Spring naar inhoud

De carrière van Rudi Vranckx in vijf hoogtepunten

© VRT
geschreven op 26 september 2018

Rudi Vranckx ziet de Vredesprijs die hij vandaag in Den Haag ontvangt, een beetje als de bekroning van zijn carrière. We vroegen hem wat hem het meest bijbleef na dertig jaar aan het front.

De mooiste: de muziekschool van Mosul (2017)

Binnenrijden in de muziekschool met die lading instrumenten, dat was een moment van milde euforie. “Imagine Mosul” was de bloem op de mesthoop. Vlak daarvoor nog had ik de diepste waanzin gezien, wadend door de lijken in de oude stad van Mosul. Maar plots konden we te midden van de waanzin toch wat schoonheid brengen in het leven van mensen; als oorlogsjournalist is je dat zelden gegeven. Ik heb zulke dingen steeds vaker nodig. Het is tegengif voor de mensen die daar leven, tegen het extremisme, maar het is ook tegengif voor mijn eigen hoofd en mijn eigen hart. En het bleek ook tegengif voor de mensen hier, want anders had het nooit zo’n gevoelige snaar geraakt.

De allereerste: Roemenië (1989)

Van het laatste topmoment naar hoe het allemaal begon. Roemenië. Dat was intens. Er is toen een collega van me gestorven. Maar ik ontdekte mezelf daar ook: wat ik kan en wat ik nu nog steeds doe. Ik ben daar bijna onmiddellijk het verhaal beginnen vertellen van de weeskinderen die er in erbarmelijke omstandigheden in grote tehuizen leefden, een voorbeeld van wat oorlog doet met mensen. Niet de grote theorieën, niet te veel tralala, maar net heel concreet. Ik werd ook meteen geconfronteerd met de leugens die in oorlogen verteld worden, toen me een vals massagraf getoond werd dat uiteindelijk een propagandastunt bleek te zijn. Alle elementen van de oorlogsjournalistiek zaten er meteen in.

De langste: Afghanistan (2001)

To boldly go where no man has gone before, zo voelde deze reis voor mij. Het was niet alleen een moeilijke opdracht maar ook de langste die we ooit gedaan hebben: 70 à 75 dagen lang hebben we aan één stuk door gewerkt. We zijn toen bijna elke dag op antenne gegaan, qua uithoudingsvermogen een beetje te vergelijken met een Tour de France met veel bergritten. Veertig, vijftig dagen lang moesten we reportages brengen vanuit Pakistan, in het grensgebied met Afghanistan. Journalistiek was Afghanistan een hele opdracht. Je krijgt af te rekenen met zo veel problemen, en toch blijf je proberen te doen waarvoor je gekomen bent: reportages maken. Als je dan uiteindelijk toch Afghanistan binnenrijdt, als een van de eersten… dat was spannend, want er werd geschoten, maar het was vooral van een buitenaardse schoonheid. Die bergen! Afghanistan is een fantastisch mooi land, met een machtige natuur, maar voor mij is het bijna mythisch geworden.

De beste: de weg naar Bagdad (2003)

Kort na Afghanistan volgde journalistiek het strafste wat we op dat moment gedaan hadden: de Amerikaanse invasie in Irak. We mochten er niet bij zijn, ik werd teruggeroepen uit Bagdad wegens te gevaarlijk. Ik zou mogen kiezen vanwaar ik zou proberen de oorlog te verslaan. Ik dacht: moet ik dan alweer aan de grens gaan staan, zoals in Pakistan? Deze keer was het dan Koeweit. Na vier dagen wachten samen met 2000 andere journalisten zijn we uiteindelijk Irak clandestien opnieuw binnen geraakt, door gewoon door de slagbomen heen te rijden. En dan ben je binnen in de oorlog. Er was nog zo’n tiental andere journalisten in het land, ook clandestien, met wie je dan ’s nachts samenhokte als een colonne, voor de veiligheid. Vervolgens hebben we een opmars ingezet door de linies heen. We hebben verhalen verteld over de oorlog die niemand anders vertelde. Want we waren niet embedded in het leger maar daardoor ook niet beveiligd. We moesten ons plan trekken, en het lukte nog ook. Het was zo’n zeldzaam moment waarop alle puzzelstukjes samenvielen.

De verfrissendste: Congo (2010)

Congo was een oude droom van me, maar ook een nieuwe wereld die open ging. Het land kwam er op een belangrijk moment in mijn leven. Mijn fixer Yasseen vermoord was in Irak, er moesten al honderden mensen sterven voor het nieuws werd. Ik was uitgekeken op het uitzichtloze van de oorlog daar. Ik vroeg me toen echt af of het nog wel zin had, dit werk, en dan kan je er eigenlijk beter mee stoppen. Maar toen kwam de kans om een documentaire over Congo te maken. Het was een wereld die me fascineerde en waar ik tot dan toe eigenlijk ook niet zo’n band mee had, op een paar paar reportages gemaakt over de oorlog tegen Mobutu na. Het werd de ultieme ontdekkingsreis, alsof ik in de geschiedenisboekjes van de lagere school rondliep. “Oei, dit herken ik van de plakboeken”, besefte ik dan, of van de paters die op school waren komen vertellen, of van de dagboeken van Stanley. De reeks zelf werd uiteindelijk ook een heel zware bevalling, maar het heeft mijn geest heel veel zuurstof gegeven en me geleerd om het ook eens op een andere manier te doen. Het was de eerste documentaire die ik maakte en we leerden het met vallen en opstaan. “Bonjour Congo” heeft een nieuwe dimensie geopend en de weg getoond naar wat we later veel vaker zouden gaan doen.

VRTNU VRTNU VRTNU