Spring naar inhoud

Dichter en televisiepionier Hubert van Herreweghen overleden

geschreven op 05 november 2016

De Vlaamse dichter en televisieproducent Hubert van Herreweghen is 4 november op 96-jarige leeftijd overleden. Vorig jaar vierde hij zijn 95e verjaardag met de bundel "De bulleman en de vogels".

Hubert van Herreweghen werd in 1920 in het Brabantse Pamel (nu een deelgemeente van Roosdaal) geboren. Zijn vader was er hoofdonderwijzer. Drie jaar voor zijn geboorte, in volle oorlogstijd, had de dichter Karel Van de Woestijne er gewoond, op wat hij 'de colline inspirée’ van Ledeberg heeft genoemd. Van de Woestijne zou een belangrijke invloed uitoefenen op de jonge dichter.

Van Herreweghen werkte in de jaren 40 enige tijd als journalist bij De Standaard en begon in 1950 te werken voor het NIR, het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep als commentator. Bij de openbare omroep presenteerde hij onder meer "Ten huize van". Begin jaren 60 werd hij hoofd van de Dramatische Dienst van de BRT, een functie die hij tot aan zijn pensioen uitoefende.

Van Herreweghen behoorde samen Anton Van Wilderode, Christine D’haen en Jos De Haes tot een naoorlogse generatie van jonge debutanten in de poëzie. In 1943 verschijnt zijn eerste bundel 'Het jaar der gedachtenis'. In 1947 treedt hij toe tot de redactie van Dietsche Warande en Belfort. Het plan van Jan Walravens voor een pluralistisch tijdschrift met de jongeren Hugo Claus en Hubert Van Herreweghen in de redactie, kwam niet van de grond.

In 1950 koos de dertigjarige van Herreweghen in een kort essay voor een duidelijke poëtische stellingname. Hij neemt afstand van de vage poëzie van de vooroorlogse generatie rond het tijdschrift ‘Vormen’ maar evenzeer van het retorische expressionisme. De dichter is zich bewust van een dwingend existentialistisch levensgevoel, maar in tegenstelling tot de nieuwe experimentele generatie, zoekt hij aansluiting bij de literaire traditie. Zijn ideaal is “een gestileerde wanorde, een spel van tonen en tegentonen, moderne onrust in klassieke maat”. Daarmee zit hij “in het spanningsveld tussen traditie en modernisme, zowel op thematisch als op stilistisch vlak” schrijft Dirk De Geest, professor Moderne Nederlandse Letterkunde en Literatuurwetenschap aan de K.U.Leuven.

De vroege gedichten van de katholiek Hubert van Herreweghen zijn voor een hedendaagse lezer verrassend somber. De dichter identificeert zich met de “gestrafte” Bijbelse Job en noch lichaam noch ziel kunnen hem uit een drukkend christelijk dualisme verlossen. Het vaak geciteerde vers “Er is maar één alternatief/word ik gered of niet gered” doet haast jansenistisch aan. Toch is er ook het verlangen naar bewusteloosheid: “O vreugde, slapen zonder weten/ zuiver te leven als een plant” of naar een volheid en een rust van voor de geboorte. Deze melancholie zal met de jaren moduleren naar een soms bijna mystiek, maar onsentimenteel gevoel van verbondenheid met dier en plant, aarde of steen: “In water, in licht, in zand,/staan hiërogliefen geschreven./In vriendschap daarmee wil ik leven/en geloven in het verband.”(Tak). In latere verzen zoekt de dichter in de natuur naar een “eeuwige momentopname”, worden waarnemingen of anekdotes in een verruimde tijd of een eeuwig heden opgenomen. Een “volmaakt” huis is als “een open koningsgraf/om eeuwig in te wonen,/ want eeuwig is geen straf/maar tijdeloos plezier,/herhaling nu en hier…

In de loop der jaren krijgt de poëzie van van Herreweghen een luchtiger en speelser karakter dat de nooit afwezige doodsgedachte in toom houdt. Gedichten worden “liedjes” en de dichter vindt in zijn taal en techniek aansluiting bij Middeleeuwse rederijkers en bij Guido Gezelle, die in zijn ritmische zangerigheid een “modern” voorbeeld vormt, net als in diens aandacht voor een bezielde natuur. Vanaf Aardewerk (1984) breekt een vruchtbare late periode aan waarin van Herreweghen – aldus Dirk De geest – van klassiek naar post-klassiek dichter evolueert. Zijn gedichten ademen een nieuwe losheid die zich verraadt in het spelen met klank en typografie, springerige ritmes, vele taallagen en in het gebruik van opvallend archaïsche woorden. Hier is zeker geen sprake van oubolligheid of nostalgie. De oude, vergeten woorden vergroten het historische bereik van het vers en van het Nederlands. Dit viel ook de Nederlandse criticus Piet Gerbrandy op die niet uitgekeken raakte op de ouderdomspoëzie van een dichter “die in Vlaanderen wordt geëerd maar in Nederland onbekend (is)”.

De bekendheid van Hubert van Herreweghen in Vlaanderen houdt ook verband met zijn zeer verdienstelijke werk als bloemlezer. Van 1965 af maakte hij voor het Davidsfonds een jaarlijkse populaire poëziebloemlezing uit de Vlaamse en Nederlandse tijdschriften (eerst met Jos De Haes, later met Willy Spillebeen). Andere bloemlezingen in boekvorm waren Het nachtegalenbosje: poëzie uit Vlaanderen en Nederland 1880-1916” (1990) en 'Soms tussen tulpen: poëzie uit Vlaanderen en Nederland 1916-1945' (1997).

Hubert van Herreweghen ontving de 'Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie' in 1961 voor de bundel ‘Gedichten III’. In 1985 kreeg hij de prijs van de krant De standaard voor de bundel 'Aardewerk'.

(Johan de Haes / Cobra.be)

VRTNU VRTNU VRTNU