Spring naar inhoud

Sinterklaas & Zwarte Piet

De waarachtige geschiedenis

Sint Nikolaas en zijn knecht - © dbnl
geschreven op 04 december 2017
Nostalgie

Toen mijn kinderen nog jong waren, was de nacht van 5 op 6 december altijd een spannend moment in ons gezin. Zoon en dochterlief gingen vol verwachting slapen na een laatste Sinterklaasliedje gezongen te hebben bij de haard, weliswaar een gesloten houtkachel. Hoe Piet daar ooit kon door geraken! Gelukkig stelden ze zich daar geen vragen bij. Nadat mijn echtgenote en ondergetekende met zekerheid hadden vastgesteld dat onze kroost wel degelijk in de armen van Morpheus lag, was het onze beurt. We kraakten de fles champagne die onze kinderen die avond hadden klaargezet op ons aanraden (“Ja, haal maar zo’n fles uit de koelkast. De Sint drinkt dat graag…”) en stalden de cadeautjes uit, strooiden pepernoten en mandarijntjes over het tapijt, zetten chocolade ventjes, marsepeinen varkentjes en suikergoed neer - buiten bereik van onze twee huiskatten - en schreven een brief in het mooiste krullerige Sintengeschrift.

Nostalgische herinneringen, die teruggaan op oude tradities, christelijke folklore, kinderlijk bijgeloof… Maar wat is de waarachtige geschiedenis achter die Sinterklaas en Zwarte Piet? Wij gingen te rade bij het Sint-Nicolaasgenootschap, dat zijn zetel heeft - hoe kan het ook anders! - in de stad Sint-Niklaas. Luc Vermeulen, documentatiebeheerder van het achtbare genootschap, staat me uitvoerig te woord. En zijn woorden worden historisch onderbouwd door pater Gerardo Cioffari o.p. uit Bari, Italië

Nicolaas van Myra
Nicolaas van Myra

De geschiedenis achter de figuur van Sinterklaas ofte de Heilige Nicolaas van Myra is intussen grondig bestudeerd: Nicolaas werd geboren omstreeks 280 in Patara, een kuststad in de landstreek Lycia, in de huidige Turkse provincie Antalya. Hij groeide op in een bemiddelde familie die zich bekeerde tot het christendom, wat in die tijd niet evident was. Christenen hadden immers zwaar te lijden onder de vervolgingen door de Romeinse keizers Diocletianus en Galerius. Nicolaas werd in het begin van de 4de eeuw aangesteld tot bisschop van het naburige Myra, nu de stad Demre. Wanneer keizer Constantijn in 313 met het Edict van Milaan godsdienstvrijheid toestond, werd de toekomst voor Nicolaas rooskleuriger. Mogelijk zou hij als bisschop deelgenomen hebben aan het belangrijke Concilie van Nicea (325). Hij overleed op een 6de december, ergens rond het jaar 340.

Al gauw ontstond er een cultus rond zijn figuur. Allerlei verhalen en legendes deden de ronde en Nicolaas kreeg een heiligenstatus. Overigens groeide een heiligverklaring in die tijden spontaan en werd het pas later door de kerk geofficialiseerd. De verering van Nicolaas verspreidde zich over het Byzantijnse Oost-Romeinse rijk en via Griekenland tot in Zuid-Italië. Mogelijk zorgden Vikingen en Normandische soldaten in Byzantijnse dienst, de zogenaamde Varangiaanse Garde, voor de verspreiding van de Nicolaascultus over West-Europa. In elk geval weten we dat Nicolaas reeds in de Ottoonse tijd (ca. 1000) in de Germaanse landen werd aanbeden. De Duitse keizer Otto II was niet toevallig gehuwd met een Byzantijnse prinses.

Basilica di San Nicola, Bari
Van Myra naar Bari

Een cruciaal sleutelmoment in de verering van Nicolaas was de ‘translatio’ van zijn relieken uit Myra naar het Zuid-Italiaanse Bari in het jaar 1087. Het waren Italiaanse zeevaarders en kooplieden die het gebeente overbrachten naar Bari, waar het nu nog altijd bewaard wordt in de Romaanse Basilica di San Nicola. Waren de relieken in gevaar door oprukkende moslims? Of wilden de inwoners van Bari - net zoals de Venetianen met hun San Marco - gewoon een graantje meepikken van de lucratieve reliekenverering en de horden pelgrims die daarop afkwamen? Wat er ook van zij, vanaf dan wordt Nicolaas nog populairder in West-Europa en ook in de Nederlanden, getuige de vele kerken die gewijd zijn aan Sint-Niklaas en de voor- en familienamen die op hem teruggaan: Nicolaas, Nico, Nick, Nicole, Klaas, Claus, Claes, Claessen

In oktober 2017 beweerden Turkse archeologen dat zij het échte graf van Nicolaas zouden ontdekt hebben in Demre (Myra), m.a.w. in Bari zouden de verkeerde relieken liggen. Of dit klopt moet verder onderzoek uitwijzen.

Gerard David, Legende van Sint-Nicolaas
Kindervriend

In de vroege Middeleeuwen wordt Sint-Niklaas nog niet gezien als dé kindervriend zoals wij hem nu kennen. Hij wordt vereerd en aanroepen voor allerlei zaken en gezien als de patroon van zeelieden, handelaars, bankiers, gevangenen, huwbare meisjes, studenten enzovoort. Dat hij specifiek met kinderen in verband wordt gebracht heeft te maken met foute interpretaties van oude legendes. Zo zou Nicolaas ooit drie vermoorde theologiestudenten tot leven hebben gewekt, nadat ze door een herbergier in stukken waren gehakt en in een pekelton verborgen. In de legende werden zij omschreven als ‘innocenti’, d.i. onschuldigen. In de loop der tijden is dit gelinkt aan de ‘onschuldige kinderen’ en zo werd Nicolaas patroon van de kinderen.

Emil Doepler, Wodan - Die Wilde Jagd
Germaanse roots

Hoe kwam de traditie tot stand dat Sint-Niklaas geschenken en snoepgoed brengt voor de kinderen? Mogelijk kunnen we dit verklaren door parallellen met oude Germaanse verhalen rond de figuur van Wodan, de oppergod. Wodan, voorgesteld als een oudere man met een lange witte baard, een ruime mantel en een lans, rijdend op een paard door de hemel (cfr. Sint-Niklaas te paard in bisschopsgewaad met kromstaf, rijdend op de daken), schonk zaden en vruchten aan de mensen die offers brachten bij het haardvuur, dat de verbinding vormde tussen hemel en aarde. En die offergaven, bijvoorbeeld een wortel of een biet, werden bij voorkeur aangeboden in een lege schoen of kous. Toen de Heilige Nicolaas populair werd in onze streken werden de heidense tradities rond Wodan als het ware gekerstend en gekoppeld aan de verhalen rond Nicolaas.

Jan Steen, Sint-Nicolaasfeest
Appeltjes van oranje

Dat hem in onze streken een Spaanse afkomst werd toegedicht, had te maken met het feit dat Zuid-Italië, waar zijn gebeente werd vereerd, indertijd deel uitmaakte van het Spaanse rijk. Keizer Karel V en zijn zoon Filips II waren naast koning van Spanje ook heerser over het Rijk der Beide Siciliën, zoals het toen genoemd werd. Vandaar dat de stoomboot uit Spanje komt. En de ‘appeltjes van oranje’, sinaasappelen en mandarijntjes zijn makkelijk te verklaren: zij zijn het Spaanse equivalent van de vruchten van Wodan, de appels die werden uitgedeeld.

Het kan vreemd lijken dat Sinterklaas zo geliefd is in Nederland, toch grotendeels een calvinistisch land. Nu is het wel zo dat de calvinisten gepoogd hebben om de Sinterklaastraditie af te schaffen als katholiek bijgeloof. In Delft bijvoorbeeld werd in 1600 het feest gewoon verboden. Ook elders waren er dergelijke pogingen. “Wat is dit anders dan afgodendienst?” schreef een 17de-eeuwse protestantse dominee. Maar Sinterklaas overleefde! Een eeuwenoude traditie kan je niet zomaar tenietdoen.

Onze Sinterklaas werd door Hollandse migranten naar Amerika gebracht, waar hij verbasterde tot de Amerikaanse kerstman aka Santa Claus. Vreemd genoeg doet dit alter ego nu in Europa zijn origineel archetype concurrentie aan.

Heilig of niet?

Vaak hoor je zeggen dat Sint-Niklaas door de kerk van de lijst der heiligen is geschrapt. Dat klopt echter niet. Na het Tweede Vaticaans Concilie is de heiligenkalender wel grondig gewijzigd en opgeschoond. Oude vergeten namen, twijfelachtige figuren of heiligen met alleen lokaal belang werden geschrapt van de universele heiligenkalender, d.w.z. met heiligen die wereldwijd erkend worden. Maar Nicolaas blijft wel een heilige, die in kerken kan vereerd en aanbeden worden. In de praktijk verandert er weinig: bisdommen waar Sint-Niklaas populair is, of parochies met Sint-Niklaas als patroonheilige zullen op 6 december het feest vieren zoals vanouds.

Nikolaas met Ruprecht en Krampus
Zwarte Piet

Hoe zit het nu met Zwarte Piet? We gaan ons niet mengen in de Pietenpact-discussie of het uiterlijk van Piet nu al dan niet een racistische ondertoon heeft, of Piet pikzwart moet zijn, dan wel zwart met roetvegen of welke kleur ook. Wij willen even nagaan waar de figuur van deze knecht vandaan komt. Is het een historische figuur, zoals Sint-Nicolaas, of een folkloristisch verzinsel? Misschien brengt het uiteindelijk ook iets bij aan de hogervermelde Pietenkwestie, want de geschiedenis - of ze nu politiek-correct is of niet - heeft ook zijn rechten.

In de oudste legenden over Nicolaas van Myra (de zogenaamde Vitae en de Legenda Aurea) is er geen sprake van een zwarte knecht. Die duikt pas later op in de West-Europese Sint-Niklaastraditie. Mogelijk beïnvloed door de heidense legenden rond de god Wodan wordt Nicolaas wel eens afgebeeld met een zwarte begeleider. Wodan had een groep van zwarte krijgers die hem vergezelden op zijn Wilde Jacht, zijn tocht door de hemelen.

De zwarte gezel van de Sint had niets van doen had met Afrikanen. In Frankrijk evolueert hij tot Père Fouettard. In Duitstalige landen is het Knecht Ruprecht die de Sint begeleidt. Soms duikt ook de demon Krampus op. Meestal zijn deze gezellen bruin of zwart van huidskleur, donker gekleed en soms regelrecht angstaanjagend met horens en bokkenpoten, gewapend met een roede, gesels of kettingen. Ze zijn als het ware de boosaardige antipode van de kindvriendelijke Sint-Niklaas.

Jan Schenkman, Sint Nikolaas en zijn knecht
Sint en zijn knecht

In onze streken wordt Zwarte Piet voor het eerst afgebeeld in het prentenboek Sint Nikolaas en zijn Knecht van de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman uit 1850. Sinterklaas wordt voorgesteld als een statige bisschop met een zwarte helper, maar deze heeft nog geen opvallend pagekostuum en ook geen naam. Pas in 1859 wordt hij Piet genoemd. Als knecht van de Sint moet hij het paard vasthouden en dus krijgt hij het uiterlijk van een page, met een pofbroek, een kleurrijke wambuis, een brede kanten kraag en een muts met pluimen. Met zijn roe kan hij ook wel straffend optreden, maar hij is toch veel minder afschrikwekkend dan zijn ongure Franse en Duitse collega’s.

Jan Mostaert, Portret van een Afrikaanse man
Zwarte soldaat

Is deze Zwarte Piet ontsproten aan de fantasie van Jan Schenkman en co of borduurt hij verder op oudere voorstellingswijzen? Er bestaan alleszins iconografische voorbeelden van gelijkende figuren, bijvoorbeeld op een schilderij uit 1520 van Jan Mostaert dat een Afrikaanse man voorstelt. Wim Pijbes van het Amsterdamse Rijksmuseum, waar het paneel hangt, noemt hem ‘de oudste Zwarte Piet’: “Met die slappe baret en zijn fluwelen jasje zou hij zo mee kunnen lopen in de Sinterklaasoptocht.” Wie hier precies wordt afgebeeld is voorwerp van discussie. Pijbes vermoedt dat het gaat om een zwarte soldaat uit de entourage van keizer Karel V. Marie-José Govers, een mediëviste, houdt het op de Heilige Mauritius, die traditioneel werd voorgesteld als een donkerkleurige ridder.

Sinterklaas en Zwarte Piet in de film 'Ay Ramon!'
Slaaf of roetpiet?

Aanvankelijk is er geen rechtstreekse verwijzing dat Piet een zwarte slaaf zou zijn, maar - vooral in Nederland - ging hij meer en meer lijken op een Surinamer met een pikzwarte huid, dikke roodgestifte lippen, een kroezelpruik en gouden oorringen. Bovendien gedroegen de vertolkers van Zwarte Piet zich vaak doelbewust dom en onhandig. Dat gaf de figuur een omstreden ‘koloniaal’, om niet te zeggen ‘racistisch’ karakter, dat begrijpelijkerwijs wel wat wrevel veroorzaakte. Denk trouwens niet dat de hetze rond Zwarte Piet nieuw is: in 1930 verscheen in De Groene Amsterdammer al een opiniestuk waarin het hele Sinterklaasfeest kritisch werd bekeken.

In Vlaanderen is er zelden een link gelegd tussen de figuur van Piet en ons koloniaal verleden in Congo. Hier en daar zullen er wel eens zwarten gebruikt zijn als Zwarte Piet. Piet was altijd wel een ondergeschikte, dienende helper. De laatste decennia is hij geëvolueerd tot de vrolijke begeleider van de Sint. Wat Sinterklaas omwille van zijn bisschoppelijke waardigheid niet kan doen, dat doet Piet, nl. grappen en grollen maken.

Of Piet pikzwart moet zijn of zwart met roetvegen is een andere kwestie. In de traditie spelen de haard en de schoorsteen natuurlijk een rol, maar in principe wordt nergens gezegd dat Piet zwart is geworden door telkens in de schouw te kruipen. Schenkman spreekt simpelweg over ‘zijn knechtje, dat zwart is van kleur’. Het is echter een aannemelijke verklaring om kinderen duidelijk maken waarom Piet roetzwart is.

VRTNU VRTNU VRTNU