Spring naar inhoud

Van bedelaar tot staatssecretaris

geschreven op 18 mei 2015

In de tweede wereldoorlog werden ze vervolgd, gedeporteerd en vermoord. Vandaag leiden de Roma in Europa vooral onder extreme armoede, ongeletterdheid en werkloosheid. In hun dorpen lijkt de tijd stil te hebben gestaan.

door de Vranckx-redactie

Een paar dagen geleden kocht Ciprian een nieuw kostuum, gisteren zocht hij nog snel op internet op hoe hij een das moet kopen. Met zijn twee voeten op de grond en een stoere houding ontmoet hij vandaag de Roemeense premier Victor Ponte. Geen Roma schopte het zo ver in Roemenië als Ciprian, die zich voortaan staatssecretaris mag noemen.

Wat premier Ponte van Ciprian verwacht? “Dat hij alles verandert dat hij wilde veranderen toen hij nog niet voor het ministerie werkte,” antwoordt hij goedlachs. Ook Ciprian moet erom lachen. Hij werkt graag vanuit de praktijk en kijkt eerst waar de noden zijn.

Geïnspireerd door de films van Jean Claude Van Damme, wilde Ciprian als kind politieman worden.** Maar geconfronteerd met de discriminatie die hij als Roma tegenkwam, werd hij een activist.**

Ciprian neemt ons mee naar zijn museum-in-wording in een buitenwijk van Boekarest, voorlopig niet veel meer dan een veredelde hangar. Hier wil hij een documentatiecentrum, restaurant en winkel in onderbrengen. Een community center rond de Roma-cultuur. Wanneer het af zal zijn? “Na de zomer,“ zegt hij. “Maar zeker dit jaar nog.” Ciprian wil snel dingen in beweging zetten.

Aan de overkant van de straat ontmoeten we een Roemeens gezin. Ze wonen in een hok op een puinhoop van steenafval, waar de vader steengruis verzamelt om te verkopen en de moeder werkt als poetsvrouw in de metro van Boekarest. De 150 euro die ze daarmee verdienen, is niet genoeg om rond te komen. Hun dochter heeft geen officiële identiteit en ook geen vaste naam. Ze noemt zichzelf Shakira.

We stappen weer de auto in en rijden naar Calarasi, een dorp op zo‘n 100 kilometer van Boekarest. De helft van het dorp vertrok naar Napoli om er werk te zoeken, de andere helft bleef achter in extreme armoede. Deze Roma-gemeenschap, waar ook enkele Turkse vluchtelingen tot behoren, leeft er in kleine huisjes waar het asbest uit de daken komt piepen. De armoede heeft hun leven getekend, maar samen staan ze net iets sterker. Ook een kappersbezoek wordt een dorpsgelegenheid. Stoel op straat, en de buur komt met een plastieken kammetje en verroeste schaar. Het doet me aan mijn grootvader denken.

Een groep bewoners verzamelt zich rond Ciprian. Ze zijn luidruchtig, temperamentvol en klagen over een eindeloze lijst van problemen. 3 maand geleden liet Ciprian steengruis op de modderwegen leggen, zodat die beter berijdbaar bleven. Maar nu gebruiken de kinderen het steen om te spelen en elkaar te verwonden. De verwijten raken Ciprian duidelijk. Er is nog veel werk aan de winkel, maar weer bekruipt hem - en ons - een gevoel van moedeloosheid.

De meeste van deze kinderen hebben geen papieren en werden nooit in het bevolkingsregister opgenomen. Ze kunnen niet naar school en niet naar het ziekenhuis. Ciprian hoopt hen nu eerst te laten registeren. Omdat velen noch de kennis, noch het geld hebben om dit zelf te doen, wil Ciprian ambtenaren tot in de afgelegen dorpen laten komen. Dan pas kunnen ze deel uitmaken van het systeem. Maar veel oude dorpsbewoners stellen zich argwanend op: tijdens de tweede wereldoorlog mondde zo‘n registratie ook uit in deportatie.

VRTNU VRTNU VRTNU