Spring naar inhoud

City of Ruins

geschreven op 01 januari 2018

Josh, Wanda en ik zitten nog wat na te praten in de woonkamer, de anderen liggen al een tijdje in bed. Enkel Brandon is nog niet terug van zijn drugsrun. Het gesprek valt even stil, dan gebeurt het. Het beeft. Alles beeft. Het hele huis, de tafel, de glazen, de zetels, alles komt in beweging. De deuren en ramen proberen hun kozijnen uit te springen, uit de keuken komt lawaai van het bestek dat met zichzelf aan het worstelen is en plots staat alles weer stil.

We zijn al een paar weken aan het werk in Christchurch als fundraisers voor een milieuorganisatie en werken elke ochtend in een hostel in ruil voor een bed. Vijf dagen per week gaan we van deur tot deur, praten met mensen en vragen om donaties. Maar vandaag voelt het anders aan. De lichte aardbeving van gisteravond heeft bij een paar van de bewoners die ik bezoek duidelijk oude wonden opengereten. Een oudere man legt me uit dat hij absoluut wil doneren, maar dat zijn schulden sinds de "big one" nog steeds torenhoog zijn.

Die big one uit 2011 was een aardbeving van 6.3 op de schaal van Richter die de geschiedenis en toekomst van de stad voorgoed veranderd heeft. Zo'n 185 mensen stierven die dag en de schade was van apocalyptische proporties.

We zijn ondertussen zes jaar verder, maar wie Christchurch vandaag bezoekt waant zich op veel plaatsen nog steeds op Ground Zero. De heropbouw gaat bijzonder traag. De hele stad is nog steeds een bouwwerf en nieuwe moderne gebouwen zijn geflankeerd door ruïnes en betonblokken. De iconische kathedraal die in het midden van de stad staat is nog in exact dezelfde staat als vlak na de beving. Er zijn nog steeds geen concrete plannen voor de heropbouw, als die er ooit komt.

Er zijn nog steeds geen concrete plannen voor de heropbouw, als die er ooit komt.

Sinds de beving krijgt de stad ook tijdens de wintermaanden telkens af te rekenen met zware overstromingen omdat de infrastructuur in veel wijken nog steeds niet hersteld is. Vooral de armere gebieden in het oosten van Christchurch houden telkens hun hart vast wanneer er zware regen wordt voorspeld.

Het is deze - op het eerste gezicht - vreemde stad die Wanda en ik uitkiezen om onze laatste maanden in Nieuw-Zeeland door te brengen. We huren een gemeubileerde caravan met houtkachel in de tuin van een Kiwikoppel en vinden een nieuwe job in een kleine fabriek in de rand van de stad. Christchurch lijkt die eerste weken een koude en onvriendelijke plek te zijn. Iedereen die hier woont heeft die onvoorstelbare dag meegemaakt en lijkt de ervaring omgezet te hebben in een soort bolster, een no-nonsense laag waar enkel serieuze problemen nog doorheen komen. We merken het bij onze gastheer die het soms moeilijk heeft om met ons - vrolijke toeristen - om te gaan. Kleine opmerkingen zorgen vaak voor grote consternatie, hulp vragen bij het houthakken resulteert in een preek van twintig minuten. Buitenlanders, wat vang je er mee aan.

Iedereen die hier woont heeft die onvoorstelbare dag meegemaakt en lijkt de ervaring omgezet te hebben in een soort bolster, een no-nonsense laag waar enkel serieuze problemen nog doorheen komen.

Ook collega's in de fabriek zijn in die weken kortaf en hebben weinig geduld voor de leercurve die nieuwelingen altijd moeten ondergaan.

Maar Wanda en ik zijn niet je doorsnee happy hippie rugzaktoeristen. Als er een indruk is die we overal achterlaten in dit land, dan is het onze keiharde werkethiek, volharding en zelfopoffering, Of correcter: we zijn verdomd koppig. We worden al snel onmisbare schakels in de ketting, krijgen smeekbedes om extra uren te maken en ondergetekende ontwikkelt een houthakkerslijf dat zelfs bijna Instagramwaardig zou kunnen zijn. Die beschermende laag van de collega's en kennissen verdwijnt en de tijd vliegt voorbij. We ontdekken de duizend-en-een verborgen charmes die Christchurch en haar inwoners bezitten, maken een hoop nieuwe vrienden en beginnen stilaan te begrijpen wie die Christchurchers nu eigenlijk zijn.

Iedereen in deze stad verloor iets op die beruchte dag. Hun kantoor werd beschadigd, hun huis onbewoonbaar, sommigen raakten gewond of erger, raakten iemand kwijt. Iedereen had verdriet en gevoelens van machteloosheid, van de ene minuut op de andere was hun leven compleet omgegooid. Catastrofes als deze kunnen vaak voor een groot gevoel van samenhorigheid zorgen, maar het kan ook zwaar isoleren.

Iedereen in deze stad verloor iets op die beruchte dag. Hun kantoor werd beschadigd, hun huis onbewoonbaar, sommigen raakten gewond of erger, raakten iemand kwijt.

Sommige wijken werden sneller geholpen en eerder heropgebouwd dan anderen. Bepaalde plekken veranderden in moerasgebieden, de bouwgrond plots helemaal waardeloos. Mensen installeerden zich tijdelijk op campings rondom de stad, een noodoplossing die zes jaar later niet zo heel tijdelijk blijkt te zijn. Het aantal daklozen dat op zondag voor de nog minder tijdelijke kerk staat, vult de helft van het park, een half voetbalveld vol ongeluk en uitzichtloosheid.

Al deze kleine en grote scheuren zorgden er uiteindelijk voor dat de samenhorigheid veranderde in een elk-voor-zich mentaliteit die vandaag nog steeds als een donkere wolk boven de stad hangt, constant voedend op het puin en stof dat nog steeds de straten en lucht domineert. De mensen hier zijn niet kwaad of bitter om wat er gebeurd is, maar hebben zich allemaal wat teruggetrokken, bang om ooit nog eens zo diep geraakt te worden, allergisch voor hoe buitenstaanders dat niet kunnen snappen.

Tijdens onze laatste weken in de stad wordt pas echt duidelijk hoe die eerst kille connecties omgetoverd zijn geraakt tot hechte vriendschappen. Diep vanbinnen is Christchurch nog steeds een vriendelijke, warme, typische Nieuw-Zeelandse stad, maar het vergt tijd en geduld om die kant te ontdekken.

Zo nu en dan is die grote samenhorigheid die de inwoners verbond vlak na de beving opnieuw in het open te voelen. Het kan gebeuren wanneer hun rugbyteam - de Crusaders - een belangrijke match wint, maar wij voelden het op een heel bijzondere dag. Bruce Springsteen besliste om het kleine Christchurch dit jaar een hart onder de riem te komen steken, de stad stond op barsten door opwinding. In het opnieuw niet zo tijdelijke rugbystadion stonden we omringd door Christchurchers van alle lagen, allemaal wachtend op dat ene nummer dat ze allemaal kennen, hun officieuze volkslied. De E Street Band zet City of Ruins in en het lijkt alsof de hele stad, alle gebouwen, de ruïnes en betonblokken uit het diepst van hun bestaan meezingen. De man naast me fluistert, met tranen in de ogen, "This is our song.", meer tegen zichzelf dan tegen mij. Bruce kijkt op en knikt, dit is van jullie.

De laatste vier woorden van het nummer zijn de luidste van het hele optreden. Ze blijven tot diep in de nacht boven de stad hangen en scheuren die duistere wolk volledig aan diggelen. "Come on, rise up."

De laatste vier woorden van het nummer zijn de luidste van het hele optreden. Ze blijven tot diep in de nacht boven de stad hangen en scheuren die duistere wolk volledig aan diggelen. "Come on, rise up."

Ons jaar in Nieuw-Zeeland zit er op en we konden geen betere plek gekozen hebben om deze geweldige trip mee af te sluiten. Want ondanks al mijn gemekker over Toyo's en ander toeristisch ongedierte is dit echt een prachtig, vriendelijk en uniek stukje van de wereld, dat nu voorgoed stukken van deze doorsnee West-Vlaamse dorpeling en zijn allesbehalve doorsnee Duitse compagnon zal bezitten. We verlengen ons nomadenbestaan nog met vier maanden in Zuid-Oost Azie, maar het hoogtepunt van de reis ligt al keihard vast.

Bedankt voor alles, Nieuw-Zeeland. Verander niet.

VRTNU VRTNU VRTNU