Spring naar inhoud

Tutu Puoane playlist


Muziek brengt soelaas in een wereld die brandt. Vanuit die gedachte ontstonden ontelbaar veel platen, zo ook We Have A Dream, het nieuwe album van Brussels Jazz Orchestra en zangeres Tutu Puoane. Met de 50ste verjaardag van de moord op Martin Luther King als aanleiding werkten Brussels Jazz Orchestra en Tutu Puoane een muzikaal project rond mensenrechten uit. We Have A Dream brengt bestaande songs uit pop, rock, soul en jazz, in nieuwe arrangementen. Tutu Puoane geeft uitleg over haar persoonlijke band met de gekozen nummers, doctor in de cultuursociologie Gert Keunen geeft de maatschappelijke achtergrond.

1. Why? (The King of Love is Dead): Nina Simone

Gert Keunen: "‘Why? (The King of Love is Dead) werd in 1968 geschreven door Nina Simone’s bassist Gene Taylor nadat bekend werd dat Martin Luther King vermoord was. Simone speelde het meteen en de live-opname daarvan kreeg een Emmy-nominatie (de lp Nuff Said!). ‘We can’t afford any more losses. They’re killing us one by one’, zei ze bij dat concert."

Tutu Puoane: "Ik kende dit nummer niet tot Frank (Vanagée) het me liet horen. Nina Simone is één van de belangrijkste stemmen in de muziekgeschiedenis en ik ben altijd blij als ik nog nieuwe nummers van haar ontdek. Nina's lyrische kwaliteiten zijn tijdloos."

Big Yellow Taxi: Joni Mitchell

Gert Keunen: "‘They paved paradise to put up a parking lot’, zo begint ‘Big Yellow Taxi’, een van Joni Mitchells bekendste nummers (uit de lp Ladies of the Canyon, 1970). Ze schreef dit nummer toen ze in Hawaii was en vanuit haar hotel in de verte mooie groene bergen zag, maar beneden aan het gebouw was de natuur ingeruild voor een immens parkeerplein. De milieuproblematiek is er ook voelbaar in hoofdstad Honolulu waar zeldzame tropische planten verzameld zijn in een openluchtmuseum: ‘They took all the trees, and put ‘m in a tree museum/ And charged the people a dollar and a half just to see ‘em.’"

Tutu Puoane: "Ik ben een enorme Joni Mitchell-fan en ik hou al van dit lied sinds ik het op zeventienjarige leeftijd voor de eerste keer hoorde."

They Dance Alone: Sting

Gert Keunen: "In ‘They Dance Alone’ (Nothing Like The Sun, 1987) eert Sting de Chileense vrouwen die steeds opnieuw een traditionele dans opvoeren, zonder partner. In hun handen houden ze de foto’s van hun vermiste vaders, zonen, geliefden. In de jaren zeventig en tachtig martelde en vermoordde het regime van dictator Pinochet immers duizenden mensen. Luid protest is verboden, het leger ligt op de loer. Maar hun ingehouden droefenis, hun stil verzet is des te sterker. Ze zijn stil, maar schreeuwen in gedachten. Sting waarschuwde de dictator: eens zal de buitenlandse geldkraan leeglopen en zal zijn eigen moeder het met een foto van hem moeten doen. Maar in de realiteit werd de dictator nooit veroordeeld voor zijn schendingen van de mensenrechten."

Tutu Puoane: "Het is ongelofelijk hoe je op veel plaatsen in de wereld nog steeds situaties kan aantreffen waarop deze song van toepassing is. Wereldleiders lijken maar niet te leren van hun fouten. Hebzucht en macht zijn net zo verslavend als drugs. Het is een vicieuze cirkel."

Not Yet Uhuru: Letta Mbulu

Gert Keunen: "Wie het sociale onrecht aan den lijve heeft moeten ervaren, is de Zuid-Afrikaanse zangeres Letta Mbulu. Door haar sociaal engagement werd ze verbannen uit haar eigen land. Ze trok naar de VS waar ze samenwerkte met Harry Belafonte en Cannonball Adderley, en een Emmy Award ontving voor de soundtrack van de film Roots. In het begin van de jaren negentig mocht ze terugkeren naar haar geboorteland, een jaar na de vrijlating van Nelson Mandela. Daar nam ze samen met haar man Caiphus het album Not Yet Uhuru op. ‘Uhuru’ betekent vrijheid in Swahili, en oorspronkelijk kwam de uitdrukking ‘Not yet uhuru’ van Keniaanse oppositieleider Oginga Odinga, die ermee aankaartte dat zelfs na de onafhankelijkheid van het land er nog steeds geen plaats voor oppositie is. Mbulu op haar beurt relativeert met die titel meteen de euforie die volgde op de vrijlating van Mandela: er is nog steeds geen vooruitgang, er is armoede alom, de sociale rechten zijn een lachertje, mensen blijven geketend en worden uitgebuit. Voor hen is er geen vrijheid."

Tutu: "Letta Mbulu is één van mijn Zuid-Afrikaanse helden. Dit lied paste perfect op ons We Have A Dream-album. Na twee decennia vrijheid in Zuid-Afrika is er voor de meerderheid van de bewoners nog niet veel veranderd, alweer omwille van hebzucht en macht."

Four Women: Nina Simone

Gert Keunen: "In het zelfgeschreven ‘Four Women’ (1966) kaart jazzzangeres Nina Simone het lot van Afro-Amerikaanse vrouwen aan. Dochters van slaven wiens rol in de maatschappij herleid wordt tot stereotypen waar ze zelf niet onderuit komen. De eerste moet sterk blijven om de pijn te baas te kunnen. De tweede heeft een zwarte moeder die misbruikt werd door een rijke blanke man. De derde is prostitué geworden en laat ook blanke mannen aan hun trekken komen, terwijl de laatste de slavernij van haar ouders dagelijks blijft voelen en verbitterd achterblijft. Simone strijdt tegen onrechtvaardigheid en pijn. Genoeg om destijds verbannen te worden van de grote radiostations."

Tutu Puoane: "Een heel belangrijk nummer dat de verschillende soorten levens van zwarte vrouwen in deze wereld vastlegt. Ik denk dat het duidelijk is waarom ik het ook op ons album wilde. Ik ben per slot van rekening 'aunt Sarah', zwart en sterk met wollig haar."

The Killing Of Georgie: Rod Stewart

Gert Keunen: "Een opvallende keuze is Rod Stewart. De bluesy popzanger staat niet meteen bekend om zijn sociaal engagement. In de jaren zestig zong hij bij Jeff Beck en The Faces; momenteel timmert hij succesvol aan een weg als crooner. Toch laat onrecht hem niet koud. Verrassend was dat hij de opbrengst van zijn megadiscohit ‘Do You Think I’m Sexy’ schonk aan het kinderfonds van Unicef. In ‘The Killing of Georgie’ (1976) noopten andere ervaringen tot engagement. Stewart vertelt het verhaal van een vriend, homoseksueel, onbegrepen door zijn ouders, verstoten zelfs. Georgie trekt vervolgens naar New York, waar hij volop zijn eigen leven kan leiden, succesvol is, naar dure feestjes gaat en overal en bij iedereen geliefd is. Maar een ontmoeting met een straatbende werd hem op een avond fataal."

Tutu Puoane: "Het is droevig en bijna niet te geloven dat homoseksualiteit, na al die jaren van voortschrijdende inzichten en groeiende kennis, in grote delen van de wereld nog steeds taboe is. Het lijkt wel alsof de mens op dit punt weigert te evolueren. Schrijnend."

Cherokee Louise: Joni Mitchell

Gert Keunen: "Joni Mitchell is de enige artieste in het programma die haar carrière opbouwde in de blanke folkscène van de jaren zestig. Maar ze brak door in de jaren zeventig met stilistisch veel ruimere muziek en schoof ook op richting jazz. Haar teksten zijn vaak maatschappijkritisch, zoals over kinderrechten. ‘Cherokee Louise’ (1991) gaat over seksueel misbruik van kinderen. Het is gebaseerd op het waar gebeurde verhaal van een van Mitchells kindervrienden, de Indiaanse Mary. Ze wordt verstoten, er wordt over haar geroddeld, ze verbergt zich. Want ze wordt misbruikt door haar vader."

Tutu Puoane: "Seksueel misbruik is overal ter wereld nog steeds schering en inslag en we mogen nooit stoppen met ertegen te vechten."

Inner City Blues (Make me Wanna Holler): Marvin Gaye

Gert Keunen: "In ‘Inner City Blues’ (uit de zelf geproducete lp What’s Going On, 1971) brengen Marvin Gaye en tekstdichter James Nyx Jr. het leven in het getto in kaart en hoe de economische situatie daar in schril contract staat met die van de rest van de Amerikaanse maatschappij. Geld om naar de maan te vliegen is er wel, maar om de armen te helpen niet. Belastingen zijn hoog, er is inflatie, toenemend geweld, paniek en een totaal onbegrepen bevolking: ‘No baby, this ain’t livin’’. Nadien volgden voor Gaye gestrande huwelijken, drugs, een verblijf in Oostende en een succesvolle ‘sexual healing’, om uiteindelijk door zijn eigen vader neergeschoten te worden."

Tutu Puoane: "Nog steeds even relevant als op de dag dat het geschreven werd."

Someday We’ll All Be Free: Edward Howard

Gert Keunen: "Someday We’ll all be Free’ (1973) van de Amerikaan Donny Hathaway ging oorspronkelijk niet over burgerrechten. De jazzzanger schreef ook veel songs voor soulartiesten zoals Curtis Mayfield en Aretha Franklin. Maar hoe beter zijn carrière liep, hoe depressiever hij werd. Toen zijn mentale gezondheid in het begin van de jaren zeventig op een dieptepunt zat, wilde tekstschrijver Edward Howard hem opbeuren en schreef daarom ‘Someday We’ll All Be Free’ voor hem, als aanmoediging, om zich niet te laten doen, te blijven dromen, te zingen, trots te blijven. ‘Take it from me, someday we’ll all be free’. Maar sinds Spike Lee de song gebruikte in zijn film over Malcolm X groeide het nummer uit tot een anthem over zwarte burgerrechten. Zo werd de song een standard, door tal van artiesten vertolkt."

Tutu Puoane: "Het is 2018 en we hebben nog steeds organisaties als 'Black Lives Matter' nodig. Zoals mama Letta Mbulu zingt: 'Not yet Uhuru."

It’s Not Easy Being Green: Joe Raposo

Gert Keunen: "Ook het leven van een kikker kan zwaar zijn. Tenminste in Sesame Street en The Muppet Show. ‘It’s not easy bein’ green’, zingt Kermit de Kikker (een song uit 1970 van Joe Raposo die nadien ook door o.a. Frank Sinatra, Van Morrison, Diana Ross en Ray Charles werd uitgevoerd). Hij vindt groen maar niets, te gewoontjes, mensen kijken niet op voor zoiets banaals. Hij wil liever rood, geel of goud zijn. En opvallen zoals een ster in de hemel. Maar gaandeweg beseft hij dat groen ook de kleur van de lente is, dat groen ook groots kan zijn. Hij ziet steeds meer mooie groene dingen. Hij wordt zowaar trots op zijn kleur en wil niet anders meer zijn."

Tutu Puoane: "Dit is één van de mooiste songs die ooit geschreven zijn. Het was altijd al één van mijn favoriete jazz standards."

Heaven Help Us All: Stevie Wonder

Gert Keunen: "Stevie Wonder stortte zich in de jaren zeventig op maatschappijkritische thema’s en op zeemzoete liefdesliedjes. ‘Heaven Help Us All’ is een van de vier hits die Stevie Wonders album Signed, Sealed & Delivered (1970) opleverde en is geschreven door Ron Miller. Het is een smeekbede waarin de Amerikaanse soulzanger steun zoekt voor al wie het moeilijk heeft in deze problematische wereld: thuisloze kinderen, tippelende meisjes, de zwarte man die voortdurend lijdt en de blanke man die zijn ogen daarvoor sluit, de jongeman die zijn 21ste niet haalde en de man die hem een geweer gaf. Hij bidt tot de Heer vooraleer te gaan slapen, en hoopt dat de hemel iedereen zal helpen."

Tutu Puoane: "Stevie Wonder is natuurlijk één van de strafste songschrijvers ter wereld, en dit liedje is iconisch. Een gebed voor de hele wereld."

War: Norman Whitfield and Barrett Strong

Gert Keunen: "Aanvankelijk mochten The Temptations het nummer opnemen, als albumtrack. Maar ook al sloeg het nummer meteen aan bij jongeren die er een protest tegen de Vietnam-oorlog in zagen, Whitfield en Strong wilden het niet als single uitbrengen. De conservatieve fans van The Temptations zouden de politieke tekst niet in dank afnemen. Motown zocht een nieuwe vertolker en Edwin Starr was het gewenste onbeschreven blad. Hij vertolkte het nummer intenser en schreeuwde de zinloze oorlog en het verdriet om onschuldige slachtoffers uit. Zijn versie paste niet alleen in de tegencultuur van de late jaren zestig, maar werd een nummer-1-hit: een van de allerbekendste protestsongs en een Motown-klassieker van formaat. Het werd nadien onder andere gecoverd door Bruce Springsteen en Frankie Goes To Hollywood. ‘War, what is it good for? Absolutely nothing.’ Maar het nummer bracht wel veel geld op."

Gaat dat zien!

°Meer info over het project en de voorstelling We Have A Dream door Tutu Puoane & Brussels Jazz Orchestra

°Meer info over het album We Have A Dream

VRTNU VRTNU VRTNU