Spring naar inhoud

Een stapje dichter bij de dood

© Laura Vermeire
geschreven op 07 juni 2018

Na twee dagen in een grote, stinkende en zwaar vervuilde stad in India, zoeken we een rustigere, meer welriekende plaats op. Na een zeven-uur durende busrit, bereiken we de Coffee Lodge in een gezellig dorpje nabij Periyar National Park, waar we één nacht gereserveerd hebben. Overal staan borden die een tiger trail in het park adviseren. Hoewel er maar 45 tijgers rondlopen op een oppervlakte van 925 km2, reserveren we toch een plaatsje in het team dat ons de volgende drie dagen zal begeleiden doorheen jungle, open vlaktes en rivieren.

De volgende ochtend is het zover. We trekken onze meest safari-achtige outfit aan en ontmoeten onze eerste begeleider aan de ingang van het natuurpark. We zijn slechts met drie: mijn nicht, een Ierse man van een heel eind in de vijftig en ik. We krijgen te horen dat een team van 5 mannen 24 op 24 paraat zal staan met heerlijk eten, ochtend- en avondwandelingen, en ons zal beschermen. Wanneer we een heel eind in het park zijn, vervoegt een jongeman ons met een groot jachtgeweer in de hand. “Is dit om de tijgers op afstand te houden?”, vraag ik. “Nee, de tijgers zijn niet gevaarlijk. De olifanten wel”, antwoordt de eerste begeleider. “Er zijn slechts drie beesten in dit park die gevaarlijk zijn: olifanten, beren en wilde honden. Twee van mijn vrienden werden in het verleden aangevallen door een olifant en stierven. Olifanten zijn vaak agressief als ze zich bedreigd voelen.”

De twee uren die volgen, maken mijn nicht en ik voortdurend grapjes over die zogezegde aanvallen van wilde beesten. Nietsvermoedend wandelen we allemaal achter elkaar door het park, op weg naar ons basiskamp (lees: drie tenten, een overdekte plaats om te eten, geen elektriciteit of water, en wassen en drinken gebeurt in de rivier). Tot plots de man met het geweer vooraan abrupt halthoudt. Ik botst bijna tegen hem aan en kijk op. Na enkele luttele seconden heb ik door dat de gigantische, donkere gedaante, die op vijftien meter van ons tussen het bladergewas staat, een - blijkbaar agressieve - olifant is. Wij hadden de olifant niet gehoord, maar hij ons helaas wel. Achter mij hoor ik de eerste begeleider luid roepen “RUN”, en alle vijf beginnen we te lopen voor ons leven. Vanuit mijn ooghoek zie ik de jongeman met het geweer in de bossen springen, waardoor ik plots achteraan loop. Ik hoor de olifant lopen en spring instinctief ook naar links, de bosjes in. Maar net wanneer het juist niet moet, speelt mijn klungeligheid me parten en struikel ik over iets. Ik val met mijn gezicht op de grond. En hoewel ik waarschijnlijk hooguit één seconde op de grond lig voor ik rechtop klauter en loop voor mijn leven, hoor ik mezelf denken “Oké, dit was het. Zo kom ik aan mijn einde.” Ik hoor een geweerschot en vervolgens het getrompetter van de olifant. De adrenaline raast door mijn lichaam. Enkele seconden later besef ik dat ik gestopt ben met lopen en stilsta naast de man met het geweer. Onze redder.

Mijn nicht is in shock en door alle adrenaline besef ik nu pas dat ik tijdens mijn val heel wat spullen ben kwijtgeraakt. Na een kwartier wachten tot de omgeving veiliger is, lopen we verder en een uur later komen we aan in ons basiskamp dat enkel bereikbaar is via een smal loopbrugje en verder volledig omringd wordt door een meter brede kloof om olifanten tegen te houden. De dag verloopt verder zonder gevaar, maar de eerste nacht in de kleine blauwe tent, met het geluid van vechtende olifanten in de verte, doe ik toch amper een oog dicht. De eerste dagen in Indië besef ik al dat dit een compleet andere wereld is.

Terzijde: de olifant werd uiteraard niet gedood. Er werd louter een schot afgevuurd in de lucht om de olifant schrik aan te jagen.

VRTNU VRTNU VRTNU