Spring naar inhoud

Zie mij doen: Klara Van Es

© Klara Van Es
geschreven op 27 november 2018

Zie mij doen’ is de mooie documentaire van Klara Van Es over mensen met een verstandelijke beperking. Hij won meteen de prijs voor Beste Belgische documentaire op Docville. Wij spraken met regisseur Klara Van Es over alledaagse heldhaftigheid en het verschil tussen zien en staren.

Een film over mensen met een beperking stond aanvankelijk niet hoog op je verlanglijstje, klopt dat?

Klara Van Es: Nee, je hebt altijd wel wat ideeën in je hoofd voor films, maar een film over handicaps zat er zeker niet tussen. Maar ettelijke jaren geleden heeft Dorian Van der Brempt, die toen nog directeur was bij DeBuren, mij gevraagd of ik een film wilde maken over zorgcentrum Monnikenheide, omdat hij vond dat zorg, architectuur en natuur daar op een heel mooie manier samenvallen. Ik ben op bezoek gegaan, om te zien of het gegeven mij raakte en vanaf dan was ik eigenlijk wel vrij snel ingepakt door wat ik daar zag en hoorde. Dus heb ik gezegd: goed, ik wil het proberen, maar dan op mijn manier.

Ik ben op regelmatige basis naar Monnikenheide beginnen gaan, ook al omdat ik eigenlijk zo goed als niets over handicaps wist. Ik heb geen familie of kennissen met handicaps. Ik ben er heel erg veel over beginnen lezen, en aan de andere kant gaf ik op Monnikenheide mijn ogen de kost om te zien hoe de mensen daar zijn, wie ze zijn. Het werd mij vrij snel duidelijk waarover die film moest gaan: over emoties. Omdat het mij opviel, dat mensen met een mentale handicap hun emoties heel direct en ongefilterd uiten. Doordat ik vooral keek naar mijn potentiële personages, vond ik ook dat de film kon gaan over kijken naar een handicap, en omgekeerd hoe mensen met een handicap naar ons kijken en hoe ze willen dat er naar hen gekeken wordt.

Weet je nog hoe jij voor het maken van de film keek naar mensen met een handicap?

Klara Van Es: Dat weet ik niet meer zo goed, maar toen ik in Monnikenheide bezig was, heb ik een boek gelezen van professor Garland-Thomson.

Het werd mij vrij snel duidelijk waarover die film moest gaan: over emoties.

Dat is een Amerikaanse professor in de disability studies en die heeft een boek geschreven over hoe er wordt gestaard naar mensen die afwijken van ‘de norm’. Daarin herken je heel veel. Je doet bijvoorbeeld alle moeite van de wereld om niet te kijken, maar da’s natuurlijk ook niet goed. Je moet juist wel kijken, alleen moet je niet staren. Dat is wat Jessica in de film ook zegt. ‘Je voelt dat ze kijken en als het op een bepaald moment te erg wordt, kijk ik soms terug van ‘hebde mij gezien?’’. Dat was dat boek in vijf seconden samengevat. Dat vond ik heel treffend.

Hoe werd je ontvangen door de bewoners?

Klara Van Es: Dat zat van in het begin zeer goed. Behalve met Matthias, de jongeman met de autismespectrumstoornis. Die kon mij niet plaatsen. Die wist totaal niet wat ik daar kwam doen en wie ik was. Ik was duidelijk geen begeleiding, maar wat was ik dan wel? Daar had hij het heel moeilijk mee. Het heeft een jaar geduurd eer hij mij geaccepteerd heeft. Ik had hem echt doodgraag in de film, maar ik vreesde dat het niet zou lukken, want hij reageerde heel afwijzend op mijn aanwezigheid. Hoe dat dan komt, dat weet ik niet, maar op een gegeven ogenblik heeft hij een klik gemaakt en vanaf dan was het in orde. De begeleiding heeft nog proberen achterhalen hoe hij die klik gemaakt heeft. Dan krijg je een datum. Ik zeg maar wat, donderdag 24 mei 2015. Zoiets. Vanaf dan was het oké.

Mensen die in een zorgcentrum zitten worden al eens weggestopt, vergeten. Wil jij aandacht voor hen vragen?

Klara Van Es: Vroeger was het zeker zo dat mensen met een handicap werden weggestopt. Weg van de samenleving, uit het blikveld. Maar de laatste twintig-dertig jaar zijn er vanuit de zorg andere visies gegroeid. De nadruk ligt op inclusie, zoveel mogelijk deelnemen aan de samenleving. Tegenwoordig denk ik dat mensen met een beperking niet meer zo worden weggestopt. Maar ik moet eerlijk bekennen, in de film zit ook een scène die we gedraaid hebben op Rock for Specials, een soort Rock Werchter maar dan voor mensen met een beperking. Ik was er het jaar daarvoor op prospectie geweest, om te kijken of het iets zou zijn voor een scène. Je staat daar dan op een wei en je ziet al die mensen met al die soorten handicaps. Dan was mijn eerste reactie wel: waar zijn die allemaal in de samenleving? Je ziet die mensen nooit. Dat was toen heel frappant. Maar ik denk wel dat in de zorgsector de aandacht en de klemtonen helemaal veranderd zijn.

De film belicht hen op een verfrissende manier: humoristisch, poëtisch, menselijk. Gaat het erom mensen niet als problemen te zien, of als hun handicap, maar in hun dagdagelijkse bezigheden: dichtend en dansend?

Klara Van Es: Ja, je kan ook een documentaire maken over het feit dat er nog altijd een veel te groot tekort is aan opvangplaatsen in de zorg, maar da’s niet zo mijn ding. Ik vond het veel prettiger om te laten zien dat niets menselijks hun vreemd is en dat ze eigenlijk veel meer op ons gelijken dan wij zelf durven denken. Het is daar ook heel menselijk. Dat is niet geveinsd. Er is op geen enkele manier geveinsd. Ik denk dat dat ook komt door het feit dat ze mij zo gewoon waren op het moment dat de camera erbij kwam, dat ze eigenlijk niet meer hoefden te acteren.

Het zijn stuk voor stuk memorabele personages: Matthias, de autist die ieders verjaardag onthoudt, Sam de dichter en dj, de slimme Jessica. Zijn het echt zo’n uitgesproken karakters of is dat uitvergroot door de film?

Waar zijn die allemaal in de samenleving? Je ziet die mensen nooit.

Klara Van Es: Nee, ik denk dat ze echt zijn wie ze zijn, ook in de film. De mama van Sam bijvoorbeeld vond het allemaal honderd percent herkenbaar en als de mama zoiets zegt, denk ik dat we er toch niet ver naast zaten. Daarnaast was er bijvoorbeeld de reactie van de pleegmoeder van Jessica. Die vond het superinteressant om Jessica in die film bezig te zien. Zo kwam ze dingen te weten die ze zelf niet wist of niet durfde te vragen.

Er waren ook thema’s waar ik in eerste instantie beschroomd over was om daarover vragen te stellen. Bijvoorbeeld wanneer ik aan Jessica vraag of ze zich gehandicapt voelt. Dat zou ik de eerste dag nooit hebben durven vragen. Maar doordat je ze leert kennen, weet je wat je mag vragen zonder dat je ze kwetst. Ook het gesprek over relaties: dat is mij door de begeleiding aangereikt. Zij wisten dat dat thema enorm leefde in de groep. Goed, zei ik, dan gaan we dat doen. Liefde en verliefdheid, dat zijn zowat de meest humane emoties die er zijn. Die mag je niet uit de weg gaan. Maar ik was wel lichtjes beschroomd: kunnen we dat maken? Wat brengt dat allemaal teweeg? Maar dat ging allemaal perfect.

Na een tijd vind je ze bijna sympathieker en minder banaal dan ‘gewone’ mensen. Ze hebben kleur.

Klara Van Es: Ook al worden ze geportretteerd in zwart-wit (lacht). Ja, het zijn stuk voor stuk persoonlijkheden. Ze zijn boeiend. Ze zeggen soms heel juiste dingen en ze, Jessica en Quan uiteraard meer dan Nadine of Matthias, kunnen ook nadenken over wie ze zijn, net zo goed of zo min als wij.

Het geeft moed om te zien hoe zij met hun beperking omgaan. Een alledaagse heldhaftigheid noemde onze FilmWard het.

Klara Van Es: Ik denk dat elk van mijn films kleine films over grote dingen zijn. Alledaagse heldhaftigheid, ja. Het is nooit spectaculair, het gaat niet over verre oorden en spectaculaire prestaties en spectaculaire mensen, maar over heel gewone dingen.

Het grootse zit in het kleine.

Klara Van Es: Ja. Zoiets.

Wat heb je van je verblijf in Monnikenheide geleerd?

Klara Van Es: Dat het mensen zijn die deel uitmaken van de samenleving en dat we ze zo moeten behandelen? Dat klinkt nu nogal Jezus-achtig, maar dat is het niet. Je moet er heel gewoon tegen doen, want zij doen dat ook. Daarnaast onthoud ik hun eerlijkheid. Als wij voor de camera iets moeten zeggen, hebben wij toch altijd een agenda, maar zij hebben dat niet. Alles was altijd heel duidelijk. Een ja is een ja, en een nee is een nee. Had er iemand geen zin in een speldmicrofoon, dan kwam die speldmicrofoon er niet aan te pas. Da ’s best wel handig. Het was altijd duidelijk. Terwijl wij dikwijls alle moeite van de wereld doen om te verbergen hoe we ons voelen of wat we denken. Daar was het gewoon: baf, het was zo en niet anders. Heerlijk.

VRTNU VRTNU VRTNU