Spring naar inhoud

"Geweld is geen oplossing"

Blijf de mens in de ander zien, vraagt Robi.

© Joris Vermost / VRT
geschreven op 22 december 2014

Onze laatste afspraak van deze eerste Kleine helden-reis brengt ons naar de Westelijke Jordaanoever. Robi Damelin heeft ons voorgesteld om hierheen te gaan. Ze wil ons voorstellen aan twee vrienden van haar.

door de Vranckx-redactie

Onvoorstelbaar. Wanneer we het adres van onze gastheer proberen in te geven, blijkt zelfs onze Israëlische GPS aangestoken door de panische angst voor de ander die in deze regio heerst.

Maar we raken er. Hier, net voorbij de scheidingsmuur, woont onze gastheer. Je ziet zo waar het Palestijnse gedeelte ligt, en waar het Israëlische. Inderdaad: de kant waar het vuilnis opgehoopt ligt, dat zijn de Palestijnse gebieden. Er is geen geld voor de vuilnisophaling. Die wordt door Israël geregeld. Gefinancierd met Palestijns belastingsgeld.

Hier in Beit Jallah, vlakbij de muur op 10 km ten zuiden van Jeruzalem, is de thuis van Bassam Aramin. Hij wacht ons op met de gebruikelijke Palestijnse gastvrijheid… en een ontbijt. Maar dat we hier allemaal samen zitten deze ochtend, is minder vanzelfsprekend dan het lijkt.

In een vorig leven was Bassam een Fatah-militant. Een stenengooier van 17 – net zoals al zijn vrienden. Tot hij in 1985 voor zeven jaar in een Israëlische gevangenis belandde. Het zou zijn leven veranderen. Een jaar nadat zijn bewakers hem naar de film Schindler’s list hebben doen kijken en Bassam verward merkt dat hij medelijden voelt met de joden die hij voordien zo haatte, wordt hij samen met 120 andere gevangenen uitgekleed en brutaal in elkaar geslagen door bijna evenveel Israëlische soldaten. “Het was hun glimlach die me zo aangreep. Ze straalden geen haat uit. We waren oefenobjecten. Het was gewoon een training voor hen.”

Als je iemand als een mens begint te zien, dan besef je dat geweld geen oplossing is

Bassam Aramin

In diezelfde gevangenis sluit Bassam echter ook vriendschap met een Israëlische bewaker. Geleidelijk aan leren ze elkaar begrijpen, en elkaar respecteren. En** als je iemand als een mens begint te zien, dan besef je dat geweld geen oplossing is**, vertelt Bassam. In 2005 richt hij Combatants For Peace op, een organisatie van voormalige Israëlische en Palestijnse strijders die nu geweldloos verzet voeren tegen de bezetting.

Bassam staat op en neemt ons mee naar de muur die we vanuit zijn huis kunnen zien. Hij wil ons vertellen over dat moment in 2007, toen zijn leven een tweede wending nam. En zijn principes getest werden.

Twee jaar nadat Bassam de Combatants For Peace heeft opgericht, wordt zijn tienjarige dochtertje Abir vlakbij haar school doodgeschoten door een Israëlische grenswacht. De zaak wordt snel afgehandeld door de Israëlische politie: Abir zou met stenen gegooid hebben, of er zou iets ontploft zijn in haar hand. De Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din betwist die uitleg, maar het hooggerechtshof weigert de zaak te heropenen. Abir zou kunnen gestorven zijn door een steen die gegooid was, luidt het.

Abir Aramin, Bassams dochtertje

De familie Aramin laat het daar niet bij en opent een burgerlijke rechtszaak. Vier en een half jaar later komt eindelijk het verlossende oordeel: nadat de rechter in Jeruzalem al duidelijk had gesteld dat er geen stenengooiers waren geweest en er dus geen enkele reden was geweest om op Abir en haar vrienden te vuren, beslist het hoogste gerechtshof van Israël dat de soldaten inderdaad verantwoordelijk zijn voor haar dood en dat de staat Israël een vergoeding moet uitkeren aan de familie. Maar daar eindigt het dan ook. Het politieonderzoek wordt niet heropend, en de soldaat die verantwoordelijk is voor Abirs dood, wordt niet aangewezen. Hij dient vandaag de dag waarschijnlijk nog steeds voor het Israëlische leger.

Bassam blijft zijn principes van geweldloos verzet trouw, en besluit zich aan te sluiten bij de Parents Circle. Daar ontmoet hij Robi. Het is onwezenlijk hoe hard hun verhalen, die zich elk aan hun kant van de muur afspelen, op elkaar lijken.

En dan stappen we allemaal samen in de auto. In het kantoor van de Parent’s Circle, in Beit Jallah, wacht Robi’s Palestijnse vriendin Bushra Abu-Ayash ons op. Ook zij is een kind verloren – ook haar achttienjarige zoon Mahmoud werd doodgeschoten door een IDF-soldaat.

Robi en Bushra ontmoetten elkaar bij de Parent’s Circle. Het was heftig: voor Bushra was het de eerste keer dat ze met een jood sprak. Ze weigerde Robi in de ogen te kijken, tot die een foto bovenhaalde van haar zoon, en ze besefte dat ze allebei moeder zijn. En allebei slachtoffers.

Niet dat het nu makkelijk gaat: haar omgeving neemt het haar erg kwalijk dat ze vriendschap heeft gesloten met een joodse. “Je verkoopt het bloed van je zoon, verwijten ze me”, vertelt Bushra. “En dat ik mijn zoon zou verraden voor vrede. Maar ik wil alleen maar dat er verzoening komt. Dat is de enige mogelijke oplossing.” Bushra’s dochter luistert mee, vanop Robi’s schoot.

Het is een krachtig beeld, en we hadden ons geen betere manier kunnen indenken om onze reis door Israël en Palestina af te sluiten.

We nemen afscheid. Ons werk zit erop. Het vliegtuig naar Brussel wacht.

VRTNU VRTNU VRTNU