Spring naar inhoud

Andrea Vreede

Journaliste en verhalenverteller in Italië

geschreven op 17 september 2015
Andrea Vreede

Deze week volgen we Andrea Vreede, oud-correspondente van het NOS Journaal en nu freelance-journaliste in Rome. Als archeoloog en tolk-vertaler Italiaans verhuisde ze in 1994 voor een jaar naar Italië, om er vervolgens nooit meer weg te gaan.

“Italië is een soort laboratorium voor de rest van Europa. Op dit moment lijkt het onder premier Renzi bezig met een inhaalrace om eindelijk een goed functionerend en modern land te worden. Lijkt het…”

Andrea schrijft artikels, geeft voor radio en TV commentaar als Italië- en Vaticaan-kenner, verzorgt lezingen en laat geïnteresseerde reizigers de onbekendere kanten van Rome zien. Deze week vertelt ze via dit blog over zaken die haar en Italië in deze tijd bezighouden. Ze doet dat aan de hand van foto's, tekst en video. Vanaf 21 september volgen we een andere interessante correspondent, wetenschapper of kunstenaar.

Op 1 mei j.l. ging de Expo van Milaan open, maar tot mijn schande was ik er tot op heden nog niet toe gekomen om er een kijkje te nemen. De tijd begint te dringen, want op 31 oktober sluiten de hekken alweer. Vandaar dat dit laatste blog u bereikt vanuit het voedselfestijn! Vreemd genoeg heeft de Expo in de grote Nederlandse nieuwsprogramma’s weinig aandacht gekregen. Een gemiste kans, want universele wereldtentoonstellingen komen niet alle dagen langs. Het thema van deze 34ste editie is Voedsel voor de planeet, energie voor het leven.

145 landen doen mee. Op dit evenement draait het om de relatie tussen voedsel en diëten en technologie, innovatie, cultuur, tradities en creativiteit. Tenminste, dat zegt de ronkende tekst in de persfolder. Hier ziet u de paviljoens van België en Nederland:

Belgisch paviljoen
Nederlands paviljoen

Tijdens de aanleg van het grote expositieterrein vlak buiten Milaan haalde het ene schandaal na het andere de Italiaanse media. Financiële malversaties, corruptie, maffiaclans die aanbestedingen naar zich toe trokken. Het kon niet op. Maar toen de Expo eenmaal op gang was, hoorde je daar weinig meer over. Premier Renzi ontvangt er de ene hoge ome (en tante) na de ander. De bezoekers stromen toe (zij het niet zo massaal als was gehoopt). Mijn eigen indruk: groots, superdruk (maar het is dan ook zondag, eigen schuld), indrukwekkend, leerzaam en (vaak) lekker. U heeft nog de tijd om een kijkje te komen nemen…

Dit is Monica Cirinnà. Een dame die na een politieke loopbaan binnen de gemeenteraad van Rome nu in de Senaat zetelt voor de Partito Democratico, de partij van premier Matteo Renzi. Samen met haar man runt ze ook een boerenbedrijf in Toscane, waar ze olijfolie en wijn produceren. Monica Cirinnà was ooit lid van de Verdi, de groene partij van Italië. Haar hele leven strijdt ze al voor een beter milieu, voor meer rechten voor dieren en een betere positie van vrouwen. Ze heeft duidelijk een voorliefde voor underdogs en minderheden. Cirinnà is uitgegroeid tot een beroemdheid. Op radio en televisie mag ze komen uitleggen wat het wetsvoorstel precies inhoudt dat haar naam draagt. Een wetsvoorstel over een hele hete aardappel hier in Italië: de invoering van een samenlevingscontract voor homostellen.

"Ik wil wel, maar ik mag niet" - Campagne voor het homohuwelijk in Italië.

U leest het goed: Italië, grondlegger van de Europese Unie, kent alleen het huwelijk voor heteroseksuele paren. Burgerlijk of kerkelijk. Punt uit. Samenwonenden van welke seksuele voorkeur dan ook hebben niks. “Allemaal de schuld van het Vaticaan,” is een veelgehoorde verklaring. Vroeger zat daar zeker een kern van waarheid in. In ruil voor steun aan de regering (van Silvio Berlusconi bijvoorbeeld), werd alle wetgeving tegengehouden met betrekking tot zaken die de Kerk een gruwel zijn. Homohuwelijk en euthanasie, om maar iets te noemen. Onder druk van het Vaticaan heeft de regering-Berlusconi ook geprobeerd te morrelen aan de lang bestaande abortuswet, maar na een spontaan volksprotest is die poging gesneuveld. De Roomse steun was een fraai staaltje van Realpolitik, want tegenover Berlusconi’s eigen bunga bunga-levenswandel kneep men in het Vaticaan al die tijd gewoon een oogje dicht.

Die tijden zijn nu voorbij. Berlusconi is weinig meer dan een wandelende mummie en er zit een nieuwe paus op de troon. Eentje die zich zowaar vriendelijk uitlaat over vrome homo’s van goede wil. Bovendien wordt Italië geregeerd door een nieuwe sterke man, Matteo Renzi, die homorechten hoog op de prioriteitenlijst heeft gezet. Net zoals grondwettelijke hervormingen, arbeidsrecht en nog wat andere dingetjes. Maar hij zegt dat hij er echt voor gaat.

Matteo Renzi

De tijd lijkt dus rijp voor een serieuze wet. Niet zoals vroeger onder Romano Prodi, toen enkele zeer sneue voorstellen met verwaterde rechten een roemloos einde vonden in het parlement. Nee, een wet speciaal voor homo’s die in de verste verte niet de vorm of naam van een huwelijk zal mogen krijgen. Samenwonende hetero’s moeten maar trouwen. Het is een typisch Italiaanse oplossing. Mevrouw Cirinnà zou gisteren op de Buitenlandse Persvereniging in Rome komen vertellen over haar wetsvoorstel. Ze heeft afgezegd. Vermoedelijk omdat het voorstel weer gestaag op de lange baan wordt geschoven. Binnen de Italiaanse politieke partijen is er een onwaarschijnlijk sterke weerstand tegen iedere vorm van wetgeving die de positie van homo’s kan verbeteren. Een wet die discriminatie op grond van seksuele voorkeur moest invoeren, heeft het ook al niet gehaald. Vijf jaar geleden dit spotje tegen homohaat wel. Van het toenmalige ministerie voor gelijk kansen (van, nota bene, de regering-Berlusconi).

Laten we er geen doekjes om winden. Italië is een zeer homofoob land. Zelfs binnen de officieel progressieve partij van Renzi, de PD, zijn er volgens insiders tientallen senatoren die het Cirinnà-wetsvoorstel willen blokkeren. De openlijk homoseksuele staatssecretaris Ivan Scalfarotto ging deze zomer zelfs drie weken in hongerstaking om het wetsvoorstel weer op de agenda te krijgen. Zo bar en boos is het gesteld. Waar zit de oorsprong van al die weerstand? In een gebrek aan kennis en informatie? In oeroude en diepgewortelde vooroordelen? In onwetendheid, aangezien op de scholen niet of nauwelijks seksuele voorlichting wordt gegeven? Ik denk in een beetje van alles. Maar de kern van de afschuw zit hem, volgens mij, in homoseksueel ouderschap. Het feit dat twee mannen of twee vrouwen kinderen krijgen en opvoeden. Overigens een sterk groeiende realiteit in Italië. Bij die gedachte gaan bij heel veel Italianen de haren overeind staan. Kinderen zijn hier heilig en worden steevast geplaatst in een context van een vader en een moeder. De Heilige Familie (zelf ook wat apart eigenlijk, zegt u nou zelf) is onaantastbaar. Zie ook mijn blogpost van dinsdag over de rel rond de zogenaamde “gendertheorie”.

Homo’s die elkaars handje vasthouden mogen best wat rechten. Niet teveel en zolang het maar niet op een huwelijk lijkt. Maar homo’s die een kinderwagen voortduwen is iets waar een flink deel van politiek en samenleving nog niet rijp voor is. Al blijkt uit een peiling van mei van dit jaar (door dagblad La Stampa) dat 67% van de Italianen voor de invoering van een samenlevingscontract voor homoparen is. Cirinnà houdt vol. Renzi belooft. Maar het ziet ernaar uit dat het wetsvoorstel naar volgend jaar geschoven wordt. Gelukkig heb ik nog geen concrete trouwplannen. Excuus, civiele unie-plannen. O nee, specifieke sociale formatie-plannen. Zelfs over de naam van het beestje zijn de politici het hier nog niet eens. Laat staan over de inhoud.

Ik hou nogal van lopen. Het liefst in de bergen, maar ook in de stad. Een journalist van het Italiaanse dagblad La Repubblica is er ook gek op. Hij heet Paolo Rumiz (Trieste, 1947) en is niet meer piepjong. In de afgelopen bloedhete augustusmaand liep hij samen met een groepje vrienden voor zijn krant de Via Appia af, de Regina Viarum, de koningin van alle antieke Romeinse wegen. Heel Zuid-Italië door. Van Rome tot Brindisi. Iedere dag schreef hij een verhaal over wat ze onderweg meemaakten.

Heerlijk toch dat een journalist zulke mooie dingen mag doen voor zijn krant. Eerder liep Rumiz de loopgraven, gangen en bunkers af die de Italiaanse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog in de bergen hadden aangelegd. Ik ben er bij bergtochten in de Dolomieten ook wel eens op gestuit. Een stukje hel in een verder paradijselijke omgeving.

Ik heb al zijn reportages gelezen. Ze zijn nu gebundeld en met drie DVD’s door La Repubblica uitgegeven. Rumiz werd namelijk op zijn wandeltocht vergezeld door een cameraman, zodat er iedere dag ook een videoverslag op de website van de krant werd gepubliceerd. Die zijn nu bewerkt tot de drie DVD’s. Hier de trailer van het eindresultaat:

Terug naar de Via Appia. Volgens Rumiz de “vergeten moeder van de Italiaanse wegen.” Verwaarloosd en slecht onderhouden. Op sommige plekken bijna onvindbaar of overbouwd. Veel monumenten of resten daarvan liggen op privéterrein en zijn daardoor moeilijk te bezichtigen. Een triest geheel voor een weg die eind 4de eeuw v.C. door censor Appius Claudius Caecus begonnen werd.

Gelukkig komt daar nu een klein beetje verandering in. Tenminste, in dat gedeelte van de Via Appia dat onder de archeologische dienst van Rome valt. Dat stuk Appia heeft trouwens ook een eigen website (helaas alleen in het Italiaans).

De gemeente Rome trekt nu 1,5 miljoen euro uit om de weg weer in zijn oude glorie te herstellen. Vanwege het door paus Franciscus uitgeroepen bijzondere heilige jaar van de barmhartigheid dat op 8 december van dit jaar begint. De Via Appia pikt daar fijn een graantje van mee en zal voor een deel alleen toegankelijk worden voor voetgangers en fietsers. En pelgrims uiteraard die in de voetsporen van de apostel Paulus Rome willen betreden.

Een tijdje geleden werd ik door schrijver en vertaler Joris Wouters benaderd om mee te doen met een heel bijzonder initiatief. Het heet De muren spreken - I muri parlano - Walls talk en is een internationaal project over Italiaanse muren en Italiaanse woorden, een collectief verhaal waarin fotografie, kalligrafie en taal samenkomen. Met als concreet resultaat: een boek en een tentoonstelling, in België en in Italië.

De muren spreken

Zo beschrijft Joris Wouters zijn project: “Italië is het land van de pokdalige, gebochelde, ongemanierde muren, maar ook van de naïeve, spontane, altijd weer verfrissende vernieuwing. Soms zijn ze naakt, dan weer zijn ze overdadig bewerkt met graffiti. Het uitgangspunt van De muren spreken is dat deze muren nu eens niet bewerkt worden met graffiti, maar met kalligraffiti”.

"Venezianamente"

“Negen professoren en docenten Italiaans, acht schrijvers en dichters, zeven vertalers, vier journalisten, drie kunsthistorici, enzovoort.

In totaal 55 mensen die een bijzondere band hebben met de Italiaanse taal verleenden hun medewerking aan dit project. Zij reikten elk één Italiaans woord aan, met telkens een korte uitleg erbij. Die woorden - van addiopizzo via sijmadicandhapajiee tot viandanza - werden vervolgens vormgegeven door 55 kalligrafen uit 13 landen.

Elke kalligraaf verdiepte zich in één woord - less is more - en goot dat woord in de juiste vorm, rekening houdend met de inhoud, betekenis, klank, ritme, gevoel… Zonder te weten op welke muur het zou terechtkomen. Tot slot werden de 55 gekalligrafeerde woorden fotografisch op 55 zorgvuldig geselecteerde Italiaanse muren gezet. Resultaat: een collectief verhaal op basis van 55 kalligraffiti.”

"Granarone"

Tot mijn plezier zie ik dat 'mijn' Italiaanse woord de rij mag openen: Addiopizzo, meer een strijdkreet dan een simpel woord. Het is de naam van een beweging van jonge Sicilianen die met succes tegen de maffia strijden.

Vandaag wordt het boek De muren spreken om 19.30 in Antwerpen gepresenteerd. Dat zal gebeuren tijdens de vernissage van de eerste tentoonstelling die van 18 tot 24 september gehouden wordt. De tweede tentoonstelling is in Brussel van 21 tot 30 oktober.

Volgend jaar gaan de kalligraffiti naar Milaan. Voor meer informatie is hier de website van het project.

Rome is een stad van toeristen en van mensen die aan toeristen verdienen. Plus de vele ambtenaren natuurlijk, maar die laat ik vandaag even buiten beschouwing.

Wie de omgeving van bijvoorbeeld Sint-Pieter en Colosseum kent, weet dat daar vele wagentjes met veel te dure broodjes en dranken te vinden waren. In Rome noemen we ze camion bar, cafékarretjes.

Camion bar

Burgemeester Ignazio Marino vond die rijdende tourist traps maar niks en heeft ze uit de nabijheid van de monumenten verbannen. Net als de centurions, die antiek Romeinse soldaten verklede types met wie je tegen geld op de foto kunt. Het officiële tarief bedraagt 5 euro, maar sommigen zagen er geen been in om nietsvermoedende toeristen 20 euro uit de zak te kloppen.

Weg ermee. Barretjes en honderdmannen met plastic zwaarden zijn niet goed voor het decorum van de stad, aldus de burgemeester.

Echte centurions, aka toeristenvallen

Daarnaast bestaan er de zogeheten urtisti, de verkopers van ansichtkaarten, souvenirs, religieuze snuisterijen en andere prullaria.

Hun naam is afgeleid van het Italiaanse werkwoord voor aanstoten of lastigvallen. Eigenlijk een scheldwoord, maar mettertijd uitgegroeid tot geuzennaam. Hier ziet u een aantal van hen op een fraaie foto.

Urtisti

Wat maar weinig mensen weten is dat deze ambulante verkopers van naar rozen geurende rozenkransen bijna allemaal joden zijn.

Aan het eind van de 19e eeuw kregen ze een heuse pauselijke vergunning om dit beroep uit te oefenen. Daarvoor mochten ze alleen handelen in schroot en oud ijzer en vodden en lompen, en geld uitlenen tegen rente, ook wel woekeren genaamd.

Mijn favoriet heet Settimio. U kunt hem vinden tussen het Forum van Caesar en het Capitool. Hij verkoopt 20 ansichtkaarten voor één euro. Zes dagen per week maar niet op zaterdag, want op de sabbat werkt hij niet. Hij wil jammer genoeg niet gefotografeerd worden. Daarom hier een plaatje van Massimo Misano, de woordvoerder van de beroepsgroep.

Massimo Misano, woordvoerder van de urtisti

De urtisti zijn namelijk woedend. Burgemeester Marino heeft ook deze wandelende monumenten van Rome verboden om in de buurt van het Colosseum en andere highlights hun waar te verkopen.

Ze krijgen nu speciale plekken toegewezen. Bijvoorbeeld op de stoep aan de overkant van de ingang naar de Palatijnheuvel. Een plek waar bijna geen toerist langsloopt. Te zot voor woorden.

Boze urtisti

Ik begrijp Marino’s wens om een einde te maken aan de uitwassen, maar je kunt niet zomaar een stukje levende geschiedenis van Rome uitvlakken.

Daarom deel ik namens Settimio en zijn collega’s het protest. Urtisti forever!

Er waart een genderspook door Italië. Een ware klopjacht is geopend op de zogeheten “gendertheorie”, een in conservatief katholieke kringen bedachte parapluterm voor alles wat te maken heeft met alternatieve relatievormen, genderidentiteit, seksuele voorkeur en dergelijke. Moderne uitwassen die gezien worden als een aanval op de traditionele heteroseksuele hoeksteen van de samenleving: het gezin.

Maar net als overal in de westerse wereld is ook hier het oude vertrouwde man-vrouw-kind-gezin allang niet meer de norm. Noem maar op: éénoudergezinnen, extended families met kinderen uit meerdere huwelijken, homoseksuele paren met kinderen uit vroegere heteroseksuele relaties of juist kinderen geboren met behulp van een donor of draagmoeder.

Ook al negeert de politiek tot op de dag van vandaag deze maatschappelijke veranderingen, in de praktijk kun je er niet omheen.

Dat weten ook de kleuter- en basisscholen. Die krijgen immers rechtstreeks te maken met de kinderen uit deze nieuwe relatievormen.

Het kleine ei. Waarom heb je twee mama’s? Waarom heb je twee papa’s?

Daarom zijn sommige scholen in Noord-Italië begonnen om leerkrachten en leerlingen te begeleiden bij deze nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij. Met bijvoorbeeld de kinderboeken van Francesca Pardi, een lesbische moeder van vier, die al schrijvende probeert inzicht en begrip te kweken voor het anders zijn.

Of je nu uit een ander soort gezin komt, een andere kleur hebt of een ander geloof, of wanneer je je als meisje een jongen voelt of andersom. Het maakt niet uit. Je bent even waardevol. Onwetendheid en vooroordelen leiden tot pesten en veel verdriet en eenzaamheid. Hoe eerder kinderen leren om vastgeroeste stereotypen te doorbreken, hoe beter.

Vrijwel onmiddellijk brak de hel los. De burgemeester van Venetië wilde op de scholen van zijn stad de boeken van Pardi verbieden en kreeg het meteen met Elton John aan de stok. Fanatieke katholieken organiseerden een anti-genderdag in Rome. Een rechtse partij met fascistische sympathieën deelde dit weekend in de provincie Trentino deze folders uit.

Elkaar accepteren... Ze leren het je verkeerd, nee tegen genderopvoeding op de scholen.

Er staat op: “elkaar accepteren... ze leren het je verkeerd, nee tegen genderopvoeding op de scholen".

Genderopvoeding? Wat is dat eigenlijk? Jongens onderwijzen dat ze een meisje mogen worden? Of jongens moeten gaan zoenen? De onwetendheid is verbijsterend. Net als de diepe angst die uit een dergelijke tekst spreekt.

Paus Franciscus in Napels

Helaas hebben de tegenstanders van deze in hun ogen perverse theorieën een formidabele bondgenoot. Paus Franciscus spuwt met regelmaat vuur tegen wat hij de “kolonisatie van de genderideologie” noemt.

Het zijn uitspraken die niet erg passen in het door de media gecreëerde beeld van een hippe homo- en transvriendelijke paus. Maar die wel volledig in lijn zijn met de rooms-katholieke leer.

Het gendergevecht op de Italiaanse scholen is nog maar net begonnen. Misschien kunnen de Italianen iets leren van de manier waarop de scholen in België omgaan met gender. Door deze brochure te vertalen bijvoorbeeld. Ik raad u aan een kijkje te nemen. Zoiets moois heb ik in Nederland nog niet kunnen vinden.

De rechtse partij heeft overigens, vermoedelijk uit pure domheid, een flinke blunder begaan. De foto op de folder is van een 17-jarig transgender meisje uit de VS dat in 2014 zelfmoord pleegde. Fotografe Rose Morelli maakte de foto van Leelah Alcorn in het kader van een campagne ter bestrijding van homo- en transfobie. Ze zegt de partij een proces aan te willen doen wegens misbruik.

Er wordt veel gepraat binnen Europa over vluchtelingen. Tot blijdschap van Italië, dat al jarenlang vooral heel veel doet. Op Lampedusa, op Sicilië, in Calabrië en op alle plekken verspreid over het hele land waar vluchtelingen worden opgevangen. Twee straten verderop in mijn wijk in Rome bijvoorbeeld. Daar is een opvangplek voor enkele tientallen mensen. Je merkt nauwelijks dat ze er zijn.

Opvang is iets. Integratie is iets anders. Integratie van nieuwe mensen in het oude vergrijzende Europa is, volgens mij, waar we naar toe moeten. Duitsland heeft dat eindelijk begrepen. Sommige andere landen nog niet echt.

Twee zeer Italiaanse voorbeelden van integratie: in noord en zuid.

Allereerst het Coro moro. Een groep jonge asielzoekers uit Senegal, Ghana, Bangladesh en Ivoorkust. Ze zijn ondergebracht in een vallei in het prachtige berglandschap rond Turijn. Wachten op je papieren duurt lang en dus hebben ze, met steun van hulpverleners, een koor opgericht. Ze zingen volksliedjes uit de bergen in het dialect van Piëmonte, gewest waar Turijn de hoofdstad van is.

Het koor is een hit en wordt overal uitgenodigd. De Piëmontese jeugd kent deze oude melodieën allang niet meer, maar dankzij het Morenkoor groeit de belangstelling voor de oude tradities weer. Dankzij zwarte jongens die nog nooit in hun leven sneeuw en ijs hadden gezien.

Acquaformosa

Dit is Acquaformosa. Een bergdorp in het zuidelijke gewest Calabrië. In de 15de eeuw gesticht door, jawel, vluchtelingen uit Albanië en tot voor kort ten dode opgeschreven.

Net zoals zoveel arme dorpen in het zuiden is Acquaformosa langzaam leeggelopen. Mensen emigreerden naar de VS en naar Canada. Slechts een paar honderd, voornamelijk bejaarden, woonden er nog. Totdat de burgemeester besloot om in te grijpen en de poorten openzette voor immigranten.

Zo’n 600 zijn er al opgevangen. Velen hebben zich er gevestigd, zodat de basisschool opeens weer volle klassen kent. Van enkele honderden zielen telt het dorp nu weer meer dan 1100 inwoners. Uit Nigeria, Tsjaad, Armenië en ga zo maar door. Allemaal nieuwe Calabrezen.

VRTNU VRTNU VRTNU