Spring naar inhoud

Verhalen van de kolonie

© VRT
geschreven op 22 november 2018
Onze maatschappij draagt nog steeds de gevolgen van de koloniale periode. In het kader van Kinderen van de kolonie willen wij plaats maken voor jullie verhalen van de kolonie.

Ontdek de #verhalenvandekolonie

Hier kan je enkele opmerkelijke verhalen van de kinderen van de kolonie ontdekken.

Foto uit 1933

Putje winter in 1933. Mijn vader vertrekt met de boot naar Belgisch Congo. 23 jaar, enige zoon en ongehuwd. Hij zal zijn volledige loopbaan in Congo afwerken. Door WOII kon hij niet tussentijds terug naar België. Hij verbleef er acht jaar en had zeer weinig contact met de familie. Pijnlijk was de vlucht uit Congo bij de onafhankelijkheid, om het werk van zovele jaren te zien ‘verloren’ gaan in een paar weken tijd.

Guy Van Holsbeke
Het verhaal van Hilde Leplae

Het verhaal van Hilde Leplae

"Ik ben geboren in Leopoldville in 1957. Mijn vader gaf les aan Congolese jongens in de Broederschool. Mijn moeder werkte mee in de foyer om de Congolese moeders hygiëne te leren. Ik zit bij het petekind van mijn papa die als blanke daar is gaan werken en wonen. Ze hadden een boy in huis die het huishouden deed, zo konden ze een steentje bijdragen en een gezin te helpen. Vol idealisme hebben ze daar gewoond en gewerkt."


Het verhaal van Manon Janssen

Het verhaal van Manon Janssen

"Ik ben het meisje met de glimlach in het midden. Ik ben een product van twee culturen. Mijn vader is Congolees, mijn moeder is Belgisch. Hoewel ik hier geboren ben, bots ik vaak op vooroordelen. Mensen zeggen vaak ‘je spreekt goed Nederlands’. Alsof ik hier niet thuis hoor en nooit authentiek zal zijn. Dat kwetst."


Het verhaal van Jaak Albert

Het verhaal van Jaak Albert

"Na mijn aankomst in België, na evacuatie uit Rwanda, kwam ik als metiskind bij het Adoptiewerk Thérèse Wante terecht! Deze foto werd genomen op de wandeldijk aan de Belgische kust met de andere zogezegde weeskinderen."


Het verhaal van Leon Gister

Het verhaal van Leon Gister

"Een lichtgele ochtendzon overspoelt de zacht glooiende hellingen van groene heuvels, dampende hutten, een ontslapende natuur, ...aarzelende kreetjes die zich vervolledigen in een schreeuw van ontwaken. Een kind is geboren, een licht gekleurd kind in een zwarte wereld. De wereld van mijn moeder, want mijn vader kan me niet plaatsen in zijn eigen blanke wereld al zou hij het willen. Ligt liefde of genot aan de basis van mijn ontstaan? Er is niemand meer om het me te zeggen...

Klein, zich niet bewust van de verontwaardiging die ik teweegbreng in mijn omgeving en tijd, stap ik op mijn blote voetjes door mijn eigen wereldje van een driejarige. Mijn geheugen is nog te weinig matuur om feiten op te slaan van die eerste jaren toen mijn vader mij kende, bijgevolg vormt er zich een niets over deze man. De biologische vader die me zijn genen gaf, zal altijd een vreemde voor mij blijven. Ik was pas drie jaar, te jong toen hij stierf, zonder te weten of hij mij echt beminde. Hij plaatste mij onder de hoede van zijn zwarte vriend, aan wie hij vroeg mijn moeder te huwen en voor zijn kind te zorgen. Dit, samen met een bankrekening voor mijn onderhoud, zijn de enige tekenen die overblijven van zijn mogelijke liefde of bezorgdheid voor mij. Dit samen met de naam van mijn moeder... Rwarabuze Roze, wat een mooie naam!"


Het verhaal van Marc Royers

Het verhaal van Marc Royers

"Ik was 3 jaar toen de Belgische Staat mijn vader naar Congo zond om er, in de provincie Kasaï, de dienst Veiligheid van de Staat op te richten. Ik heb er een gouden jeugd beleefd: de vrijheid, het klimaat, de bevoorrechte situatie maar ook de nauwe band met de bevolking . In 1960 naar Katanga teruggekeerd tot 1962. Mijn vader was toen in opdracht van België Hoofd van de Contra-espionage SCCR onder Tshombe. Ik werd toen ook , als 16-jarige, verplicht ingelijfd in het Katangese 'leger'."


Het verhaal van de kinderen Roels

Het verhaal van de kinderen Roels

"Wij zijn kinderen van na de Indépendance, maar ons verhaal begint wel in de kolonie. Onze mama, Marie-José Ceulemans, ging met haar ouders richting kolonie na WO II. Zij was een van de eerste blanke studenten die afstudeerde aan de Universiteit van Lovanium. Zij deelde de banken met zwarte medestudenten. Nadien ging zij er aan het werk als assistente tot zij er de prins op het witte paard leerde kennen. Joz Roels werkte er in het nucleair centrum. Zij wilden daar in 1960 trouwen, maar door een verplichte evacuatie van mama, trouwden ze uiteindelijk in oktober in België. Korte tijd later, keerden zij terug om er verder te doen wat ze er waren begonnen. Dan kwamen de kinderen. Wij gingen er samen met de Congolezen naar de kleuterklas. Later gingen wij gewoon in het Nederlands naar school. Wij hadden er een zorgeloze jeugd, met vele vrienden, zowel blank als zwart en van alle sociale rangen. Wij kregen verdraagzaamheid en sociale vaardigheden met de paplepel mee. Het cultuurbad was overweldigend. Als de kinderen aan hogere studies moesten beginnen, kwam mama mee naar België. Zij kon hier niet meer aarden. Wanneer zij wist dat zij terug kon naar haar heimat, begaf haar hart.

Zij was een kind van de zon en van Congo. In december 2015, na 30 jaar, keerden wij met z’n drieën terug. Heel goed ontvangen door de Congolezen. Wat een emoties."


Het verhaal van Koen De Vos

Het verhaal van Koen De Vos

"We zijn in de zomer van 1961. Mandus De Vos is 25 jaar oud, twee jaar getrouwd en vader van een dochtertje. Zijn vrouw Lieve moet binnenkort bevallen van hun tweede kind. Zijn twee oudere broers Marcel en Elie, die allebei in het vroegere Belgisch Congo wonen en werken, hebben hem tijdens deze zomervakantie van 1961 uitgenodigd. Het is een unieke kans om de oude kolonie te leren kennen, maar Mandus twijfelt. Kan hij nu naar Afrika reizen met het risico dat hij de geboorte misloopt? Lieve geeft uiteindelijk de doorslag en dus zit Mandus enkele weken later op het terras bij zijn broer Elie. Na 14 dagen in Congo had Mandus er al een onvergetelijke reis op zitten. Plots komt de zwarte boy van Elie hijgend aangelopen. Hij zwaait uitbundig met een papier in zijn hand en roept: “Télégraphe, m’sieu Elie, télégraphe de Belgique…”

Elie neemt de brief in ontvangst. “Mandus, ’t is voor u. Uit België. Toch geen slecht nieuws, hoop ik.” En hij geeft het toegeplooide telegram aan Mandus. Mandus’ handen trillen even wanneer hij de omslag openscheurt en het bericht leest, maar dan klaart zijn gezicht op. “Elie, Madeleine, ik ben vader geworden. En ’t is een zoon: Koen!" Mandus overhandigt het document aan Elie en zijn vrouw. Ze lezen: “ALLES OK – KOEN LIEVE”. En die Koen, dat ben ik. Dit telegram is het allereerste papieren document als bewijs van mijn leven."


Het verhaal van Solange Lamin

Het verhaal van Solange Lamin

“1960 in Belgisch Congo. Ik was 9 jaar. Er stopte een jeep voor de deur. We moesten onmiddellijk vertrekken want er was plaats in het vliegtuig. Wat mijn moeder toen deed is me altijd bijgebleven. Ze deed de voordeur dicht, draaide ze op slot, keek met verdriet naar haar sleutel en gooide deze weg. Ze zei al huilend tegen de soldaat: ‘Wat ik zojuist samen met die sleutel weggooide was mijn hart. Afrika is mijn land en zal dat altijd blijven. Mijn lichaam vertrekt maar ik laat mijn hart hier’. In 1951 werd ik in de schoot van Afrika geworpen. In 1960 werd Afrika mij ontnomen.”


Het verhaal van Dirk Vercauteren

Het verhaal van Dirk Vercauteren

"Op de foto zie je mijn ouders, mijn zus en ik in Kiri aan het Leopold II meer. Mijn vader had de opdracht gekregen een trace te maken van het meer naar een lepraziekenhuis verder noordwaarts. We hebben 18 maanden in de Brousse geleefd, ik als driejarige en mijn zus was één jaar ouder. Mijn moeder kreeg haar proviand met de boot elke 3 weken."


Het verhaal van Guido Wuyts

Het verhaal van Guido Wuyts

"Ik ben in 1946 in Congo geboren. Mijn vader werkte er als landbouwkundig ingenieur. Hij nam mij soms mee tijdens zijn opdrachten. Ik kwam op vele zwarte scholen, dorpen en missieposten. Mijn vader sprak vloeiend Swahili. Zijn gedrag was voorbeeldig, gehonoreerd met verscheidene eretekens. Ik heb met zwarte vriendjes gespeeld. Spijtig dat de gezamenlijke toekomst zo abrupt is afgebroken. Heel mijn leven heb ik heimwee gehad naar het klimaat, vriendelijke zwarten, brousse en avontuurlijk open ruimte."


Het verhaal van Leopold Kinet

Het verhaal van Leopold Kinet

"Ik ben een product van de kolonisatie. Mijn moeder was huishoudster bij mijn Belgische vader. Ik ben geboren in Cyangugu, Rwanda. Mijn vader moet mijn moeder graag gezien hebben, want hij bouwde een hut met stenen muren voor haar. Zij besloot mij wijselijk naar een internaat te brengen bij blanke zusters Save. Mijn vader moet mij ook graag gezien hebben, want hij betaalde de kosten van het internaat. Het vreemde is dat hij mij niet heeft erkend, maar toch draag ik zijn naam."


Het verhaal van Thierry Debels

Het verhaal van Thierry Debels

"Mijn moeder is geboren in Buta, Belgisch Congo, in 1943. Mijn grootvader was er dokter, of munganga. Mijn grootmoeder hielp mee bij de talrijke bevallingen. De verhalen van mijn grootouders hebben me aangezet om een roman te schrijven: Kamabea. Dat is de naam van de laatste standplaats van m'n grootouders en tegelijk ook de naam van de bungalow die ze later in België lieten bouwen."


Het verhaal van Christian Goedtkindt

Het verhaal van Christian Goedtkindt

"Mijn grootvader werkte voor een grote firma in granen. Ik ben geboren in 1954 en ontdekte deze foto in het album van mijn moeder in de jaren '60. Hoe fier voelde ik mij, toen ik zag dat mijn grootvader tussen die zwarte mensen zat die voor hem gewerkt hadden op de velden en nu naast hem mochten komen poseren als beloning. Al vond ik het wel vreemd dat ze geen schoenen aan hadden!"


Het verhaal van Tillo Behaeghe

Het verhaal van Tillo Behaeghe

“Onafhankelijkheid van Congo had een eindpunt van de dekolonisatie moeten zijn, niet het beginpunt. Een boutade? Wel, dat is mijn conclusie nadat ik in 1960 als laatste blanke Yangambi had verlaten op dringende vraag van Brussel. De Congolezen hebben de site nog jarenlang ‘geconserveerd’ voor landbouwkundig onderzoek in de tropen, maar het was wel het einde van wat eens het grootste centrum ter wereld was."


Het verhaal van Pierre Mbuyamba

Het verhaal van Pierre Mbuyamba

"In Belgisch-Congo leefden blanken en zwarten strikt gescheiden. Soms ging ik met mijn vrienden naar een winkel voor de blanken. Dan riep de verkoopster op ons. Maar ik heb er wel de sokken gekocht die ik draag op deze foto. De segregatie was totaal, het was apartheid."


Het verhaal van Jean-Jacques Tamba

Het verhaal van Jean-Jacques Tamba

"In Belgisch-Congo mochten zwarte mannen geen blanke vrouw aanraken. Je mocht er niet mee dansen. Toen ik in 1960 in België aankwam, bleek dat hier allemaal wel te kunnen. Het zijn de Antwerpse vrouwen die mij hebben gedekoloniseerd."


Het verhaal van Titine Schijvens

Het verhaal van Titine Schijvens

"Ik sta hier op de foto met een hele groep Batwa’s. Die brachten ons altijd vlees dat ze hadden geschoten. De zwarten waren heel vriendelijk, ze keken naar ons op. Alles wat wij zegden, was waar. Wij waren god eigenlijk, dat zegden ze toch."


Het verhaal van Hilde Leplae

"Ik ben geboren in Leopoldville in 1957. Mijn vader gaf les aan Congolese jongens in de Broederschool. Mijn moeder werkte mee in de foyer om de Congolese moeders hygiëne te leren. Ik zit bij het petekind van mijn papa die als blanke daar is gaan werken en wonen. Ze hadden een boy in huis die het huishouden deed, zo konden ze een steentje bijdragen en een gezin te helpen. Vol idealisme hebben ze daar gewoond en gewerkt."

Het verhaal van Manon Janssen

"Ik ben het meisje met de glimlach in het midden. Ik ben een product van twee culturen. Mijn vader is Congolees, mijn moeder is Belgisch. Hoewel ik hier geboren ben, bots ik vaak op vooroordelen. Mensen zeggen vaak ‘je spreekt goed Nederlands’. Alsof ik hier niet thuis hoor en nooit authentiek zal zijn. Dat kwetst."

Het verhaal van Jaak Albert

"Na mijn aankomst in België, na evacuatie uit Rwanda, kwam ik als metiskind bij het Adoptiewerk Thérèse Wante terecht! Deze foto werd genomen op de wandeldijk aan de Belgische kust met de andere zogezegde weeskinderen."

Het verhaal van Leon Gister

"Een lichtgele ochtendzon overspoelt de zacht glooiende hellingen van groene heuvels, dampende hutten, een ontslapende natuur, ...aarzelende kreetjes die zich vervolledigen in een schreeuw van ontwaken. Een kind is geboren, een licht gekleurd kind in een zwarte wereld. De wereld van mijn moeder, want mijn vader kan me niet plaatsen in zijn eigen blanke wereld al zou hij het willen. Ligt liefde of genot aan de basis van mijn ontstaan? Er is niemand meer om het me te zeggen...

Klein, zich niet bewust van de verontwaardiging die ik teweegbreng in mijn omgeving en tijd, stap ik op mijn blote voetjes door mijn eigen wereldje van een driejarige. Mijn geheugen is nog te weinig matuur om feiten op te slaan van die eerste jaren toen mijn vader mij kende, bijgevolg vormt er zich een niets over deze man. De biologische vader die me zijn genen gaf, zal altijd een vreemde voor mij blijven. Ik was pas drie jaar, te jong toen hij stierf, zonder te weten of hij mij echt beminde. Hij plaatste mij onder de hoede van zijn zwarte vriend, aan wie hij vroeg mijn moeder te huwen en voor zijn kind te zorgen. Dit, samen met een bankrekening voor mijn onderhoud, zijn de enige tekenen die overblijven van zijn mogelijke liefde of bezorgdheid voor mij. Dit samen met de naam van mijn moeder... Rwarabuze Roze, wat een mooie naam!"

Het verhaal van Marc Royers

"Ik was 3 jaar toen de Belgische Staat mijn vader naar Congo zond om er, in de provincie Kasaï, de dienst Veiligheid van de Staat op te richten. Ik heb er een gouden jeugd beleefd: de vrijheid, het klimaat, de bevoorrechte situatie maar ook de nauwe band met de bevolking . In 1960 naar Katanga teruggekeerd tot 1962. Mijn vader was toen in opdracht van België Hoofd van de Contra-espionage SCCR onder Tshombe. Ik werd toen ook , als 16-jarige, verplicht ingelijfd in het Katangese 'leger'."

Het verhaal van de kinderen Roels

"Wij zijn kinderen van na de Indépendance, maar ons verhaal begint wel in de kolonie. Onze mama, Marie-José Ceulemans, ging met haar ouders richting kolonie na WO II. Zij was een van de eerste blanke studenten die afstudeerde aan de Universiteit van Lovanium. Zij deelde de banken met zwarte medestudenten. Nadien ging zij er aan het werk als assistente tot zij er de prins op het witte paard leerde kennen. Joz Roels werkte er in het nucleair centrum. Zij wilden daar in 1960 trouwen, maar door een verplichte evacuatie van mama, trouwden ze uiteindelijk in oktober in België. Korte tijd later, keerden zij terug om er verder te doen wat ze er waren begonnen. Dan kwamen de kinderen. Wij gingen er samen met de Congolezen naar de kleuterklas. Later gingen wij gewoon in het Nederlands naar school. Wij hadden er een zorgeloze jeugd, met vele vrienden, zowel blank als zwart en van alle sociale rangen. Wij kregen verdraagzaamheid en sociale vaardigheden met de paplepel mee. Het cultuurbad was overweldigend. Als de kinderen aan hogere studies moesten beginnen, kwam mama mee naar België. Zij kon hier niet meer aarden. Wanneer zij wist dat zij terug kon naar haar heimat, begaf haar hart.

Zij was een kind van de zon en van Congo. In december 2015, na 30 jaar, keerden wij met z’n drieën terug. Heel goed ontvangen door de Congolezen. Wat een emoties."

Het verhaal van Koen De Vos

"We zijn in de zomer van 1961. Mandus De Vos is 25 jaar oud, twee jaar getrouwd en vader van een dochtertje. Zijn vrouw Lieve moet binnenkort bevallen van hun tweede kind. Zijn twee oudere broers Marcel en Elie, die allebei in het vroegere Belgisch Congo wonen en werken, hebben hem tijdens deze zomervakantie van 1961 uitgenodigd. Het is een unieke kans om de oude kolonie te leren kennen, maar Mandus twijfelt. Kan hij nu naar Afrika reizen met het risico dat hij de geboorte misloopt? Lieve geeft uiteindelijk de doorslag en dus zit Mandus enkele weken later op het terras bij zijn broer Elie. Na 14 dagen in Congo had Mandus er al een onvergetelijke reis op zitten. Plots komt de zwarte boy van Elie hijgend aangelopen. Hij zwaait uitbundig met een papier in zijn hand en roept: “Télégraphe, m’sieu Elie, télégraphe de Belgique…”

Elie neemt de brief in ontvangst. “Mandus, ’t is voor u. Uit België. Toch geen slecht nieuws, hoop ik.” En hij geeft het toegeplooide telegram aan Mandus. Mandus’ handen trillen even wanneer hij de omslag openscheurt en het bericht leest, maar dan klaart zijn gezicht op. “Elie, Madeleine, ik ben vader geworden. En ’t is een zoon: Koen!" Mandus overhandigt het document aan Elie en zijn vrouw. Ze lezen: “ALLES OK – KOEN LIEVE”. En die Koen, dat ben ik. Dit telegram is het allereerste papieren document als bewijs van mijn leven."

Het verhaal van Solange Lamin

“1960 in Belgisch Congo. Ik was 9 jaar. Er stopte een jeep voor de deur. We moesten onmiddellijk vertrekken want er was plaats in het vliegtuig. Wat mijn moeder toen deed is me altijd bijgebleven. Ze deed de voordeur dicht, draaide ze op slot, keek met verdriet naar haar sleutel en gooide deze weg. Ze zei al huilend tegen de soldaat: ‘Wat ik zojuist samen met die sleutel weggooide was mijn hart. Afrika is mijn land en zal dat altijd blijven. Mijn lichaam vertrekt maar ik laat mijn hart hier’. In 1951 werd ik in de schoot van Afrika geworpen. In 1960 werd Afrika mij ontnomen.”

Het verhaal van Dirk Vercauteren

"Op de foto zie je mijn ouders, mijn zus en ik in Kiri aan het Leopold II meer. Mijn vader had de opdracht gekregen een trace te maken van het meer naar een lepraziekenhuis verder noordwaarts. We hebben 18 maanden in de Brousse geleefd, ik als driejarige en mijn zus was één jaar ouder. Mijn moeder kreeg haar proviand met de boot elke 3 weken."

Het verhaal van Guido Wuyts

"Ik ben in 1946 in Congo geboren. Mijn vader werkte er als landbouwkundig ingenieur. Hij nam mij soms mee tijdens zijn opdrachten. Ik kwam op vele zwarte scholen, dorpen en missieposten. Mijn vader sprak vloeiend Swahili. Zijn gedrag was voorbeeldig, gehonoreerd met verscheidene eretekens. Ik heb met zwarte vriendjes gespeeld. Spijtig dat de gezamenlijke toekomst zo abrupt is afgebroken. Heel mijn leven heb ik heimwee gehad naar het klimaat, vriendelijke zwarten, brousse en avontuurlijk open ruimte."

Het verhaal van Leopold Kinet

"Ik ben een product van de kolonisatie. Mijn moeder was huishoudster bij mijn Belgische vader. Ik ben geboren in Cyangugu, Rwanda. Mijn vader moet mijn moeder graag gezien hebben, want hij bouwde een hut met stenen muren voor haar. Zij besloot mij wijselijk naar een internaat te brengen bij blanke zusters Save. Mijn vader moet mij ook graag gezien hebben, want hij betaalde de kosten van het internaat. Het vreemde is dat hij mij niet heeft erkend, maar toch draag ik zijn naam."

Het verhaal van Thierry Debels

"Mijn moeder is geboren in Buta, Belgisch Congo, in 1943. Mijn grootvader was er dokter, of munganga. Mijn grootmoeder hielp mee bij de talrijke bevallingen. De verhalen van mijn grootouders hebben me aangezet om een roman te schrijven: Kamabea. Dat is de naam van de laatste standplaats van m'n grootouders en tegelijk ook de naam van de bungalow die ze later in België lieten bouwen."

Het verhaal van Christian Goedtkindt

"Mijn grootvader werkte voor een grote firma in granen. Ik ben geboren in 1954 en ontdekte deze foto in het album van mijn moeder in de jaren '60. Hoe fier voelde ik mij, toen ik zag dat mijn grootvader tussen die zwarte mensen zat die voor hem gewerkt hadden op de velden en nu naast hem mochten komen poseren als beloning. Al vond ik het wel vreemd dat ze geen schoenen aan hadden!"

Het verhaal van Tillo Behaeghe

“Onafhankelijkheid van Congo had een eindpunt van de dekolonisatie moeten zijn, niet het beginpunt. Een boutade? Wel, dat is mijn conclusie nadat ik in 1960 als laatste blanke Yangambi had verlaten op dringende vraag van Brussel. De Congolezen hebben de site nog jarenlang ‘geconserveerd’ voor landbouwkundig onderzoek in de tropen, maar het was wel het einde van wat eens het grootste centrum ter wereld was."

Het verhaal van Pierre Mbuyamba

"In Belgisch-Congo leefden blanken en zwarten strikt gescheiden. Soms ging ik met mijn vrienden naar een winkel voor de blanken. Dan riep de verkoopster op ons. Maar ik heb er wel de sokken gekocht die ik draag op deze foto. De segregatie was totaal, het was apartheid."

Het verhaal van Jean-Jacques Tamba

"In Belgisch-Congo mochten zwarte mannen geen blanke vrouw aanraken. Je mocht er niet mee dansen. Toen ik in 1960 in België aankwam, bleek dat hier allemaal wel te kunnen. Het zijn de Antwerpse vrouwen die mij hebben gedekoloniseerd."

Het verhaal van Titine Schijvens

"Ik sta hier op de foto met een hele groep Batwa’s. Die brachten ons altijd vlees dat ze hadden geschoten. De zwarten waren heel vriendelijk, ze keken naar ons op. Alles wat wij zegden, was waar. Wij waren god eigenlijk, dat zegden ze toch."

VRTNU VRTNU VRTNU