Spring naar inhoud

De vijf lessen van de Huemul

geschreven op 25 april 2019

We zijn ondertussen al even in Patagonië en de natuur is hier ongelooflijk mooi. Maar zelfs al is dit gebied heel uitgestrekt, waar het mooi is, zijn er mensen. Vaak valt dit aantal heel goed mee, maar soms, op plekken die dankzij het internet al redelijk wat naambekendheid hebben verworven, zijn er echt véél dagjestoeristen en groepen met een gids. De kans op het spotten van een puma of de huemul, een inheems hert, wordt op die momenten heel klein. Ook het gevoel alleen te zijn in de natuur, is dan moeilijk te ervaren.

door Celine Willmore

Toen we hoorden over de Huemul Trek, een onbegeleide, avontuurlijke trektocht, met weinig wegaanduidingen en geen voorzieningen, douches of wc’s, prikkelde dat onmiddellijk onze goesting. ’Daar zal veel minder volk op afkomen’, dachten we. Een kans om Patagonië op een andere manier te ontdekken.

Voorbereiding is in deze écht het halve werk.

Op zo’n trektocht vertrek je niet zomaar. Voorbereiding is in deze écht het halve werk. Informatie inwinnen bij de parkwachters, blogs lezen en hopelijk iemand tegenkomen in het dorp die de trektocht heeft gedaan. Materiaal huren om met een zipline twee rivieren over te steken en weten hoe je dat moet doen. Kleren inpakken voor alle weersomstandigheden en extra kleren meenemen voor als alles nat wordt. Maar vooral eten moet mee. Meer eten dan nodig. Hier weet je nooit wanneer het weer omslaat, dus mocht je vast komen te zitten in slecht weer, dan heb je eten genoeg. Maar zelfs al is het weer onvoorspelbaar, wanneer er drie tot vier dagen geen regen en weinig wind zijn aangekondigd, dan registreer je je bij de parkwachters en kan je vertrekken!

Maar zelfs al ben je goed voorbereid, veel leer je alleen onderweg.

Muizen eten écht alles

We komen aan op de eerste kampeerplek. Er staan enkele tenten onder de bomen tegen een rotswand. We zetten onze tent op en gaan water halen in de rivier om te beginnen koken voor het donker wordt. Niet veel later zitten we op een boomstronk en lepelen we rijst met tomatensaus en parmezaan uit onze gamel. Een licht geritsel aan de tent trekt m’n aandacht. Cédric neemt z’n zaklamp en gaat kijken. ‘We gaan ons eten moeten ophangen´, zegt hij. ‘Er zitten zeker vier muizen in onze voortent.’ Zo gezegd, zo gedaan.

Een licht geritsel aan de tent trekt m’n aandacht.

Niet veel later hangt onze zak met eten samen met onze vuilniszak op aan een tak van een boom die niet al te dicht bij onze tent staat. ‘Hopelijk laten ze ons gerust vannacht’, denk ik. Maar helaas. De hele nacht horen we ze in onze voortenten. Ze knabbelen aan de tentstokken, het zeil en ook de rubberen handvatten van onze wandelstokken zijn blijkbaar een echte lekkernij.

Veelzijdige veters

Eten aan bomen hangen tegen de muizen, maar ook je vuilniszak aan je rugzak vastmaken omdat je niet wilt dat het in je rugzak gaat stinken, een hele kleine waslijn, etenswaren dichtknopen om ze vers te houden, het verlengen van stormkoorden van de tent. Een paar extra veters zijn niet alleen om in je schoenen te steken hier. En net iets handiger dan touw, want breekt je veter, dan moet je je alvast geen zorgen maken.

Een paar extra veters zijn niet alleen om in je schoenen te steken hier.

Gsm als bedpartner

Op deze trekking zijn er bijna geen wegaanduidingen, behalve soms wat stenen, als een torentje op elkaar gezet, om aan te tonen welke richting je uit moet. In het dorp kregen we van iemand de tip, om de weg ook via maps.me te volgen. Een applicatie die je offline kan gebruiken op de telefoon. Een externe batterij om een platte gsm op te laden hebben we, maar we wilden toch vermijden dat de batterij van onze telefoons te snel leeg zou lopen. De nachtelijke koude zorgde er de eerste nacht voor dat we bij het opstaan plots 20% van de batterijcapaciteit hadden verloren. Dus sliepen we erna steevast samen met onze gsm, diep in onze warme slaapzakken gestoken. En dat bleek wonderwel te werken!

De kracht van de natuur

We wisten dat de wind ging opzetten de derde nacht. De laatste voorspelling voor we vertrokken, gaf wind aan tot 150 kilometer per uur en eventueel ook wat regen. We maken onze tent goed vast en kruipen na een derde, vermoeiende dag, om negen uur in onze slaapzakken. Maar de rust duurt niet lang. Rond middernacht giert en huilt de wind rond onze tent. Het tentzeil klappert luid en de tentstokken buigen onder de sterke windvlagen. Ik por Cédric om te zien of hij ook wakker is en voel dat z’n arm helemaal onder het stof zit. De wind blaast langs alle kanten stof onze tent binnen. We proberen de slaap opnieuw te vatten maar vannacht bijten we letterlijk in het stof. Om zes uur rinkelt onze wekker. Eindelijk! De zon komt op en we gaan kunnen vertrekken. Onze tent heeft de nacht overleefd, maar de binnenkant is een waar slagveld.

Gelukkig toch niet helemaal alleen

Gedurende de vier-daagse trekking, blijken we uiteindelijk met tien te zijn. We vertrekken op de tweede ochtend allemaal rond hetzelfde uur. Na één uur wandelen in een soort van maanlandschap, horen we snelstromend water. Daar is de eerste zipline. Als een geoliede machine beginnen we elkaar te helpen. ‘Eerst de rugzakken’, schreeuwt één van de Britten die al aan de overkant staat. Erna is het aan mij. De Britten steken hun duim omhoog, zij zullen me helpen loskoppelen aan de overkant.

Cédric helpt me vastkoppelen aan de zipline. ‘Komaan liefje’, zegt hij. Ik laat me naar achteren hangen en begin langzaam aan het touw te trekken. Ik kijk naar de lucht en ik voel m’n hart in m’n keel. Ik weet niet waar ik ben en hoe snel ik ga. Dan hoor ik de Britten : ‘Komaan, nog enkele meters.’ Ik trek me zo snel als ik kan verder en dan voel ik de rots onder m’n rechtervoet. Ik ben er! Wanneer iedereen de oversteek heeft gedaan, gaan we elk op onze eigen tempo verder om elkaar ´s avonds moe maar voldaan terug te vinden aan de volgende kampplaats.

Je bent hier weg van de grote groepen, het lawaai van mensen en ronkende generatoren. Hier zijn er geen winkeltjes, douches of wc’s. Je bent hier in de stilte, midden in de weidse natuur, in al z’n pracht. Je bent hier veel meer op jezelf aangewezen. Maar bij de oversteek van de rivier of wanneer je de weg even niet vindt, ben je toch intens blij dat je ook hier niet helemaal alleen bent.

VRTNU VRTNU VRTNU