Spring naar inhoud

De olifanten van Sri Lanka

geschreven op 24 oktober 2016

Mocht je nog niets weten over Sri Lanka, dan kan ik je het volgende wel vertellen: het stikt hier van de olifanten. Er zijn gemiddeld 5500 tot 6000 olifanten op het eiland. In alle nationale parken vind je de grote grijsaards terug en alle tempels zijn versierd met hun beeltenis. Ze worden vereerd in ’De parel van de Indische Oceaan’. En soms zie je ze ook in het straatbeeld verschijnen als toeristische attractie.

door Jana Pollet

Zelf bezochten we het nationale park in Kaudulla. Met een jeep door het oerwoud, zeg maar. Toen achter een bocht plots 34 olifanten voor ons opdoken, konden we alleen maar naar adem happen. Het is fantastisch om olifanten in hun natuurlijke habitat te zien grazen en gewoon gelukkig wezen. Het voelde goed om ze van op een -voor beiden- veilige afstand te kunnen bewonderen.

Op het einde van onze safari ontdekken we -tot grote teleurstelling- via de gids dat er zich een grote hoop afval bevindt vlak naast het nationaal park én dat er zowaar drie olifanten staan te grazen tussen alle troep. Hij moet toegeven dat de overheid beslist heeft om hier een vuilnisbelt aan te leggen. Van sorterenof enige organisatie is er hier geen sprake, gewoon alles op een hoop gooien is goed genoeg. Ook een afsluiting zodat de olifanten hier niet bij kunnen is blijkbaar teveel gevraagd, maar gezond is deze situatie niet. Onze gids geeft toe dat er regelmatig olifanten afvalresten zoals plastic naar binnen werken en daar soms ook aan sterven. Hij geeft ook nog toe dat hij meestal extra gas geeft als hij deze plek passeert. Het was toeval dat ik olifanten zag, riep dat hij moest stoppen en daarna pas het afval -en bijhorende verhaal ontdekte. Een paar dagen later zitten we in Sigiriya. Net voor we het dorpje binnenrijden, zien we een koppel dat in een soort van ijzeren zadel op de rug van een olifant zit en een wandelingetje door de straten doet. Mijn maag keert als ik de schrikwekkende stok met de ijzeren pin zie waarmee het dier wordt ‘begeleid’. De lichtroze plekken op de huid van de olifant zijn stille getuigen van mishandeling.

Ik zie en hoor het dier naar adem happen, maar blijkbaar ben ik de enige.

Als ik ’s middags zelf een wandeling maak door de enige straat die Sigiriya heeft, ontdek ik een slapende olifant in een vijvertje. Mijn hart breekt als ik het sociale kuddedier zo alleen in een vijver zie liggen. Op het moment dat ik een ketting zie die van aan het land in het water verdwijnt richting een poot van de olifant, moet ik op mijn tanden bijten om het dier niet te gaan bevrijden. Of daar op zijn minst een poging toe te doen. Een paar meter verderop vinden we nog een olifant terug die staat te grazen achter een tent. Kortbij een bordje met de trotse vermelding dat hier wandelingen met olifanten kunnen gedaan worden. Ik ben nieuwsgierig hoeveel geld je moeten overhebben voor zo’n ritje en ga even info vragen, ook al denkt geen haar op mijn hoofd eraan om dit soort attractie aan te moedigen.

Blij met nieuwe potentiële klanten, wordt mij direct al een ‘special price’ aangeboden. In plaats van 30 dollar moet ik maar 25 dollar betalen en als ik vraag of ik vanop kortere afstand even naar de olifant kan kijken, springt een van de jongemannen recht om me naar de olifant in het water te begeleiden. Hij springt in het water en moedigt me aan om mijn schoenen uit te doen, zodat ik de olifant ook even kan strelen. Tot daar wil ik nog meewerken, want ik moet toegeven dat ik nieuwsgierig ben naar hoe zo’n olifantenhuid nu aanvoelt. En ergens -alklinkt dat misschien stom- wil ik het beest een bemoedigende aai geven. Ik aai het dier vlak achter zijn grote oren en de man die me tot bij het grote beest troonde, toont voor hoe ik ook op het beest kan gaan zitten. Vlak achter zijn nek, neemt hij een sprongetje en ploft zich neer. Ik zie en hoor het dier naar adem happen, maar blijkbaar ben ik de enige. Nog voor ik er erg in heb, heeft de kerel mij vastgepakt en op de olifant gedropt. Letterlijk gedropt, want ik heb een paar keer gezegd dat ik er niet op wou. Ik kan niet lachen op de foto, want ik vind het enorm oneerbiedig om op een dier te gaan zitten dat op zijn zijde ligt en ik weet dat op een olifant zitten -en dan vooral in zo’n zadel op zijn rug- enorm slecht is voor de ruggenwervels van de kolos.

Het wordt nog erger als ik zie dat er ondertussen een horde Sri Lankanen zich verzameld hebben rond de vijver om de show te aanschouwen. Als de man de olifant wil laten rechtstaan en mij in zijn nek wil laten zitten, moet ik hardnekkig weigeren en zeggen ‘dat ik dat morgen wel zal doen tijdens het ritje’. Alsnog laat hij het arme dier rechtstaan om mij nog eens te laten poseren. “Tomorrow you will think of this moment and give me some extra money, right?”, zegt hij me. Ik beloof het hem, maar ik weet dat ik morgenochtend naar een andere stad trek. Toch wou ik dat ik iets voor deze Dumbo kon doen…

VRTNU VRTNU VRTNU