Spring naar inhoud

De Mercator en de prinses van het Paaseiland

De Mercator en het Paaseiland - © rr
geschreven op 10 november 2017

In het Jubelparkmuseum is momenteel een tentoonstelling te zien over Oceania, reizen in het onmetelijke. Op deze expo kan je heel wat kunstvoorwerpen en beelden bewonderen van het Paaseiland, stukken die in 1935 door het zeilschip Mercator naar België werden gebracht. En – bijna – had het schip ook een jong Pascuaans prinsesje aan boord.

Lees het verslag over de Mercator en het verhaal van de prinses en de archeoloog…

De geschiedenis van het Paaseiland – in het Polynesisch Rapa Nui – is genoegzaam bekend (of onbekend, want veel is niet geweten over het eiland vóór de komst van de blanken). Het afgelegen eiland werd ontdekt op paasdag 1722 door de Hollandse commandant Jacob Roggeveen die het Paaseiland noemde.

Al gauw wordt er melding gemaakt van grote raadselachtige stenen beelden die op de heuvelflanken en de stranden van het vulkaaneiland staan opgesteld. Reizigers die het eiland bezoeken zijn telkens weer onder de indruk van de enorme standbeelden of moai, waarvan de betekenis nog altijd niet ontrafeld is. Waarschijnlijk zijn het mythische voorouderbeelden.

Franse prent van de expeditie La Pérouse, 1786.

Expeditie naar Rapa Nui

Het is de Belgische wetenschapper Henri Lavachery die in 1934 als archeoloog van de Jubelparkmusea in Brussel een expeditie opzet om de eilandcultuur en de beelden ter plekke te gaan bestuderen. Hierin gesteund door de Franse etnoloog Paul Rivet, directeur van het Musée d'ethnographie du Trocadéro in Parijs, reist hij af naar het Paaseiland in de Stille Oceaan met een internationale ploeg wetenschappers.

De heenreis met het Franse marineschip Rigault de Genouilly verloopt niet bepaald gunstig, want de Franse archeoloog Louis-Charles Watelin, chef-de-mission van de expeditie, overlijdt onderweg aan een longontsteking. Hij wordt begraven in de Chileense havenstad Puerto Montt, waarna de resterende expeditieleden de oversteek naar het Paaseiland aanvatten. Ze arriveren op het Paaseiland eind juli 1934. Samen met de Zwitserse antropoloog Alfred Métraux en de Chileense dokter Drapkin, die zich vooral bekommert om de zieke eilandbewoners, zal Lavachery er een half jaar onderzoek verrichten. Ze komen tot de nu algemeen aanvaarde conclusie dat de befaamde beelden het werk zijn van de voorouders van de huidige Polynesische bevolking en niet van een verdwenen beschaving.

De Mercator, een driemaster-barkentijn, met volle zeilen op zee.

Ruilhandel op z'n Belgisch

Gebeurde de heenreis met een Frans schip, de terugreis zal met het Belgische schoolschip Mercator geschieden. De driemaster van het type barkentijn maakt in het najaar van 1934 de tocht van Antwerpen via het Panamakanaal naar Rapa Nui en komt daar aan op 12 december 1934. Met de Chileense autoriteiten is overeengekomen dat de Frans-Belgische expeditie een heleboel kunst- en cultuurvoorwerpen mag meenemen naar Europa. Dit gebeurt overigens in ruil voor een aantal Egyptische kunstwerken uit de Belgische reserves, die naar Chili zullen verscheept worden. Een mooi staaltje van Belgische ruilhandel-diplomatie.

Takelinstallatie om de beelden op te hijsen. De Belgische archeoloog Henri Lavachery is de man met de hoed in de hand.

De wetenschappers hebben in overleg met de Chileense gouverneur op het eiland enkele kleine en grote beelden uitgekozen, die nu op de Mercator moeten geraken. Een stenen hoofd van 3 ton is voor Frankrijk bestemd. De Belgen zien het groter en kiezen een compleet beeld, door de inboorlingen Pou Hakanononga genoemd, de god van de tonijnvissers, een 3-meter hoge kolos van bijna 6 ton.

Nadat de kleinere stukken aan boord zijn gebracht, is het de beurt aan de pièce de résistance: het loodzware godenbeeld. Al bij de eerste poging om het beeld op te tillen met een takelinstallatie, barsten de poten van de driepikkel. Na versteviging lukt het toch en met behulp van zowat de hele Pascuaanse bevolking wordt de last per slede over de hellingen naar de kust getrokken, waar de Mercator in zee ligt te wachten.

Met een vlot wordt de zware last naar de Mercator getransporteerd, die voor kust ligt.

De steenmassa wordt op een vlot gehesen, maar dat houdt het niet en het geheel zinkt naar de zeebodem. Het ontlokt menig gevloek bij de Vlaamse gezagvoerder van de Mercator: Got verdeckt, zo noteert antropoloog Métraux fonetisch in zijn dagboek.

Gelukkig ligt de last niet te diep voor de ervaren zwemmers van het Paaseiland. Eilanders duiken naar beneden en maken nieuwe staalkabels vast en zo kan het beeld worden gerecupereerd. Uiteindelijk kan men de god van de tonijnvissers op het dek van de Mercator takelen, waar het in zeildoek wordt ingekapseld voor de overtocht naar België. Kort na Nieuwjaar 1935 is de hele lading aan boord en wordt alles klaargemaakt voor de terugreis.

Het godenbeeld van de tonijnvissers wordt vastgelegd op het dek van de Mercator.

De archeoloog en de prinses

Tijdens zijn verblijf op Rapa Nui werkt de archeoloog Henri Lavachery nauw samen met de lokale inlanders en hij schijnt het goed te kunnen vinden met de Pascuaanse vrouwen. Vooral met een zekere Victoria groeit een vriendschappelijke band, misschien zelfs meer dan dat… Deze Victoria Rapahango was naar verluidt de laatst overlevende afstammeling van de legendarische ‘koningen’ van Rapa Nui, een Pascuaanse prinses dus.

Henri Lavachery in het charmante gezelschap van enkele Pascuaanse vrouwen.

Victoria is een knappe vrouw van halfweg de 30 wanneer ze in 1934 kennis maakt met de Belgische archeoloog, die op dat moment net 50 is. Het klikt duidelijk tussen beide en ook met haar vijfjarig dochtertje Ana Haoa komt de oudere archeoloog goed overeen. Het meisje nestelt zich graag op zijn schoot.

In zijn dagboek beschrijft Henri Lavachery de gebeurtenissen van die dagen. Op een avond, wanneer ze met z’n allen samenzitten, zegt Henri al lachend: “Zal ik Ana meenemen naar Europa? Wil ik haar adopteren?...” Victoria antwoordt ernstig: “Meen je dat echt, Henri? Ik zou graag hebben dat Ana ergens anders zou kunnen leven dan hier op dit eiland... Dit eiland waar men zoete aardappelen eet en waar men sterft.”

Victoria is verstandig genoeg om in te zien dat het geïsoleerde eiland geen grote toekomst te bieden heeft voor Ana. En wil niet elke moeder het beste voor haar kind?

Victoria en Henri, de prinses en de archeoloog. Was er méér dan vriendschap?
Ana en haar moeder Victoria op het dek van de Mercator, vlak voor het vertrek.

2 januari 1935: alles is in gereedheid gebracht op de Mercator voor de terugreis. De zware beelden liggen vastgesjord. Het ruim is gevuld met voedsel en vers water. In de kajuit van Lavachery is zelfs een klein bed voor Ana geregeld. Op het dek van de driemaster wordt een laatste foto gemaakt van Victoria en Ana. Victoria, bezorgd, ernstig; Ana, onschuldig, onwetend.

Maar op het cruciale moment wanneer de moeder afscheid moet nemen van haar kind, barst Victoria in tranen uit. Ana, niet begrijpend wat er gaande is, klampt zich vast aan haar rokken. In allerijl verlaten ze het schip. Lavachery zal hen nooit meer terugzien. Ana, het kleine prinsesje, zal opgroeien, niet in Brussel, maar op Rapa Nui…

De aankomst van de Mercator in Antwerpen.
Het beeld van de god van de tonijnvissers wordt gelost.

Laatste rustplaats

De Mercator laat Rapa Nui achter zich en zeilt richting Europa. Men passeert Tahiti en Hawai, steekt opnieuw door het Panamakanaal en via de Bahama's gaat het richting Antwerpen, waar ze eind mei 1935 aanleggen. Nog is de tocht niet gedaan, want een sleepboot trekt de kostbare vracht door het zeekanaal van Willebroek tot in Brussel. Uiteindelijk vindt de god van de tonijnvissers een laatste rustplaats in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark. Lavachery zal er conservator worden. Hij sterft in 1972 te Brussel.

En Victoria en kleine Ana, de prinsessen van Rapa Nui? Victoria overlijdt in de jaren '70. Ze ligt begraven op het kerkhof van Rapa Nui. Ana zal verpleegkunde studeren in Chili, maar keert terug: ze wordt de eerste verpleegster op het Paaseiland.

Het beeld 'Pou Hakanononga', de god van de tonijnvissers.

Dank

Voor dit artikel konden we o.m. een beroep doen op het verslag van Thomas Lavachery, kleinzoon van archeoloog Henri Lavachery, die in 2001 naar het Paaseiland reisde en getuigen opzocht van het verblijf van zijn grootvader.

VRTNU VRTNU VRTNU