en veenslenken. In deze poeltjes met “veenmossoep”, zompig en zonder veel open water, kruipen ze wat rond, door de koude tot niet veel meer in staat dan korte uitstapjes. Als ze zich bedreigd voelen, houden ze zich dood en vertrouwen ze op hun schutkleuren. Door het koude water duurt het maar liefst drie jaar (vaak nog langer!), vooraleer de kleine, sterk behaarde larve groot genoeg is om zich tot volwassen libel te ontwikkelen. De soort is bedreigd door haar afhankelijkheid van deze gespecialiseerde habitat. Op de plekken in laaglandgebieden waar ze nog voorkomt, verdrogen haar leefgebieden door extreem droge zomers.

Tim Adriaens is onderzoeker aan het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek. Werkzaam bij de afdeling Beheer en Duurzaam Gebruik, onderzoekgroep Faunabeheer, is hij het centrale aanspreekpunt en coördineert hij de activiteiten rond invasieve soorten binnen de wetenschappelijke gemeenschap op het instituut.

VRTNU VRTNU VRTNU