Spring naar inhoud

Jan Bultheel

geschreven op 29 oktober 2017

Jan Bultheel

Jan Bultheel en Arielle Sleutel aan het werk

Twee jaar na zijn langspeeldebuut Cafard - een epos over de Eerste Wereldoorlog met een uitgepuurde graphic novel stijl - probeert animatiefilmmaker Jan Bultheel het budget rond te krijgen voor opvolger Canaan.

Daarnaast moet nog worden gezocht naar een nieuwe visuele stijl. En er moeten ook nog heel wat tests gebeuren, alvorens Jan met de opnames van zijn nieuwe film van start kan gaan. Net zoals bij Cafard wil hij gebruik maken van de geavanceerde motion-capture technologie.

In tegenstelling tot Emma De Swaef, maakt Jan Bultheel gebruik van 'motion-capture' of MoCap. Dat is een techniek waarbij de bewegingen van echte acteurs worden omgezet in digitale animatie.

Vier fases in het werk van Jan Bultheel

De acteurs krijgen een heleboel sensoren op het lichaam gekleefd die iedere beweging capteren. Vervolgens spelen de acteurs de verschillende scènes uit een film zodat hun bewegingen overgedragen worden aan hun digitale evenknieën.

Een beeld genomen tijdens de MoCap-opname

"MoCap is echt de max", aldus Jan Bultheel, "want we kunnen werken met acteurs die een eigen inbreng hebben, die de scènes spelen zoals op een theater."

In een latere fase capteren Jan en zijn team de details van de personages zoals gelaatsuitdrukkingen of handbewegingen.

Voor zulke details doet Jan Bultheel een beroep op gespecialiseerde apparatuur. Zo maakt hij gebruik van een facial scanner om de gelaatsuitdrukkingen tot op het detail te capteren.

Zodra de animaties afgewerkt zijn, kan Jan Bultheel aan de slag: hij en zijn team voegen kleuren toe, positioneren de camera en monteren de sequenties. "Het moeilijkste aan deze manier van werken? Je moet constant keuzes maken", vertelt de regisseur in Hopen op de goden.

VRTNU VRTNU VRTNU