Spring naar inhoud

Waar de tijd bleef stille staan

geschreven op 12 juli 2019

Met elk een zaklamp in de aanslag vertrekken we naar het dorpsplein. We schijnen alle vier goed voor ons uit, want de onverharde weg zit vol met putten en de kans dat we onderweg koeien of paarden tegenkomen is groot. Na enkele minuten komen we aan; een groot grasplein met een kleine kerk en enkele huisjes. De sfeer is er hetzelfde als elke avond: mensen zitten in groepjes aan een voordeur te keuvelen of ze staren voor zich uit over het grasveld, waar honden vrolijk achter elkaar aan rennen. Zodra we passeren krijgen we een vriendelijke ‘buenas noches’. Ze kennen ons hier na tien dagen wel. Die gringo’s, zoals ze blanke toeristen hier noemen, die als vrijwilliger helpen in de eco-village van Don Juan.

door Celine Willmore

Één van de dingen die we op onze reis wilden doen, was vrijwilligerswerk. Reizen doe je vaak voor jezelf en iets teruggeven aan de plaatselijke gemeenschappen leek ons verrijkend. Daarnaast wilden we wat bijleren over permacultuur en was het voor ons ook tijd om na drieënhalve maand eens even stil te staan en onze rugzak niet elke paar dagen in en uit te pakken. We wilden even niets bezoeken en even ergens ‘zijn’ voor enkele weken. Een soort van thuisgevoel ver weg van huis, zeker?

‘Wat zullen we vanavond koken?’, vraag ik aan Cédric en onze Duitse vrienden, terwijl we richting ons vast winkeltje lopen. We moeten allemaal hardop lachen om m’n compleet overbodige vraag. In het dorpje is er namelijk niet veel te vinden. Er zijn vier winkeltjes, op een boogscheut van elkaar en ze verkopen allemaal hetzelfde. Enkele verse ingrediënten, koekjes, wc-papier, kleren, schoenen,… Een alles-in-één zaak als het ware. Door het gebrek aan veel verse producten, zijn we genoodzaakt elke avond creatief uit de hoek te komen met de paar ingrediënten die hier beschikbaar zijn: aardappelen, uien, tomaten, wortels, een soort van zoute kaas en rijst of pasta. Wanneer er een wit doek over het hekken van de winkel hangt, is er ook brood. Dan is het feest en maken we belegde broodjes met kaas, ui en tomaat.

We blijven minstens twee weken bij Don Juan. Gelukkig maar, want hier geraken was een avontuur. En eigenlijk één dat je niet per se te veel wilt beleven. We vertrokken uit La Paz met de zegen van de vrouw van onze hostel. Toen we haar hadden verteld dat we die avond de bus naar Apolo zouden nemen, keek ze ons met grote, ongelovige ogen aan. Ze vertelde ons goed op te letten en te kijken of er iemand naast de chauffeur zat tijdens de rit. Apolo is maar 413 kilometer verwijderd van La Paz, maar de rit duurt minstens 12 uren. 12 uren met één chauffeur, hobbelend over een onverharde weg, door het Andesgebergte, langs ravijnen waarvan de diepte je duizelig maakt. En dit alles in een toch wel aftandse bus. Minstens 12 uren, zeggen ze wanneer je je ticket koopt, je weet maar nooit wat er onderweg gebeurt.

En inderdaad, nog geen uur zijn we onderweg, wanneer er een luide knal doorheen de bus galmt. Iedereen kijkt elkaar verschrikt aan. De chauffeur vertraagt onmiddellijk en stopt aan de kant van de weg. Een klapband. Alle passagiers springen uit de bus om te helpen of even de benen te strekken. Niks nieuws onder de zon, een band vervangen op deze route. Doe er dus maar een uurtje bij, nu duurt de rit 13 uren en we zijn nog maar net vertrokken. Gelukkig gaat de rest van de reis goed en komen we na 13 uren, midden in de nacht, aan in Apolo.

Maar dan zijn we er nóg niet. Nog een uur moeten we rijden over een onverharde weg en door rivieren richting het Amazonewoud. Maar niemand wil die die kant met ons op. Taxichauffeurs in Apolo vermijden het dorpje, ze willen hun auto niet kapot maken door op die slechte weg te rijden, leggen ze ons uit. Twee uren dolen we rond in Apolo, wachtend op iemand die ons wil brengen. Uiteindelijk proppen we ons met 7 passagiers in een kleine taxi, 7 passagiers voor ons, maar de Boliviaan telt er maar vier, er waren namelijk drie kinderen mee en die kruipen wel ergens tussenin, die tellen niet mee wanneer je een taxi of een bus vult. En dan, eindelijk, na ettelijke uren reizen, komen we aan in het dorpje van Don Juan.

Een dorpje waar de tijd lijkt stil te staan. Er zijn vier winkeltjes, die allemaal hetzelfde verkopen, de dieren hebben geen weide, maar gebruiken het dorpsplein als graasplek, een plek waar ook de enige taxi geparkeerd staat en iedereen elkaar kent. Er is weinig tot geen mobiel netwerk en al zeker geen internet.

Onze gsm wordt gebruikt als wekker, maar verder is die telefoon nergens meer voor nodig.

En dat is toch redelijk nieuw voor ons. Op trektochten van enkele dagen en tijdens het wildkamperen, kregen we deze reis al een voorsmaakje van het ‘onbereikbaar zijn’. Maar dat was nooit voor twee weken of langer. In België kan je zelf kiezen wanneer je je gsm even uitzet, maar zomaar twee weken onbereikbaar zijn, is toch moeilijk. En ook, zelfs al zou je dat doen, de wereld rondom je draait gewoon door. Hier is dat anders. De hele wereld die je omringt, is niet bereikbaar. Je realiteit vernauwt zich tot wat er fysiek aanwezig is. Een aanpassing, we zijn dat niet gewoon, maar het duurt niet lang voor we er in meegaan. Onze gsm wordt gebruikt als wekker, maar verder is die telefoon nergens meer voor nodig. Weg is de afleiding, er is geen nieuws, er zijn geen vrienden die je wat laten weten, er zijn geen e-mails of belangrijke herinneringen die plots op je scherm verschijnen. Plots weet je even niks meer van de wereld en is je realiteit niet groter dan de plek waar je je bevindt: in ons geval een piepklein dorpje op de grens tussen Andes en Amazone. Een prachtige, quasi onbereikbare plek, waar voor ons de tijd even twee weken bleef stille staan.

VRTNU VRTNU VRTNU