Spring naar inhoud

En toen werden onze camera's in beslag genomen

geschreven op 02 september 2016

Voor zijn nieuwe reeks IS in het vizier zoekt Rudi Vranckx samen met zijn ploeg de mensen op die strijden tegen IS. Hun eerste reis brengt hen, na Tunesië, naar het front met IS in Libië. Regisseur Mark ondervond er meteen dat je daar niet zomaar zonder toestemming filmt aan het front... en ook niet mét.

We staan midden op een kruispunt te wachten. Trucks aan de ene kant, een voetbalveld aan de andere. Auto's scheuren voorbij. De zon gaat onder, al was het maar om ons eraan te herinneren dat de tijd voorbij gaat. We wachten ergens op, officieel op Abu Baker, maar of dat echt zo is, ik weet het niet.

Situaties draaien hier even snel als de woestijnwind

Ik schrijf om mijn gedachten te ordenen. Hoe zijn we hier beland? Hoe komt het dat we geen plan meer hebben? Alle opties worden open gehouden, opties die steeds meer lijken op verlangens dan op realistische plannen. Hoe komt het dat ik me dood erger aan de jongste van onze twee fixers die met alles lacht? Zijn vrolijkheid grenst aan een dolle naïviteit. Tegelijk is het ook een vlucht van zijn verantwoordelijkheid. Veel beloven en niks geven, veel wind maken met weinig resultaat. We kunnen het hem niet kwalijk nemen, want die gang van zaken is hier tot nu toe meer regel dan uitzondering. Afspraken waaien weg met de warme zeebries. Situaties draaien even snel als een woestijnwind. Plannen schuiven als wolkjes door elkaar en vormen nieuwe plannen die je zelf nooit hebt bedacht.

Het laatste beeld voor onze camera in beslag genomen wordt. "Camera down!", roept iemand. Onze chauffeur (in het blauw) kijkt verschrikt om.

Vertrekken. We rijden het gebouw binnen van de veiligheidsdiensten waar Abu Baker ons zou komen ontmoeten. We mogen binnen na twee uur wachten. Dit laatste schrijf ik al waggelend, terwijl we binnenrijden in iets wat op de ingang van een kazerne lijkt die nu slordig bewaakt wordt. Torentjes en wachthokjes zonder soldaten. Ik kijk maar half. De wagen stopt. Ik sluit mijn computer af. Wuivende handen in de wagen achter me. Onze chauffeur en onze twee fixers. Het rechthoekje dat ze in de lucht tekenen is mijn laptop. "Doe die laptop weg!", roepen ze. Zo beland ik weer in een situatie waarin ze hoofdschuddend kunnen zeggen dat ik het land niet ken. Zomaar met een gesloten laptop in de hand uit een wagen stappen om die in de koffer te leggen... Ik reageer verbaasd geïrriteerd, maar hou me meteen in. Scenes maken is niks voor mij. Ze hebben natuurlijk altijd gelijk. Het zal wel gevoelig liggen hier. Je bent verdacht als je iets doet dat kan ingevuld worden door hun achterdochtige fantasie. Een erfenis van een dictatuur waarin iedereen iedereen verklikte?

We worden behandeld als spionnen

Zo voel ik even hoe het moet zijn als alle initiatief in de kiem gesmoord wordt. Je moet als een baksteen twee uur in je stoel blijven zitten en als een lammetje naar de slagboom rijden. Naar de grond kijken terwijl je wandelt. Braaf knikken wanneer ze onze camera teruggeven die ze onterecht in beslag hebben genomen. Vriendelijk de hand schudden van de politieman die je van de straat plukt en je naar het hoofdkwartier van het leger brengt om je daar te beschuldigen van dingen die je niet hebt gedaan.

We hadden ook niets verkeerds gedaan. We stapten uit aan een moskee. Wilden beginnen filmen. Zetten onze camera aan en richtten die op de muur met daarachter het torentje. Gelovigen kwamen aanrennen. Het hele plein stond vol auto’s. Het brullen van een man op twintig meter achter ons trok mijn aandacht. “No filming, camera down.” Wat we dan ook spontaan deden. We zijn hier niet om mensen te bruuskeren. We zijn hier om een verslag te maken van de oorlog die ze aan het winnen zijn tegen IS.

Er ontstond een hevige discussie tussen onze chauffeur en de politiemannen. Het werd echt erg nadat ze onze filmtoelating (ondertekend door de generaal in Misrata) meenamen. Hun pick-up raakte met moeite de parking voor de moskee af. Vier mannen versleepten met de blote hand de auto. Wij moesten hen volgen. Ze reden met ons naar een checkpoint waar alweer een discussie ontstond. Arabisch. We hoorden wel dat het over de moskee ging. Waarom we daar waren? We waren een man aan het filmen die daar ging bidden. We wisten dat we binnen niet mochten filmen. Geen biddende mensen. Het toestromen van auto’s en mensen wilden we wel filmen. De gevel van de moskee ook.

De man van het checkpoint kent de familie die we aan ‘t filmen waren. Een gezin dat de terreur van IS gevoeld heeft. Hun zonen werden vastgebonden, geslagen en opgesloten. Eentje is nog niet terug. Die getuigenis wilden we in de verf zetten. Maar we worden behandeld als spionnen.

"You ruin our job", sneert Rudi nog

Ze brengen ons naar het militaire hoofdkwartier in Sirte waar we al drie keer zijn geweest om onze filmtoelatingen te tonen, voor we begonnen met filmen. Ze kennen ons daar. Alles is in orde. Wij hebben niks verkeerd gedaan. Ze hebben ons niet betrapt op een overtreding. Maar toch ontstaat er een laaiende discussie tussen onze chauffeur en de politieman. De commandant kan ons niet laten gaan zonder gezichtsverlies. Alle camera’s moeten uit onze wagen en naar het bureau. Ze zullen worden ingepakt en 200 km verder naar Misrata gebracht worden. Daar zal alles worden geanalyseerd en dan mogen wij op de afspraak komen.

Met dit papier, dat bewijst dat ze onze camera’s hebben afgepakt, moeten we naar Misrata.

Wanneer de officier even niet in zijn bureau is, loop ik naar binnen en haal ik het geheugenkaartje uit mijn fototoestel. Rudi en ik wachten in de wagen terwijl Jan, Patrick en de chauffeur in het bureau verklaringen afleggen. Tien minuten later word ik binnen geroepen. In het bureau zie ik Jan en Patrick met mijn drone in de handen. De officier is nergens te bespeuren. “Haal snel het geheugenkaartje eruit!", manen ze me aan. Moeilijk te vinden, zo’n micro-SD-kaartje. Ik ken echter mijn toestel door en door, neem het kaartje, draai het in mijn vuile zakdoek, blijf nog even in de kamer en verlaat dan weer sloom het gebouw. Ik gedraag me als een geslagen hond. Rudi kijkt bezorgd. "Wat moesten ze van je hebben?”, vraagt hij me. “Ik heb het kaartje uit onze drone”, fluister ik euforisch. Rudi glimlacht. Jassin, onze tweede fixer, haalt opgelucht adem. Hij probeert een bevriende militaire leider te bellen. Maar ook die kan ons niet verlossen van deze administratieve overval.

Eén ding heb ik geleerd in 20 jaar filmen: mirakels en tegenslagen gaan hand in hand

“You ruin our job”, sneert Rudi nog tegen de officier die ons na afloop glimlachend de hand schudt. Hij geeft ons een papier dat bewijst dat ze onze camera’s hebben afgepakt. Daarmee moeten we dan naar Misrata, op drie uur van hier. Gedaan met filmen.

Een uur geleden zaten we nog boordevol plannen. We hadden lang rondgereden om iemand te vinden die wilde getuigen. Ons verhaal kwam net op gang. Maar nu kunnen we het wel vergeten. Ik schat dat we minstens twee dagen kwijt zijn voor we hier opnieuw aan het filmen zijn.

Maar als er één ding is dat ik heb geleerd in 20 jaar filmen, dan is het wel dat je nooit zelf mag denken dat het niet zal lukken. Mirakels en tegenslagen gaan hand in hand. En misschien komen we door deze vreemde speling van het lot in een andere, betere situatie terecht die je anders nooit had meegemaakt.

Dus nemen we een douche, scheren we onze baard en gaan we er weer tegenaan.

VRTNU VRTNU VRTNU