Spring naar inhoud

Het grote niets

geschreven op 04 september 2018
Dag 22: Mongolië is warm overdag maar ’s nachts onverbiddelijk koud. Gelukkige hebben onze joerts tot nu toe altijd een houtkachel gehad. Mongolië doet je wel nadenken: in een land waar nomaden hun kampen lukraak opslaan, lijkt de houdbaarheid van een concept als ‘privebezit’ al lang verstreken.

door Dries Hiroux

Na een stop van enkele dagen aan het Baikal meer trekt ons uitgedunde gezelschap via Oelan-Oede, langs het traject van de Trans-Mongolië-Express, door naar Ulaan Baatar. Niet alleen de hoofdstad van Mongolië, zo blijkt, maar ook het mekka van karaoke en de Toyota Prius. En die komt rechtstreeks uit Japan, want in een land waar iedereen gewoon rechts rijdt, staat het stuur van de Prius aan de rechterkant. In de overblijfselen van wat ooit het grootste rijk ter wereld was, wonen nu zo een 3 miljoen mensen waarvan ongeveer de helft in en rond de hoofdstad. Het echte Mongolië proef je pas ver weg van de verblindende spots van de stad en daarom geeft onze groep zich over aan een lokaal agentschap.

Vier dagen lang reizen we in typische 4x4 busjes door een desolaat gebied ten Westen van de hoofdstad. Mongolië kent naast enkele hoofdwegen amper asfalt. Zelfs de weg naar het eeuwenoude Karakorum, de vroegere hoofdstad van het Mongoolse Rijk, is niet meer dan een grintweg. Tegen de avond worden we steevast verwelkomd door nomadische families die leven van het land, vee en, in de zomermaanden, uiteraard van avontuurlijke toeristen die al te graag een ritje maken op een inheemse kameel. ’s Avonds kijk ik naar de sterren en vraag mij af hoe lang deze nomaden het zullen uithouden. Een van onze chauffeurs vertelde dat hun opbrengsten dalen. Kinderen zoeken steeds vaker het moderne comfort van de stad op. Het is dan soms ook een verwarrend zicht. Een echte nomadische familie verwelkomt ons met paardenmelk en slacht een geit, op de joert ligt een zonnepaneel en de TV is in verbinding met de satelliet op het dak. In de broekzak van de pater familias rinkelt enthousiast een mobiele telefoon.

Op onze tweede dag in Mongolië lijkt het mis te lopen. Op het hobbelige parcours op weg naar een waterval geeft het busje waar ik in zit, de geest. De andere 3 busjes houden halt. De chauffeurs kijken aarzelend naar elkaar en al even aarzelend naar de motor. Ik moet dringend naar de WC en in een vlaag van nativiteit ga ik dit vlakke en eentonige landschap op zoek naar een boom. Tevergeefs. Ik ga 100 meter van de groep vandaan en doe, te midden van het grote niets, mijn ding. Ik draai me om en sta oog in oog met een jongen op een paard. Geen idee waar hij plots vandaan kwam. Ik maak aanstalte om met de jongen te praten maar bedenk me op het laatste moment. Soms kan een gesprek de ervaring verpesten en in dit filmische tafereel was niets sterker dan de stilte. Mijn Turkse vriend, Bilge, komt aangelopen en schiet van de jongen een plaatje. Met z’n drieën kijken we elkaar aan. De chauffeur roept dat de motor gemaakt is, de jongen kruipt op zijn paard en gaat er zonder begroeting vandoor. Ik had het niet anders gewild.

VRTNU VRTNU VRTNU