Spring naar inhoud

Jan Bosselaers over de reuzenoorworm

Ode Aan Wat Verdwijnt

geschreven op 12 februari 2019

Een reus op Sint Helena

In de 18e eeuw beschreef de beroemde Deense entomoloog Johann Christian Fabricius zeventien soorten oorwormen uit de hele wereld. Eén daarvan was een echt wonder: de reuzenoorworm van Sint Helena. De Labidura herculeana kon wel acht centimeter lang worden! "Gigas in hoc genere" lezen we op bladzijde 185 van zijn "Supplementum Entomologiae Systematicae": "een reus binnen deze soort". Bovendien kwam de reuzenoorworm alleen voor op het piepkleine, afgelegen eiland Sint Helena, midden in de Atlantische Oceaan. De minste verandering in zijn omgeving stuurt zo'n dier richting uitgang, zoals gebeurd is met de iconische dodo van Mauritius. Net zoals de dodo kan de reuzenoorworm trouwens niet vliegen. Er was dus geen plan B.

Door de toegenomen scheepvaart werden vreemde soorten binnengebracht op het eiland. Niet alleen Napoleon, maar ook ratten, bidsprinkhanen en duizendpoten

het eiland Sint Helena, verbanningsoord van Napoleon, en thuisbasis van de reuzenoorworm

Zoals te verwachten kwam er heel wat verandering op Sint Helena. Door de toegenomen scheepvaart werden vreemde soorten binnengebracht op het eiland. Niet alleen Napoleon, maar ook ratten, bidsprinkhanen en duizendpoten. Ze openden de jacht op de lekkere oorworm en concurreerden er hevig mee voor voedsel. De menselijke activiteit beperkte zich niet tot het invoeren van ongewenste gasten. De rotsblokken waaronder de reuzenoorworm zijn holen groef werden massaal afgevoerd voor constructiewerkzaamheden. De bossen waar het dier zich schuilhield werden gekapt en ook de vogelkolonies waar de oorworm mee samenleefde verdwenen geleidelijk.

Jan Bosselaers

In 1967 vond de Belg Dr. Narcisse Leleup de laatste levende exemplaren op Horse Point Plain, in het uiterste Noordoosten van het eiland. Nieuwe expedities in 1988, 1993, 1995, 2000 en 2003 vonden geen spoor meer van het dier. In 2014 werd de reuzenoorworm van Sint Helena officieel uitgestorven verklaard, samen met 21 andere diersoorten (twee soorten per jaar is het normale gemiddelde). In 2015 werd op het voormalige leefgebied van de reuzenoorworm een vliegveld aangelegd. Al wat er van het Labidura herculeana overblijft zijn museumexemplaren en een postzegel.

Al wat er van de Labidura herculeana overblijft zijn museumexemplaren en een postzegel.

En mocht er, zoals sommige specialisten hopen, toch nog ergens op het eiland een kleine populatie overleven: klimaatverandering is niet gunstig voor ondergronds levende dieren. Die zijn doorgaans afhankelijk geworden van een vrij constante temperatuur.

*Jan Bosselaers is bioloog en werkt in de farmaceutische industrie. Hij doet research voor het Afrikamuseum in Tervuren. Zijn website getuigt van zijn fascinatie voor spinnen en myxomycetes.

VRTNU VRTNU VRTNU