Spring naar inhoud

De roodharige Chinees

© Stijn Dangreau
geschreven op 09 augustus 2017

De zoektocht naar de perfecte reisgezel voor Stijn en Wanda liep niet van een leien dakje. Tot ze plots Fritz ontmoetten.

Stijn en Wanda in Nieuw-Zeeland

We zitten in de wachtkamer. Dokters rennen heen en weer met goed en slecht nieuws. Naast ons zit een man te sms'en. Waarschijnlijk het thuisfront up-to-date aan het houden over hun zieke.

Fritz is onze zieke, geboren in Japan in 1993, per boot naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd waar hij al dartelend een dikke 240.000 kilometer heeft doorstaan. Fritz is onze Toyota Estima. De wachtkamer is een bijkamer in een schimmige garage op de rand van Christchurch. De dokters zijn ruwe garagisten met olievlekken, die ze zelfs in de Golf van Mexico nog niet gezien hebben. Toch voelt het voor ons meer aan als een ziekenhuis.

Het wemelde horrorverhalen in onze hostel: arme zielen die na een week in panne vielen en plots 4000 kiwi-dollars en een auto lichter waren.

Negen maanden lang hebben we letterlijk én figuurlijk geleefd in deze wagen. Samen hebben we stormen bedwongen, bergen opgetuft, schapen ontweken en aardbevingen doorbeefd, maar gisteren werd de tocht naar de supermarkt onze Fritz plots te veel. We denken terug aan onze aankomst in Auckland vorige september. De zoektocht naar een geschikte wagen verliep moeizaam. Genoeg aanbod, want het stikt van de backpackers die hun auto willen doorverkopen, maar je weet nooit wat er allemaal scheelt aan zo'n ding. Het wemelde horrorverhalen in onze hostel: arme zielen die na een week in panne vielen en plots 4000 kiwi-dollars en een auto lichter waren.

We spraken af met verschillende mensen om hun marchandise te bekijken. Bram, een Vlaming, gaf ons eerlijk toe geen fluit van wagens te kennen en wist zelf niet hoe goed of slecht zijn Toyo was. De Fransen daarentegen hadden allemaal waanzinnig ultrafantastique wagens. Helaas camembertkaas hadden we ondertussen ontdekt dat de Frenchies in Nieuw-Zeeland berucht zijn hun medereizigers regelmatig een smerige Tour de France te lappen, en dus meden we vanaf dan de gehele Franse bevolking. Gewoon voor de zekerheid.

Ons oog viel plots op een auto van een zekere Diana. Haar Facebookprofiel deed vermoeden dat ze een Amerikaanse twintiger was, maar op de afspraak bleek ze uiteindelijk een veertig jaar oude Chinese man te zijn met rood Get Ready-haar. Hij trakteerde ons, in zijn beste Engels, op een uitgebreid verkooppraatje, dat helaas nog steeds vrij Chinees klonk. Elke vraag die we stelden werd vakkundig beantwoord met de zin: "Just a little bit". Ik offer mezelf op om met hem een testritje te maken, wat meteen ook mijn eerste ervaring met het linkerrijvak is. Wanneer ik ons min of meer veilig terug aan het hostel parkeer, kan ik zweren dat mijn Aziatische copiloot van rood naar donkerrood is geëvolueerd.

Negen maanden vol rijgenot staan ons te wachten, zonder dat Fritz ook maar een seconde tegensputtert. Roadtrippen op zijn best.

Het kost ons 's avonds twee flessen rood en een pak discussierondes, maar de man en zijn wagen zijn toch iets te sketchy naar onze smaak. Wanneer we de volgende dag reddeloos aan het ontbijt zitten, - twee weken na aankomst zitten we nog steeds in Auckland vast - krijgen we een sms van Christine, een Duitse met wie we tijdens onze tussenstop in Taiwan een hotelkamer hebben gedeeld. Ze stuurt ons foto's van een Toyota Estima, volledig geëquipeerd, die een vriend van haar verkoopt in Thames. Het is liefde op het eerste gezicht, we springen de volgende dag de bus op, en ons reistrio is compleet. Negen maanden vol rijgenot staan ons te wachten, zonder dat Fritz ook maar een seconde tegensputtert. Roadtrippen op zijn best.

De garagist komt met een ernstige blik de kamer binnen. "She'll be alright", zegt hij, maar het gaat ons wat kosten en we houden het best op woon-werkverkeer vanaf nu. De kronkelende Nieuw-Zeelandse bergpassen zitten er voor Fritz niet meer in. Bedroefd stappen we in onze oude vriend, geven hem een dashboardklopje en fluisteren dat we blij zijn dat hij het volle jaar met ons zal doorstaan. We knallen Glory Days van Bruce Springsteen door zijn speakers en rijden met vochtige ogen en zwaaiende ruitenwissers de zonsondergang in.

VRTNU VRTNU VRTNU