Spring naar inhoud

Thuisloos in oud-Roemenië

geschreven op 14 mei 2015

Een rustige, gedreven en gevoelige jongen is hij, ons derde kleine held: Visinel. Nog heel jongensachtig ook. Visinel zwerfde als kind van weeshuis naar weeshuis, ontsnapte enkele keren, leefde op straat en belandde weer terug in het systeem. Hij zet zich nu zelf in voor de moderne wezen van Roemenië, geeft workshops, lezingen en strijdt voor hun rechten. Met een koffie in de hand beginnen we aan een reis door zijn eigen levensverhaal, langs de huizen waar hij opgroeide, geluk kende en immens verdriet.

door de Vranckx-redactie

We bezoeken de moeder van Visinel op het platteland. Het mooie landschap, groene weides vol schapen en herders, staat in schril contrast met de armoede die er heerst. Zo’n bittere armoede had ik nooit in Europa verwacht. In de ruïne die ze jarenlang haar thuis noemde, kreeg Visinels moeder 11 kinderen. 4 kinderen stierven, de rest werd in weeshuizen ondergebracht. We nemen een kijkje in het vervallen huisje. De smerigheid die we er aantreffen, is du jamais vu.

Pas toen hij ontdekte dat twee bewakers van het weeshuis dezelfde achternaam hadden als hij, ontdekte Visinel dat hij nog familie had. En dat zijn moeder nog leefde. Maar hoe ze leeft, tart elke verbeelding. Ze is schizofreen, soms agressief, broodarm en heel alleen. Een echte band met zijn moeder is er niet, zegt Visinel. Maar hij brengt vaak eten en wat brandhout. Of hij toch niet beter af is geweest in de weeshuizen, vragen we hem. Visinel kan enkel knikken.

We gaan met Visinel langs het weeshuis waar hij jarenlang woonde - en ook mishandeld werd. Hij kampt nog dagelijks met de herinneringen uit die tijd. Erover vertellen, is moeilijk. En toch doet hij het.

We komen aan in een modern weeshuis, waar Visinel expressieworkshops geeft. Hij is er nog maar een tweetal maanden actief, maar zijn populariteit is enorm. Jongere kinderen vragen om knuffels, kussen en cadeautjes. De oudere kinderen hangen aan zijn lippen als hij praat.** De kakofonie van lachende, spelende kinderen wordt begeleid door een streepje pianomuziek.** Het privé-weeshuis telt twee kleine Beethovens, die dromen van een leven als muzikant. Het verschil met Visinels levensverhaal van gisteren kon niet groter zijn: deze kinderen krijgen hier kansen, liefde en affectie.

Maar wanneer ze 18 worden, valt dit weeshuis, hun vangnet weg. Visinel wil ze voorbereiden voor de wereld en hen vooruit laten denken. Zonder schaamte of reserves vertelt hij de tieners wat hij zelf heeft meegemaakt als wees. De nachten op straat, de honger, de verkrachting door andere wezen in het station. Zij luisteren met open mond, kunnen amper geloven dat hun verhaal zo anders is.

Visinels verhaal is er een van veel verdriet. Maar ook hier vinden we hoop. Samen met Visinel bezoeken we een lerares uit zijn kindertijd. De ontvangst is hartelijk, net als twintig jaar geleden, toen het koppel Visinel vaak opving. De huisgemaakte wijn die we samen drinken, doet ons weer wat ontdooien. Voor Visinel betekent het een thuis, voor hen een vanzelfsprekendheid: voor ons een symbool van goedheid en hoop.

Goedheid en hoop: dat wil Visinel ons ook meegeven wanneer we afscheid nemen.

VRTNU VRTNU VRTNU