Spring naar inhoud

De ontrouw van de beelden

René Magritte in Parijs

geschreven op 23 september 2016
René Magritte, La trahison des images, 1929

René Magritte (1898 – 1967) is reeds lang bijgezet in de glazen vitrine waarin Belgische topkunstenaars als triomfbekers bewaard worden. Hij staat er als Belgisch surrealist naast het realisme van Van Eyck, de visioenen van Bosch, de volkse taferelen van Bruegel, de barok van Rubens, het groteske van Ensor en niet te vergeten, de mossels van Broodthaers. Zoals dat met pronkstukken het geval is, kun je die beter af en toe eens afstoffen. Bijna 50 jaar na zijn overlijden is dat wat nu ook in Parijs gebeurt.

Laat ons die bevreemdende, bizarre en ook grappige wereld van Magritte au sérieux nemen en eens verder kijken dan die wat dromerige term die ons al in het lager onderwijs werd aangeleerd: het surrealisme. Het surrealisme waar wij Belgen sterk in zouden zijn en waar we in het buitenland al te vaak mee geassocieerd worden. De expo in Parijs kijkt naar de band die de kunstenaar had met de filosofie, een relatie waar de Franse denker Michel Foucault een boek aan wijdde, ‘Ceci n’est pas une pipe: sur Magritte’ (1973). (Dat boek is er gekomen na een intense briefwisseling met de kunstenaar – die wel vaker met filosofen en dichters van gedachten wisselde.) Voor Magritte is het schilderen niet het toevallig samenbrengen van willekeurige en gratuite combinaties, elk nieuw werk is voor hem de oplossing van 'een probleem'.

Met vakantie in Firenze, benieuwd naar de beroemde ‘Venus’ van Botticelli in de Uffizi, verzuchtte de kunstenaar dat de postkaart toch wel beter was. Jaren voor Warhol, die net als andere Pop Art-kunstenaars het werk van de Brusselse schilder bewonderde, wist Magritte, die zelf in de reclame had gewerkt, welk lot de beelden beschoren zou zijn.

René Magritte, Tentative de l'impossible, 1928

Wat is er met het werk van René Magritte aan de hand? Honderden zwarte bolhoedfiguurtjes zweven, tegen de achtergrond van typisch Brusselse rijhuizen, door de hemel - stijgen ze op of druppelen ze neer? We zien een man voor de spiegel, kijkend naar zijn eigen achterkant. Een vrouw wordt tot haar mooiste delen gefragmenteerd. Bij klare dag verlicht een lantaarn een nachtelijk landschap. Een wolk ligt in een champagneglas. Geopende gordijnen verraden geschilderde trompe-l’oeils. Het zijn beelden die blijven verbazen en de werkelijkheid ondervragen. En dan zijn er nog de titels.

Veel wijzer word je er niet van. Woorden en beelden zijn geen goede vrienden. Magritte die net om dit probleem aan te kaarten op zijn schilderijen woorden en beelden door elkaar haspelt, bouwt er zijn beroemdste werk rond, ‘La trahison des images’. Het schilderij van de pijp die geen pijp zou zijn. Lesmateriaal, waarmee we in de klas naar de schilderkunst leerden kijken en waar tientallen boeken over geschreven zijn.

Vandaag zijn we bijna vergeten hoe ze er in het echt uitzien, die schilderijen van René Magritte. We kennen ze door en door, maar herinneren we ze ons nog in olieverf op doek geschilderd? Ja, als een print op een keukenschort, gedrukt op een koffietas, bijgekleurd op een tafelonderlegger, gedrukt als postkaart, of – het toppunt voor iemand die geregeld de paraplu in zijn schilderijen afbeeldde – als tekening op het regenscherm .

Wie niet geregeld naar het Magrittemuseum in Brussel trekt, kan nu naar Parijs, waar het Centre Pompidou een honderdtal schilderijen, tekeningen en documenten samenbrengt, nog tot 23 januari 2017. Spring dan ook eens binnen in het nabijgelegen Centre Wallonie-Bruxelles voor de expo 'Images et Mots depuis Magritte'.

VRTNU VRTNU VRTNU