Spring naar inhoud

Kunnen robots een bewustzijn krijgen?

geschreven op 04 januari 2016

Dirk Draulans, bioloog en journalist van Knack

Zet een kind van een jaar oud met een rood vlekje op zijn voorhoofd geschilderd voor een spiegel, en het zal naar het vlekje op de spiegel wijzen. Doe hetzelfde met een kind van twee, en het wijst naar het vlekje op zijn voorhoofd. Het is zich van zijn bestaan bewust geworden. Volwassen chimpansees wijzen ook naar hun voorhoofd, net als – in een aangepaste experimentele versie – dolfijnen en eksters. Zij lijken zich eveneens van hun bestaan bewust. Maar doe hetzelfde met een hond, en hij gaat achter de spiegel naar de andere hond zoeken. Het bestaan van bewustzijn in het dierenrijk is beperkt.

De robot leek zich er bewust van te zijn dat het stuk robotarm dat hij zag, niet in de spiegel zat, maar van hemzelf kwam
Dirk Draulans

In 2011 meldden ingenieurs dat ze een robot met de robotnaam Qbo een bescheiden vorm van zelfherkenning hadden gegeven: met software voor gezichtsherkenning herkende hij zich in een spiegel. In 2012 kwam het nieuws dat een robot met de mensennaam Nico in staat was een stuk van zichzelf in een spiegel te herkennen: de robot leek zich er bewust van te zijn dat het stuk robotarm dat hij zag, niet in de spiegel zat, maar van hemzelf kwam. De ingenieurs die hem geprogrammeerd hadden, waren niet euforisch in hun analyse van hun resultaat. Ze herleidden de indruk van bewustzijn tot een ‘beeldverwerkingsprogramma’, waarvan het nut vooral was dat het een robot in staat zou stellen zichzelf te kalibreren, correct af te stemmen op een nieuwe situatie. Het succes steunde op een programma om ruimtelijk te kunnen redeneren, vergelijkbaar met de manier waarop wij in een achteruitkijkspiegel kijken om met onze wagen te kunnen manoeuvreren zonder brokken te maken.

Een experiment van een ander kaliber was dat met een aantal Nao-robotjes die gewoon in de handel verkrijgbaar zijn. De voorbije zomer raakte bekend dat drie van die dingen in een setting waren gebracht, waarin onderzoekers ze hadden wijs gemaakt dat twee van hen een pilletje hadden gekregen, waardoor ze niet meer konden praten. Een van de robots kon wel nog praten, herkende zijn eigen stem en besloot daarop dat hij niet degene was die tot verstomming was gedoemd. Ook hier was het enthousiasme van de makers gematigd: ze benadrukten dat hedendaagse robots niet genoeg gegevens kunnen verwerken om met een echt bewustzijn opgezadeld te worden. Het vakblad New Scientist labelde de dingen als ‘filosofische zombies’: ze zullen nooit in staat zijn om zoals wij van een zonsopgang te genieten, maar je kunt ze wel zo programmeren dat ze reageren op een zonsopgang. Ons brein is helaas niet met een gebruiksaanwijzing gekomen, zodat we het niet eventjes in een robot kunnen kopiëren. De ware aard van ons bewustzijn achterhalen is een soms frustrerende zoektocht naar wat ons uniek maakt.

‘Het is vandaag onmogelijk om robots een bewustzijn te geven’, bevestigt robotexpert Bram Vanderborght van de VUB. ‘Daarvoor is er te weinig gekend van de werking van onze hersenen, laat staan van de manier waarop we die werking in een robot zouden kunnen reproduceren. De enkele testen die gedaan zijn, leveren geen bewijs voor het bestaan van bewustzijn in een robot. Ze zijn niet meer dan wetenschappers die een vorm van bewustzijn in een robot programmeren, en dan besluiten: kijk, hij heeft een bewustzijn.’

Zijn VUB-collega Ann Nowé, die computers leert leren, zit op dezelfde golflengte: ‘Ik heb nog geen experimenten gezien die mij overtuigen van het equivalent van menselijk bewustzijn in een machine. Het is belangrijk te weten dat de term (zelf-)bewustzijn een brede lading dekt en ook gebruikt wordt voor software en toepassingen waarvan het gedrag afhangt van de context waarin het wordt uitgevoerd. Maar dat zijn eerder adaptieve systemen dan cognitieve. Er zijn al zeer knappe experimenten gedaan, maar het is toch allemaal te sterk gestuurd. Een overtuigend experiment zou er moeten van uitgaan dat niet a priori geweten is welke test er zal moeten worden uitgevoerd. Een robot moet dan worden uitgerust met een brede waaier aan sensoren en actoren en een brede waaier aan skills. Zo’n experiment zou vandaag enorm veel tijd vergen en héél duur zijn.’

De ware aard van ons bewustzijn achterhalen is een soms frustrerende zoektocht naar wat ons uniek maakt.
Dirk Draulans

In sommige laboratoria wordt gesleuteld aan systemen om software en hardware zo op elkaar af te stemmen dat robots een grotere autonomie krijgen. Enkele wetenschappers gaan ervan uit dat ze er met software alleen niet zullen komen: ‘Kun je louter met elektriciteit die door zenuwcellen loopt subjectieve gevoelens als pijn en kleurervaring oproepen?’ Zo is er in 2013 een robot gepresenteerd, die heel robotachtig XCR gedoopt werd (voor ‘experimental cognitive robot’). Die functioneert niet uitsluitend via software, maar door middel van fysieke draadjes en elektronische componenten. Hij kwam echter niet veel verder dan terugdraaien als hij een tik kreeg, waardoor je het al breed moet interpreteren om er iets analoog aan het vermijden van pijn in te zien.

Recent kwam er nieuws over een robot genaamd Hector, die er wat uitziet als een mechanisch wandelend blad met in zijn hoofd (of beter: als zijn hoofd) een artificieel neuraal netwerk. Voorlopig doet Hector niet veel meer dan wandelen en het aanpassen van zijn wandelgedrag aan wat hij op zijn weg ontmoet. Maar het is de bedoeling dat hij op termijn dingen gaat doen waar hij niet specifiek voor geprogrammeerd is. Hij zal in situaties die hij niet op voorhand meegekregen heeft, moeten reflecteren en een eigen beslissing nemen. Ook dat lijkt vandaag echter meer op wishful thinking van zijn ontwerpers dan op realistische wetenschap.

Soldaten zijn triest als een robot die ze gebruiken voor het ontmantelen van bommen, ontploft. Mensen kunnen bevriend worden met machines.
Dirk Draulans

‘Om tot een soort bewustzijn te komen, dient een systeem ingebed te zijn in zijn omgeving’, legt Ann Nowé uit. ‘In die zin is zowel hardware als software nodig, want het systeem moet de omgeving kunnen waarnemen en handelen in functie van wat het ervaart. Als we naar een vorm van levenslang machinaal leren willen, zal er op termijn toch een of ander machinebewustzijn nodig zijn, omdat doelen moeten kunnen worden bijgesteld. Maar zo ver zijn we nog lang niet. Ik ben zelf vooral actief op het vlak van machines die leren uit ervaring. Door middel van een beloningsschema wordt duidelijk gemaakt wat ze moeten leren, maar de machines moeten zelf via interactie met de omgeving bepalen hoe ze het doen. Maar zelfs dat is uiteindelijk nog altijd de ontwerper die impliciet vastlegt wat de bedoeling van het leerproces is.’

Als mensen en robots gaan samenwerken, moeten we de ethiek daarvan durven bekijken.
Dirk Draulans

Bram Vanderborght wijst er op dat de afstand tussen mensen en machines nog eindeloos groot is: ‘Computers zijn uitstekend in het kraken van getallen, héél veel getallen, wat interessante toepassingen als navigatie, zoekmachines en het werken met enorme gegevensbanken (big data) heeft opgeleverd. Maar hun beperkingen zijn legio. Een kind kan zijn veters knopen, voor een robot is dat aartsmoeilijk. Een mogelijke verklaring is dat achter zulke handelingen miljoenen jaren van evolutie zitten, die het design voortdurend verbeterd hebben. Vaardigheden als wiskunde en logica zijn echter veel recentere evoluties. Daardoor kon schaakgrootmeester Gary Kasparov lang geleden al door een computer verslagen worden. Je kunt uit de recente ontwikkelingen wel concluderen dat machines en mensen geweldige teams kunnen vormen.’

Vooralsnog lijkt het dus mee te vallen met de dreiging van artificiële intelligentie die het overneemt van de mensheid. Domheid, in casu het barbarisme van iets als de Islamitische Staat, is momenteel een groter risico. Intrigerend zijn wel inzichten die stellen dat mensen meer op hun ongemak zijn in het bijzijn van een robot met menselijke trekken dan van een machine die robotachtige dingen doet. Het vakblad Cognition presenteerde een studie die aantoonde dat mensen meer vertrouwen stellen in machinerobots dan in zogenaamde androïde machines. De ideale robot zou de trekken accentueren die aansluiten bij waar hij voor gemaakt is, en zou niet ontwikkeld mogen zijn om te verbergen wat hij doet. Desondanks hebben mensen er geen probleem mee om hun zelfrijdende stofzuiger een naam te geven. Soldaten zijn triest als een robot die ze gebruiken voor het ontmantelen van bommen, ontploft. Mensen kunnen bevriend worden met machines.

Over de vraag of robots op termijn, als ze slimmer en zelfstandiger zouden worden, rechten moeten krijgen, wordt druk gefilosofeerd.‘Als mensen en robots gaan samenwerken, moeten we de ethiek daarvan durven bekijken’, stelt Bram Vanderborght. ‘Daar gaan ongetwijfeld vragen over privacy, verantwoordelijkheid en veiligheid bij komen kijken. De maatschappij gaat ook moeten beslissen of we robots ongestraft mogen uitschelden of slaan.’ Ann Nowé antwoordt droogjes op de vraag naar rechten voor robots: ‘Geen rechten zonder plichten zou ik zeggen.’.

VRTNU VRTNU VRTNU