Spring naar inhoud

Het einde van de weg

geschreven op 04 september 2019

Dit zijn Yoly en David. Samen met hun drie kinderen wonen ze in Lagunas, een kleine gemeenschap in het Amazonewoud, zes uren varen van de dichtstbijzijnde stad. Ze zijn allebei gids en parkwachter in Pacaya Samiria, een beschermd natuurgebied bijna twee keer zo groot als Vlaanderen.

door Celine Willmore

De reis vanuit Huaraz naar Lagunas duurde voor ons – over land en water – 3 dagen. 30 uren bus, 3 uren minibus en na een nachtje slapen, vaarden we met de snelle boot nog 6 uren door de jungle. Tot voor kort waren er geen snelle boten of rapidos. Je kon alleen de trage boot nemen. Met je eigen hangmat in de aanslag vaarde je in drie dagen tijd steeds dieper het Amazonewoud in, tot je aankwam in Lagunas.

Yoly en David komen ons halen aan de haven en na een stevig ontbijt van vis, rijst en gebakken bananen, nemen we de motortaxi naar de ingang van het reservaat. 6 dagen zullen we met de kano de rivier afvaren, dieren spotten en leven zoals onze gidsen dat in het Amazonewoud doen. Voor ons geen fancy lodge, snelle motorboot, douche of Westerse maaltijden, maar een matrasje met muskietennet op de grond in het bos, 15 kilometer peddelen per dag, pootje baden in de rivier en vis vangen voor het avondeten.

We zijn nog maar net vertrokken wanneer Yoly me stil teken doet dat ik naar boven moet kijken. M’n blik volgt haar vinger: een hele groep apen doet zich tegoed aan bladeren en lijkt zelfs niet te weten dat we er zijn. Het voordeel van de kano, we glijden zo zacht door het water dat de dieren niet horen dat we eraan komen. Alleen schildpadden blijken het onmiddellijk door te hebben, want bij elke nieuwe bocht zien we ze in de verte zonder aarzelen het water in springen. In dit reservaat mag alleen bij uitzondering met een motorboot gevaren worden: een spoedgeval bij de lokale gemeenschappen, die diep in het reservaat wonen, of parkwachters die snel ergens heen moeten. ‘Mooi geluid he’, zegt Cédric, terwijl de peddel voor de zoveelste keer ritmisch het water inploft. Ik moet glimlachen. We zijn hier voor 6 dagen, maar al na enkele uren vervagen tijd en ruimte en hebben we geen idee meer hoe laat het is, er is geen internet of mobiel bereik en er zijn geen andere afleidingen. Er zijn veel geluiden, vooral geluiden die we niet kennen, behalve het ritmische geplof van die peddel dan. Dat geluid kennen we al snel als de beste.

De situatie heeft iets meditatiefs en beangstigends tegelijk. Er is alleen regenwoud rondom ons. Boom na boom, bocht na bocht, alleen regenwoud. Het voelt snel vertrouwd aan maar tegelijkertijd merk ik dat ik een ‘groentje’ ben in het bos, meer dan eens denk ik dat we ergens al gepasseerd zijn, maar eigenlijk glijden we met de kano steeds verder het reservaat in. Alles lijkt hier zo sterk op elkaar dat elk gevoel voor oriëntatie onmiddellijk wegebt en ik volledig vertrouwen moet hebben in de gidsen voor het vinden van de weg. ‘Zullen we hier even stoppen?’, vraagt Yoly aan David. ‘Ik denk dat er hier misschien eieren liggen.’ Met een stok port ze in de modder en binnen enkele minuten heeft ze een dertigtal eitjes bovengehaald. Tussen het dierenspotten door, zoeken we schildpaddeneieren op de modderige strandjes. Eieren komen alleen uit wanneer ze in droog zand gelegd zijn, dus al de andere nesten zijn voer voor jaguars en krokodillen, óf voor de gidsen in het park.

Om met ons – toeristen – het park in te mogen, moeten gidsen per maand tien dagen het werk van de parkwachters doen, maar dan wel gratis. Ze beschermen het regenwoud, zonder ervoor betaald te worden. Wel mogen ze een beperkt aantal vissen en schildpaddeneieren meenemen om die te verkopen in het dorp of zelf op te eten. Als beloning voor het gratis werk, mogen ze de andere 20 dagen per maand mét toeristen het reservaat binnen, als er toeristen zijn natuurlijk. Dit is meer dan een toeristisch rondje van enkele dagen in de jungle. Al zien we apen, luiaards, krokodillen, kaaimannen, kameleons, dolfijnen, papegaaien, toekans, schildpadden en zoveel meer, door uren samen op de kano door te brengen, krijg je snel een beter zicht op het leven van onze gidsen hier. Een leven dat nergens lijkt op het leven dat wij kennen. Er is geen supermarkt en niet iedereen heeft een toilet aan z’n huis. Mensen leven vooral van de visvangst en kennen de jungle als hun broekzak. Het is een geïsoleerde plek, ver van alles, een plek waar er sinds kort één internetcafé is en iedereen gaat slapen om negen uur ‘s avonds – er is niks meer te doen. Qua werk is het er niet gemakkelijk: visser, landbouwer, parkwachter of gids, dat is het zowat. Wel ligt het Amazonewoud er aan je voeten, het kloppend hart van onze planeet, die magische plek die nu in brand staat en sinds kort bij velen hét gespreksonderwerp geworden is. Die plek begint voor ons hier, in Lagunas, aan het einde van de weg, waar de rivier het landschap overneemt.

VRTNU VRTNU VRTNU