Spring naar inhoud

Marc Sleen overleden

© VRT
geschreven op 07 november 2016

Striptekenaar Marc Sleen is gisteren in Hoeilaart overleden. Sleen creëerde talrijke stripfiguren als Piet Fluwijn en Bolleke, De Lustige Kapoentjes maar zijn belangrijkste bijdrage tot het Vlaams cultureel erfgoed is wel Nero. De nonchalante, goedmoedige antiheld groeide uit van figurant tot een van Vlaanderens populairste stripfiguren. Ridder Marc Sleen overleed thuis, hij was 93.

De grote drie van de Vlaamse strip

Marc Sleen vormde samen met Willy Vandersteen en Jef Nys "de grote drie van de Vlaamse strip", en ook wel "the founding fathers". Kuifje bestond al, maar voor de rest was er in Vlaanderen alleen Mickey Mouse. De drie leerden al doende het vak, met vallen en opstaan.

Jef Nys mikte met 'Jommeke' vooral op een jong publiek, Willy Vandersteen met 'Suske & Wiske' op een breed publiek en Marc Sleen sprak met 'Nero' ook een volwassen publiek aan. In zijn strips speelde hij heel vaak in op de nationale en de internationale politieke actualiteit: Mao, Stalin, Gandhi, de Suezcrisis, de atoombom ... ze vonden allemaal hun weg naar de albums van 'Nero'. En daar was Sleens voorgeschiedenis niet vreemd aan.

Kunstschilder

Marc Sleen had niet de ambitie om striptekenaar te worden. Hij wou kunstschilder worden, maar zijn moeder en zijn broers raadden hem dat af. Armoezaaiers zijn ze, kunstschilders. En dat is het laatste wat Marc Sleen wou zijn.

Oorlog

In 1944 werd Sleen gevangen genomen door de Duitsers, die van hem informatie wilden over zijn broer die in het verzet zat. In de Nieuwe Wandeling in Gent maakte hij kennis met een auteur die hem introduceerde bij de Nieuwe Standaard, later Het Volk.

De krant

Sleen was bij de krant manusje-van-alles, maar zijn hoofdopdracht was toch het tekenen van politieke karikaturen. Niet van de tsjeven, want Het Volk was een katholieke krant, maar wel van de roden en de blauwen. Geen wonder dat Geeraard de duivel uit het Nero-album 'De hoed van Geeraard de duivel' (door velen beschouwd als zijn beste werk) heel hard op de socialistische voorman Camille Huysmans gelijkt. Huysmans kon er niet mee lachen, zijn politieke tegenstander CVP-er Theo Lefèvre des te meer.

In 1972 stapte Marc Sleen naar zijn bazen en zei: "Basta! Genoeg karikaturen getekend!" Politici zouden daarna nog slechts sporadisch opduiken in zijn strips en bij voorkeur aan het frietkraam van Jan Spier, waar ze ook de koning tegen het lijf konden lopen.

Bij Het Volk tekende Sleen ook serieuze dingen, zoals portretten van Baudelaire en Tsjaikovski voor De Spectator, de culturele bijlage bij Het Volk, portretten van collaborateurs die terechtstonden en zelfs plannen van het von Rundstedt offensief. België was al bevrijd, maar de oorlog was nog niet gedaan...

In die beginjaren tekende Sleen ook een dagelijkse strip met het ritverslag van de Tour de France: met groteske karikaturen van de coureurs en letterlijke omzettingen van uitdrukkingen als "de man met de hamer tegenkomen".

Naast het serieuze werk begon Sleen ook met kinderstrips voor de kinderbijlage van Het Volk als De avonturen van een vader en zijn zoon, Piet Fluwijn en Bolleke, De lustige kapoentjes , Stropke en Flopke, Doris Dobbel, Oktaaf Keuninck, Pollopof en De avonturen van neus.

De geboorte van Nero

Nero zag het levenslicht in 1947 in Het geheim van Matsuoka. Detective van Zwam speelde dan nog de eerste viool. Van Zwam was van ver geïnspireerd op Sherlock Holmes, maar zijn rijgedrag had hij van zijn geestelijke vader, die met zijn Porsche op twee wielen door de bochten placht te sjezen.

Nero was in dat eerste album een nevenpersonage. Zijn naam was eigenlijk M.Schoonpaard. Hij zat in een psychiatrische instelling, omdat hij dacht dat hij de Romeinse keizer Nero was. Na zeven albums verdween Van Zwam naar het achterplan en nam Nero de boel over. En dat deed hij meer dan 200 albums lang. Op 31 december 2002 rolde het 217de (en laatste) Nero-album Zilveren tranen van de persen en konden het dagbladverschijnsel en zijn geestelijke vader met pensioen.

Voor die 217 albums kreeg Sleen een vermelding in het Guiness Book of Records als de strip die het langst door één tekenaar werd gemaakt. De laatste zeven jaar tekende Dirk Stallaert ("de kameleon onder de Vlaamse striptekenaars") de avonturen van Nero, al durfde Sleen diens aandeel wel eens te minimaliseren. Alsof Stallaert alleen maar de achtergronden tekende en Sleen zelf nog grotendeels de tekenpen vasthield. Zo ijdel was hij wel.

Op safari

Nero maakte Sleen beroemd en rijk, maar meer nog dan zijn strips waren zijn jaarlijkse safari's zijn lust en zijn leven. Vanaf 1962 trok Sleen elk jaar in de maanden januari/februari naar het Afrikaanse continent om er de dieren te observeren en te filmen. Daarna verwerkte hij die tot natuurdocumentaires die op de BRT werden vertoond.

De safari's hadden uiteraard ook een invloed op zijn strips. Een groot deel van de Nero-albums speelde zich af in Afrika. Sleen voerde er de wonderlijkste dieren op, bestaande en niet bestaande, van de schoenbekvogel Aboe Markoeb en Arthur de vetvogel tot de Jinkaboem en de pletskop.

Goudhaantje

De strips van Nero worden nu nog maar met mondjesmaat heruitgegeven, maar een halve eeuw geleden waren ze van levensbelang voor een krant. Hoe belangrijk bleek in 1965, toen Sleen wou overstappen van het Volk naar De Standaard. Volgens Sleen verloor de krant bij zijn overstap maar liefst 30.000 lezers.

Het Volk liet zijn goudhaantje niet zonder slag of stoot gaan. De krant claimde dat Nero van hen was en Sleen kreeg een tijdelijk verbod om nog Nero's te tekenen. De medewerkers van Willy Vandersteen tekenden over die episode het stripalbum Sleenovia, op tekst van Sleens goede vriend Gaston Durnez. Nero droeg in het grootste deel van de strip een kap over zijn hoofd of verstopte zich achter een vlag, om een zoveelste proces te vermijden.

Sleenovia

Sleenovia verscheen enkel in de krant, maar er wordt aan een uitgave gewerkt. Dirk Stallaert al begonnen met het hertekenen van de strip (zie hieronder).

Een door Stallaert hertekende plaat van Sleenovia

Moet er nog zand zijn

Marc Sleen was ijdel. Eigenliefde, zo noemde hij het zelf. Dat hij als levende kunstenaar al zijn eigen museum kreeg (en Magritte moest wachten tot na zijn dood) deed hem enorm veel plezier. "En dat ik van adel ben", voegde hij er nog aan toe in het interview dat Cobra.be met hem had naar aanleiding van zijn negentigste verjaardag.

In 1997 werd Sleen namelijk geridderd door koning Albert II. Maar zijn allermooiste moment beleefde hij toch in 2009 toen koning Albert -arm in arm met Sleen en lustig keuvelend- het Nero-museum in de Brusselse Zandstraat opende.

Overigens hebben Albert en zijn broer Boudewijn Nederlands geleerd door veel Nero-strips te lezen, zo vertrouwde Sleen ons nog toe in zijn laatste interview. Lering en vermaak op koninklijk niveau! Moet er nog zand zijn!

VRTNU VRTNU VRTNU