Spring naar inhoud

Wat als je geen vliegtuig neemt?

geschreven op 08 juli 2019

Toooeeeeeeeeeeeeeeeeet tooeeeeeeeeeeeeet. Met een luid getoeter maakt de kapitein duidelijk dat onze reis zal beginnen. Terwijl we achteraan op het dek staan, wordt Puerto Chacabuco, een slaperig havenstadje, langzaamaan kleiner. door Celine Willmore

Na zeven weken in Patagonië, is het tijd om afscheid te nemen van dit prachtige gebied. Chili heeft nog zoveel meer te bieden en ook het weer dwingt ons om langzamerhand richting het noorden te reizen. De laatste dagen regende het zonder ophouden en met de herfst in het land, zal dat niet beteren.

We willen traag reizen en de grootte van dit continent voelen.

Voor we aan onze reis begonnen, hadden we eigenlijk geen idee wat we gingen doen, hoelang we ergens zouden blijven en welke richting we uit zouden gaan. Ook nu weten we niet veel meer dan toen en bekijken we dag per dag waar we zin in hebben. Wel hebben onszelf één regel opgelegd: we nemen geen tussenvluchten, maar doen alles over land en zee.

We willen traag reizen, de grootte van dit continent voelen en omdat vliegen zo vervuilend is, willen we deze vorm van transport dan ook zoveel mogelijk vermijden. Ook al blijkt vliegen geregeld goedkoper dan de bus…

In Patagonië kwam de vraag nooit in ons op hoe we verder zouden reizen. De busverbindingen zijn goed, liften is iets wat iedereen doet en we huurden zelf ook voor een deel een auto. Gemakkelijk. Maar dan brachten we onze auto terug naar een klein stadje, waar we, na wat over-en-weer geloop tussen busmaatschappijen, snel doorhadden dat weg geraken niet zo makkelijk ging zijn.

Geen rechtstreekse bussen, 20 uren rijden, een overnachting ergens tussendoor, verschillende overstappen, zijn maar een paar van de flarden informatie die we van de busmaatschappijen kregen. En tegelijkertijd was er niet veel tijd om te beslissen, want het Paasweekend stond voor de deur en veel bustickets waren al niet meer beschikbaar.

Er wordt muziek gespeeld, gezongen en kinderen lopen enthousiast achter elkaar aan.

‘Wat gaan we dan doen?’ We stappen opnieuw een busterminal uit zonder veel bemoedigende info. ‘Het lijkt allemaal zo ingewikkeld en het grootste deel van die route hebben we al met de huurauto gezien.’ Ook de kostprijs valt tegen, een vliegtuig naar dezelfde bestemming zou ons de helft kosten van de prijs van een busticket. Om dan nog maar te zwijgen over twee dagen in de bus of één uur in het vliegtuig…

Het idee om onze eigengemaakte regel aan onze laars te lappen, begint in onze hoofden te spelen. ‘Laten we toch nog even rondlopen? Misschien hebben we iets over het hoofd gezien?’ We wandelen richting zee en daar ligt het antwoord inderdaad simpelweg op ons te wachten.

En zo komt het dat we nu op het dek staan van een grote ferry waarmee we voor 20 euro 31 uren door de fjorden zullen varen. Een nieuwe route voor ons, naar het eiland Chiloé, waarover veel Chilenen ons al heel wat goeds hebben verteld.

In de cafetaria van de boot is de sfeer uitgelaten. Er wordt muziek gespeeld, gezongen en kinderen lopen enthousiast achter elkaar aan. Het Paasweekend brengt een bepaalde sfeer met zich mee, mensen zijn vrolijk op weg naar hun familie op de eilanden in de fjorden. Kleine dorpjes die soms maar één keer per week een boot zien passeren, omdat ze zo geïsoleerd en ver weg liggen.

We hebben geluk, want de hele tijd kunnen we genieten van zon en blauwe lucht. We voelen ons alsof we op toeristische tour zijn. Een toeristische uitstap voor 20 euro, maar dan zonder de toeristen, maar wel met al de rest.

De fjorden, de zee, de ondergaande zon, dolfijnen, walvissen, pinguïns en zeeleeuwen, we zien ze allemaal. Die dag beseffen we weer hoe groot Chili is, hoe divers de natuur is en hoe afgelegen mensen hier kunnen wonen. Met het vliegtuig waren we er veel sneller, dat is waar. Maar op de boot hebben we ons geen moment ‘onderweg’ gevoeld, maar vooral voortdurend ‘op reis’.

VRTNU VRTNU VRTNU