Spring naar inhoud

Monkey Business

geschreven op 22 september 2018

Dag 41: Vandaag viel het weer beter mee, tegen de middag was de meeste mist opgeklaard. Dit park slorpt je helemaal op. De avond viel en we namen een onbekend pad door de jungle naar het dal. Helemaal alleen, althans dat dachten we toch.

door Dries Hiroux

In Peking nam ik eens de tijd om grondig mijn kleren te wassen en -in hoeverre dat mogelijk was- op adem te komen. Zalig om eens even een week niet je spullen te moeten in- en uitpakken. Een hogesnelheidstrein brengt mij en mijn Vlaamse naamgenoot naar Xi’an, de stad van het terracottaleger. Maar de regen verjaagt ons na enkele dagen en na een nachttrein die enkele uren te laat aankwam, is het droge weer in Chengdu dan ook zeker welkom. Het nieuwe en moderne Chengdu brengt ons panda’s, de grote Boeddha van Leshan en nog meer panda’s. De stad is de thuishaven van de internationale universiteit van Sichuan en dat betekent: eindelijk Chinezen die een goed mondje Engels kunnen spreken. Na Chengdu volgt Zhangjiajie, en dat is een bestemming waar ik al lang naar uitkijk. ‘Zhangjiajie National Forest’ wordt ook wel eens de ‘Avatar Mountains’ genoemd, en die naam doet, terecht, mijmeren naar idyllische mistige oerwouden. Ons hostel ligt aan een zij-ingang van het park, ver weg van alle toeristen en beschaving. De uitzichten zijn adembenemend, hoewel de mist (die hier zo goed als altijd hangt) en de regen ook heel wat roet in het eten gooien. Zhangjiajie moet het vaak vergelden tegen de populaire Yellow Mountains bij Shanghai, maar staat qua pracht en praal meerdere treden hoger.

Op onze laatste dag in Zhangjiajie -voor we naar onze laatste stop, Shanghai, doorreizen- besluiten we wat geld uit te sparen en niet de kabellift naar beneden te nemen. Bordjes geven aan dat er een wandelpad is helemaal naar het dal, maar dat de wandeling 3 uur in beslag zal nemen. Hoewel de avond aan het vallen is, besluiten we het er toch op te wagen. Al snel zijn we helemaal alleen op het pad, zo lijkt het toch. Een kapucijnaapje zit midden op het pad en belemmert de doorgang. We hadden de vingervlugge maar rustige aapjes eerder al in de toeristische plaatsen opgemerkt en proberen argeloos langs het kleine dier heen te wandelen. Scherpe tanden komen te voorschijn en onder een onheilspellend gegrom maakt het beest zich klaar voor de aanval. Een Chinees koppel, dat ons ondertussen inhaalde, weet gelukkig raad. Met wat broodkruimels, een stok in de aanslag en een overtuigde blik op het gezicht, omzeilen we het dier. Jammer genoeg slaat het koppel even later af en dalen we als eenzame doelwitten verder af. Het woud is opvallend stil en we komen geen levende ziel meer tegen. Anderhalf uur later staan we al in het dal, nog steeds met een sandwich in de broekzak en een stok stevig in de hand.

VRTNU VRTNU VRTNU