Spring naar inhoud

De wraak van Wahida

geschreven op 26 maart 2017

Voor zijn reeks IS in het vizier zocht Rudi Vranckx samen met zijn ploeg de mensen op die strijden tegen IS. Regisseur Mark hield al die tijd zijn indrukken bij in een dagboek.

Sharqat, Irak, 11 december 2016. We hebben al in geen dagen een vrouw gezien. Tenzij in zwarte doeken verborgen. We hebben al dagen bijna geen man gezien. Enkel strijders met geweren. We hebben al in dagen amper een bewoond huis gezien. Tenzij verbrokkelde muren. We hebben al dagen geen normale chauffeur. Tenzij een razend scheurende gek die de remmen laat gillen bij het minste obstakel. We hebben al veel verroest ijzer gezien. De brokstukken van wat ooit auto’s waren. We hebben al rijdend nog geen deftig beeld gedraaid. Enkel al schuddend door putten en wegduikend voor alweer een checkpoint.

Burgerkleding is meestal vervangen door uniformen, beroepen van mannen door hun rang in de militie

De koude droge gebroken route van Bagdad richting Mosul lijkt onschuldig. Ze brengt ons dichter bij IS-gebied. Je ziet het aan de blikken van onze begeleiders. Je hoort het aan grappen van de chauffeurs over de prijs waarvoor ze ons zullen verkopen. Je merkt het aan de keren dat we aan de kant worden gezet aan checkpoints. En de trucjes en halve leugens die de fixer verzint om ons weer een checkpoint verder te krijgen.

Ik merk het aan de gewone omgangsvormen uit het Westen die verdwijnen. Een vrouw begroet je niet met een handdruk. Je stapt niet uit je auto op elke plek. Je wandelt de berm niet in (opletten voor boobytraps). Je blijft niet te lang hangen op dezelfde plek. Je drinkt geen biertje bij het eten. Je gaat niet op straat in het donker. Je tikt niet op je laptop als je in de auto zit. Je snuit je neus niet waar anderen het horen. Je gebruikt je hand in het toilet, geen papier. Je trekt je schoenen uit als je binnen gaat.

Iedereen draagt overal een kalasjnikov. Spookrijden behoort tot het gewone gedrag van elke chauffeur. Wie blij is schiet in de lucht. Alle regels zijn te omzeilen met een stapel bankbriefjes. Burgerkleding is meestal vervangen door uniformen. Beroepen van mannen zijn vervangen door hun rang in de militie.

Gekheid is regel geworden, strijd de belangrijkste communicatie, complot de meest waarschijnlijke oorzaak achter alles wat gebeurt

Knallend uitgaande raketten blazen je uit je lakens in de nacht, maar zijn een goed teken. Als een knetterend houtvuurtje stellen ze ervaren oorlogsgangers als Rudi op hun gemak. Mij laten ze met een bonzend hart achter. Wachtend op de volgende reeks knallen. Ik moet bekennen: na zes nachten raketten op enkele honderd meter van je bed went het gevoel al een beetje. “Onze kinderen kunnen niet meer slapen als er geen bommen knallen”, zegt een vrouw. “Hoeveel gekker kan het nog worden?”

Gekheid is regel geworden, grenzeloosheid de verwachting, hoop de enige zinvolle filosofie, strijd de belangrijkste communicatie, complot de meest waarschijnlijke oorzaak achter alles wat gebeurt. De meeste dieren lijken te zijn gevlucht uit het kale landschap. Enkel soldaten die niet sneuvelden in de strijd en bewoners die gelukkig ontsnapten aan kogels en bommen leven hier nog.

Rijdend in een Toyota-vrachtwagen met op de achterbank twee soldaten, geweer door het raam, en in de bak vier soldaten met het geweer op de buurt gericht, volgen we drie dezelfde vrachtwagens met evenveel soldaten aan boord.

De militie van Wahida rijdt door Sharqat, Irak.

"Some women fear the fire, some women simply become it", zou Shakespeare schrijven

In de eerste wagen zitten Rudi en de ploeg te praten met Wahida. Steeds sneller en verder gaat het daar naar de rand van de stad, zigzaggend tussen zandheuveltjes die als versperring op de straat gegoten zijn. Wanneer de auto bij het checkpoint stopt, springen zes soldaten van hun truck en richten ze nerveus hun geweer in alle mogelijke richtingen vanwaaruit we zouden kunnen worden aangevallen.

De open vlakte tussen de huizen wordt groter. “Daesh, Daesh” zeggen de soldaten naast me. Ze tikken op mijn camera en dan op de ruit. In dat volledig vernielde huis zat Daesh, begrijp ik, en ik richt mijn camera door het raam zoals zij hun geweer. “Daesh, Daesh” zeggen ze nog verschillend keren. Een stem klinkt over de boordradio. In de verte nog meer Daesh, wijst de man achter me. Veronderstel ik toch. Op dat moment verlies ik de eerste auto van ons konvooi uit het oog.

Plots stoppen ze. Iedereen springt uit de wagens. Ik word aangemaand om eruit te komen. Zo sta ik tussen een twintigtal nerveuze en tot de tanden gewapende leden van de sjiitische militie Hasd Al-Shaabi. Mannen die de wapens hebben opgenomen om hun land te verdedigen tegen Daesh. “Daesh, Daesh”, wijzen ze, lopend naar verschillende plekjes in deze wijk. Ik film het allemaal een beetje onnozel slaafs. Overal waar ze wijzen. Rudi en de ploeg zijn niet meer te zien. Een vlakte, daarachter een ander dorpje. "Daesh, Daesh!"

En dan: een huis met zes soldaten aan de ingang van een lange oprijlaan. Voor het huis twee trucks. “Daesh, Daesh”, zegt de man. Ik knik overtuigd. Ze overleggen, alsof ze begrepen hebben dat ik daarheen wil. Het kan. Ze brengen me het huis in. De trap op. Tot op het dak.

Daar vind ik zoals ik had verhoopt, gehuld in zware kogelvrije vesten, Rudi Vranckx samen met cameraman Filip en klankman Jan, in gesprek met Wahida, de leider van deze Hasd Al-Shaabi-eenheid. Ik begin te filmen. Ik stel een 360°-camera op. Duik mee in het interview als tweede camera. Er staan zo veel soldaten rond dat ik Rudi bijna niet vind. Een vriendelijke soldaat zet me mijn helm op mijn hoofd die ik in de auto had laten liggen. Volkomen niet aan gedacht bij het uitstappen. Nu wel, want het gaat over snipers, hoor ik.

Daar staat de kleine Wahida, relaxt op een scherpschuttersschot afstand van de vijand: “Daar in de verte is Daesh."

“Eat!” Ze gebaart dat ik veel te weinig eetlust heb

Maar Daesh probeert uit haar buurt te blijven. De wraak van Wahida is bekend bij IS. "Als je toch moet sneuvelen, doe het dan niet in de handen van Wahida.” Sinds haar geliefde man vermoord werd door IS, staat er geen rem meer op bij Wahida. "Heaven has no rage like love to hatred turned, nor hell a fury like a woman scorned", wist William Congreve al in 1697. Shakespeare zou schrijven: "Some women fear the fire, some women simply become it".

Tijdens het avondmaal dat ze ons aanbiedt, trekken de vingers van Wahida de stukken gebraden kip uit elkaar. Ze schuift me de brokken vlees toe. “Eat!” Ze gebaart dat ik veel te weinig eetlust heb.

Hoe zou dat nu komen? Dat zie je dinsdag in aflevering 2 van IS in het vizier.

VRTNU VRTNU VRTNU