Spring naar inhoud

Priester in het land der vuren

© Filip Huygens / VRT
geschreven op 06 juli 2015

In een kerkje in Caivano, een arme buitenwijk van Napels, draagt een priester de mis op. Zijn preek klinkt anders dan de gemiddelde preek in België. Padre Maurizio heeft het immers niet alleen over naastenliefde en rechtvaardigheid, maar ook over afvalzwendel. Kanker. En de maffia.

door de Vranckx-redactie

Padre Maurizio Patriciello is dan ook geen gewone priester. Hij voelde zich pas geroepen op zijn 34ste, in 1989, nadat hij tien jaar lang als verpleger in een ziekenhuis in de buurt had gewerkt. Maar het echte kantelpunt kwam er op de nacht van 8 juni 2012, toen hij gewekt werd door een ondraaglijke stank. Hij zette zijn computer aan en begon getuigenissen te verzamelen.

In zijn regio, het Italiaanse Campania, verbranden de plaatselijke maffiabendes (de Camorra) immers illegaal industrieel en chemisch afval. Elke dag weer gaan tientallen afvalbergen in vlammen op. Vlakbij baden velden vol granen, tomaten en artisjokken in het licht van de vlammen – en in de giftige dampen. Het leverde deze regio de idyllische, maar weinig benijdenswaardige nieuwe bijnaam Terra dei Fuochi op. Het Land van de Vuren.

Hij neemt ons mee naar een afvalberg op een halfuurtje rijden van zijn huis. Hier werd op 15 juni het grootste illegale industrieel chemische stort in Europa ontdekt. Maar liefst 25 hectaren groot is het – een 37-tal voetbalvelden. Onze fixer vertelt ons dat hier soms rook opstijgt uit de grond, als gevolg van chemische reacties.

Hoe al die rommel in deze streek terecht komt? In de jaren tachtig werd hier een klein afvalverwerkingsbedrijf gronden op te kopen om afval te stapelen. Enkele overeenkomsten met grote bedrijven en hun chemisch afval later, was dat bedrijfje uitgegroeid tot een heus netwerk. In de jaren negentig kwamen de vrachtwagens met afval al helemaal vanuit het noorden van Italië aangereden met afval uit de zware industrie.

Wat eens vruchtbare grond was, is nu een open stort met giftig afval dat meters diep ligt opgestapeld. De milieu-organisatie Legambiente schat dat er tussen 1991 en 2013 meer dan 100.000 ton giftig afval gedumpt is. En de sappen uit het afval, die komen in het drinkwater terecht. Benzeen, dioxine, kwik… noem maar op.

Jarenlang staken politiek en justitie de kop in het zand. In 2013 kweet de toenmalige minister van Volksgezondheid het hoge aantal kindersterftes niet aan de vervuiling, maar aan hun ongezonde levensstijl. De Amerikaanse marine die in de regio een basis heeft, is er minder gerust op. Uit een rapport dat het weekblad l’Espresso in 2011 publiceerde, blijkt dat de Navy hoge hoeveelheden van o.a. arsenicum en dioxine aangetroffen had op de site, net als resten van insecticiden die al jarenlang verboden waren. Flessenwater gebruiken voor koken, tandenpoetsen en drinken, gebood de Amerikaanse marine haar werknemers. En als het even kan ook hoger wonen dan de eerste verdieping. Kwestie van geen risico’s te lopen met de gassen die opstijgen uit de bodem.

Als je plots zoveel begrafenissen doet voor kinderen en jonge mensen, dan weet je wel dat er iets aan de hand moet zijn

Maurizio Patriciello

De overheid reageerde in 2014 dan toch schoorvoetend met de wet-Terra dei Fuochi. De bodem zou onderzocht en gesaneerd worden, en er kwamen strenge straffen op sluikstorten. Maar het tweehonderdtal soldaten dat de controles moet doen, verspreid over 88 gemeenten, bleek al snel te weinig. Ze mogen ook niemand arresteren. In februari 2015, een jaar na het afkondigen van de wet, was slechts 0,2% van de bodem gesaneerd. En de ecomaffia ruikt een nieuwe sector met nieuwe mogelijkheden.

Intussen bewezen de cijfers wat padre Maurizio al jarenlang aanvoelde. Hij zag de afgelopen jaren steeds meer kankerpatiëntjes en –doden in zijn parochie en verloor vorig jaar nog zijn broer Giovanni aan leukemie. In 2004 meldde het Britse medische tijdschrift The Lancet al dat het aantal kankerdoden in de streek Acerra-Nola-Marigliano sterk gestegen was. Onderzoek van de WHO bevestigde die vaststelling in 2007, en wees ook op een stijging van het aantal aangeboren afwijkingen tussen 1994 en 2002.

Al die doden: voor padre Maurizio hebben ze een gezicht. “Als je plots zoveel begrafenissen doet voor kinderen en jonge mensen, dan weet je wel dat er iets aan de hand moet zijn”, vertelt hij. “De maffia houdt van niemand. Ze zijn enkel uit op materieel gewin.”

Deze namiddag is de zestienjarige Fransesco het gezicht van de meedogenloze ecomaffia. Gestorven aan leukemie.

De begrafenis is er een zoals je vaak ziet bij mensen die te vroeg gestorven zijn: met veel jongeren, tot buiten op straat. En een witte kist. Wanneer padre Maurizio na de mis de kerk uit komt, weerklinkt applaus.

Het zijn intens trieste momenten, maar ze vuren padre Maurizio ook aan. Om nog meer moeders van kankerslachtoffertjes te gaan bezoeken en getuigenissen te verzamelen. Om nog vaker met dokters te praten. Om nog meer kleine buurtorganisaties met elkaar in contact te brengen, en samen te gaan strijden. Om advocaten en ingenieurs onder de arm te nemen. En om de overheid nog dichter op de huid te zitten. “Ik ben een priester, geen wetenschapper. Ik stel geen diagnose maar kom een symptoom aangeven”, zegt hij daarover. Het bracht hem al tot aan het Hof van de Mensenrechten in Straatsburg.

Op zijn beurt inspireert padre Maurizio anderen. De onderzoeksjournalist Roberto Saviano bijvoorbeeld, die in zijn boek Gomorra het reilen en zeilen van de Camorra beschrijft, baseerde zijn personage don Mauro op Maurizio. Naast een personage delen Saviano en Maurizio ook een prijs: de premio Borsellino. De schrijver won hem in 2010, de priester in 2013.

Zijn speech klonk toen ongeveer zo. "Iemand vroeg me ooit: “Maar Padre, waarom schoot je zo laat in actie?” Ik antwoord dan altijd hetzelfde: mijn papa, mijn mama en het seminarie hebben me altijd geleerd respect te hebben voor de grote instellingen. Maar ik heb me vergist. (…) Ik heb het altijd gezegd en zeg het vanmorgen weer: zij die ons hadden moeten beschermen hebben dat niet gedaan."

Padre Maurizio doet het wél.

VRTNU VRTNU VRTNU