Spring naar inhoud

De Brusselse avonturen van Charlotte Brontë

Schrijfster van 'Jane Eyre'

Charlotte Brontë in Brussel - © rr
geschreven op 12 april 2016

Hip hip hurrah! (tweehonderdmaal) voor Charlotte Brontë, auteur van de klassieker Jane Eyre en de oudste van de drie schrijvende Brontë-zusjes. Zij werd tweehonderd jaar geleden geboren op 21 april 1816.

Dat werd toen uiteraard gevierd, vooral dan in het Noord-Engelse dorpje Haworth, waar de familie Brontë woonde. Bij de naam Brontë doemen onwillekeurig beelden op van Victoriaanse landhuizen, mistige heidelandschappen en triest ogende jongedames die onbeantwoordbare liefdes koesteren.

Ook in Brussel waren er heel wat Brontë-herdenkingen. Nochtans zijn hier weinig Victoriaanse landhuizen te bespeuren en nog minder heidelandschappen. Maar twee van de drie Brontë-zusjes, met name Charlotte en Emily, hebben geruime tijd in Brussel verbleven in een meisjespensionaat. Charlotte werd er zelfs verliefd! Ga mee op tocht door het Brussel van Charlotte Brontë, anno 1842…

De Brontë's uit Haworth

De familie Brontë woonde in Haworth, een klein dorp in Yorkshire ten westen van Bradford en Leeds. Vader Patrick Brontë was van Ierse komaf, heette oorspronkelijk Brunty, maar wijzigde zijn naam in het chiquere Brontë. In Haworth werkte hij als Anglicaans priester. Nu is Haworth een toeristische trekpleister voor Brontëfans, maar toentertijd was het een onooglijk en eerder arm dorp.

Patrick Brontë

In 1842, het jaar dat Charlotte en Emily naar Brussel kwamen, was hij al ruim 20 jaar weduwnaar. Behalve zijn vrouw had hij ook 2 kinderen verloren. Vier kinderen leefden nog: zoon Branwell en drie dochters Charlotte, Emily en Anne. De meisjes zouden alle drie naam en faam maken als schrijfster van respectievelijk klassiekers als Jane Eyre, Wuthering Heights en The Tenant of Wildfell Hall.

Waarom besloten Charlotte Brontë en haar jongere zus Emily in 1842 om naar Brussel te gaan? Bedoeling was om hun Frans te vervolmaken. Ze hadden immers het plan om op termijn een eigen school op te richten in Haworth en daarvoor was een gedegen kennis van de Franse taal noodzakelijk. Het was helemaal niet ongebruikelijk voor Engelse jongedames om in België op kostschool te komen. Frans was er de voertaal en Brussel was best een ‘hippe’ locatie in die dagen. Bovendien kon het jonge koninkrijk België op meer sympathie rekenen dan de oude erfvijand Frankrijk. De Slag van Waterloo, waarbij Napoleon verslagen was door een geallieerd leger onder leiding van de Engelsman Wellington, was nog maar geleden van 1815.

Charlotte Brontë

Om haar tante Elizabeth, die een deel van de kosten zou dragen, te overtuigen, prees Charlotte de kwaliteit van het Belgische onderwijs: The facilities for education are equal or superior to any other place in Europe.

Er waren ook persoonlijke redenen voor Charlotte Brontë om naar Brussel te trekken. Haar beste vriendin Mary Taylor studeerde er ook en via haar correspondentie raakte Charlotte helemaal in de ban van Brussel: The excitements of one of the most splendid capitals of Europe... Ze keek overduidelijk erg uit naar haar verblijf in Brussel.

De reis

In februari 1842 vertrekken Charlotte (toen 25) en Emily (23), begeleid door hun vader, vanuit het kleine Haworth in Yorkshire naar België. Het eerste deel van de reis wordt per koets afgelegd. Vanuit Leeds gaat het verder per stoomtrein naar Londen, hoofdstad van het British Empire, toen nog een wereldrijk onder de regering van Queen Victoria.

Pakketboot anno 1842

Ze blijven een nacht in Londen en schepen dan in op de pakketboot die hen over de Noordzee naar Oostende voert. Het is een routinevaart. Er zijn wekelijks vier mailboten die over en weer varen tussen Engeland en de Belgische kust.

Na een kort oponthoud in Oostende reist het gezelschap verder naar Brussel. Hoewel er al treinen rijden in België – de eerste trein reed in 1835 tussen Brussel en Mechelen – is de spoorweg van Oostende naar Brussel nog niet afgewerkt en dus kiezen de Brontë's voor de postkoets, een lange vermoeiende rit van meer dan honderd kilometer.

Brussel!

En dan op 9 februari 1842 ziet Charlotte vanop de heuvels van het Pajottenland de veelbelovende stad Brussel liggen. Een puzzelpanorama van rode en zwarte daken en boven alles de fijne spits van het stadhuis en de stompe tweelingtorens van de Sint-Goedelekerk. De Middeleeuwse stadswallen zijn al jaren gesloopt. Brede wandelboulevards omgorden nu de stad. Heren in kostuum en dames in Franse mode flaneren over de lanen. Wat een verschil met het landelijke Haworth, maar ook een verschil met het sombere, overbevolkte en zwart beroete Londen.

Brussel. Zicht op de Isabellastraat. Achteraan de Sint-Goedele. Het witte U-vormige gebouw (links) is het pensionaat Heger.

Pal in het centrum van Brussel zullen Charlotte en Emily hun intrek nemen in het pensionaat Heger ofte voluit: Maison d’éducation pour les jeunes Demoiselles, sous la direction de Madame Heger-Parent. Het schoolgebouw, vlak naast de jongensschool van het Athénée Royale, lag in de Isabellastraat, een nu verdwenen straatje beneden het Warandepark en van daaruit bereikbaar via een trap. Het U-vormige complex heeft ook een grote tuin met bomen, voormalig gildehof van de voetboogschutters.

Isabellastraat. De lange witte gevel is het pensionaat Heger.

Hoewel het pensionaat eerder bescheiden is – er waren in België en Brussel veel luxueuzere kostscholen – is Charlotte toch verwonderd over de salons van de familie Heger, waar schilderijen in vergulde lijsten de muren sieren, zware gordijnen aan de ramen hangen en porseleinen beeldjes op de schouwmantel staan. In vergelijking daarmee is haar ouderlijk huis, de pastorij in Haworth, een primitieve woonst.

Ook de kledij naar Parijse mode is veel verfijnder dan de grauwe kleurloze jurken die de Brontë-zusters gewoon zijn te dragen. Hetzelfde geldt voor het eten, dat geserveerd wordt. Geen Yorkshire boerenkost, maar uitgebreide maaltijden met diverse gangen en gevarieerde gerechten en smaken. Zelfs de mensen zien er anders uit: gezonder, ronder, prominenter dan zijzelf met hun schriele gestalte en hun Engelse bleekheid.

De familie Heger

Verliefd

Veel meer dan Emily die last heeft van heimwee, geniet Charlotte van haar verblijf in Brussel. Niet in het minst omdat ze verliefd is geworden op meneer Heger, de echtgenoot van de directrice. Constantin Heger, leraar aan het Athénée, geeft ook les aan de jongedames in het pensionaat: Franse literatuur. Hij herkent snel het literaire talent van de Engelse zusjes en dat zal zeker meegespeeld hebben in Charlottes adoratie voor haar professor.

In het najaar van 1842 ontvangen Charlotte en Emily slecht nieuws uit Engeland: tante Elizabeth is zwaar ziek. Ze keren ijlings terug naar Haworth, maar bij aankomst is tante al dood en begraven. Charlotte brengt de Kerstdagen door bij haar familie. In januari 1843 reist ze alleen terug naar Brussel. Emily heeft ervoor gekozen om niet mee terug te gaan.

Mon maître

In het pensionaat is Charlotte leerling én lerares. Ze krijgt nog steeds Franse les, maar doceert zelf ook Engels aan de jonge meisjes. Haar verliefdheid voor Constantin Heger neemt alleen maar toe en brengt haar in een moeilijk parket: hij is immers een getrouwde man met kinderen. Tenslotte gaat ze zelfs biechten in de Sint-Goedelekerk, hoewel ze eigenlijk de Anglicaanse godsdienst aanhangt en dus in principe niet kan biechten.

Brief van Charlotte Brontë aan Constantin Heger.

Of en in hoeverre Constantin Heger die liefde ooit heeft beantwoord, is niet duidelijk. We weten niet eens of hij – of zijn echtgenote? – op de hoogte was van Charlottes gevoelens voor hem. Later is het wel duidelijk geworden, want na haar definitieve terugkeer naar Haworth in januari 1844 schrijft Charlotte nog enkele brieven aan Heger; brieven die we zondermeer liefdesbrieven mogen noemen. Hoewel geschreven met een Victoriaanse pudeur, zijn ze behoorlijk passioneel.

Een citaat: "Si mon maître me retire entièrement son amitié je serai tout à fait sans espoir - S’il m’en donne un peu - très peu - je serai contente - heureuse, j’aurais un motif pour vivre - pour travailler."

Het is wel geweten dat Constantin Heger niet de deugdzame huisvader was zoals hij liet uitschijnen. Er zijn liefdesbrieven van hem bekend, gericht aan een andere leerlinge van het pensionaat. Hij was zeker een charmeur die flirtte met de schoolmeisjes. Dus mogelijk heeft hij wél iets gehad met Charlotte…

De Brusselse romans: Villette en The Professor

De romans

Alleszins zijn het verblijf van Charlotte Brontë in Brussel en haar – al dan niet beantwoorde – relatie met haar professor van doorslaggevend belang geweest voor haar latere literaire oeuvre. Twee romans - de zogenaamde Brusselse romans - Villette (1853) en The Professor (1857, maar reeds geschreven in 1847) zijn geïnspireerd op haar tijd in het Brusselse pensionaat. Villette is niet minder dan een semi-autobiografisch verhaal, gebaseerd op haar persoonlijke ervaringen. En het mannelijk hoofdpersonage uit haar meesterwerk Jane Eyre (1847), Mister Rochester is een afspiegeling van Constantin Heger.

Met dank aan Jolien Janzing voor haar medewerking en de waardevolle inlichtingen.


VRTNU VRTNU VRTNU