Spring naar inhoud

Stefan Brijs: 20 jaar schrijverschap


Dit jaar viert Stefan Brijs twintig jaar schrijverschap. Ondanks het feit dat de auteur van De Engelenmaker, Maan en Zon en Post voor Mevrouw Bromley zich een aantal jaar geleden heeft teruggetrokken in Andalusië, komt hij naar de Boekenbeurs om deze mijlpaal te vieren. Culture Club viert graag mee.

Wilde u altijd al schrijver worden?

“Toch vanaf mijn zestiende, denk ik.”

Wordt iemand schrijver of is iemand schrijver?

“In mijn geval was het een kwestie van heel hard werken om schrijver te worden. Dat wil zeggen: eerst veel oefenen en op je bek gaan. Maar nu ik het eenmaal ben, kan ik voor mezelf zeggen dat het misschien toch altijd al in me zat.”

Misschien zat het schrijverschap altijd al in me.

Stefan Brijs

U debuteerde met De Verwording. Was dat het eerste manuscript dat u naar een uitgever zond?

“Nee, mijn eerste manuscript verstuurde ik toen ik een jaar of achttien was. Brusselmans en Lanoye kwamen toen op. Dat waren nieuwe stemmen, mooie jonge goden. Wij moesten toen op school allemaal Louis Paul Boon en Elsschot lezen, dat vind ik nu fantastisch maar niet als zeventienjarige. Dus ik las Brusselmans en dacht ‘o dat kan ik ook’. Ik schreef in drie maanden tijd een boek in de stijl van Herman Brusselmans en stuurde het op naar een uitgeverij. Een jaar later kreeg ik bericht dat ze het niet gingen uitgeven, maar dat ze wel zagen dat ik talent had, alleen vonden ze het nog ‘embryonaal’”.

Was het moeilijk om met De Verwording gepubliceerd te raken?

“Aan De Verwording heb ik een jaar of zeven gewerkt en dat was uiteindelijk een boekje waarin ik me behoorlijk heb aangesteld. Dat wil zeggen: heel hard willen tonen hoe mooi en hoe prachtig ik kon schrijven, waarbij ik bijna vergat een verhaal te vertellen. De Verwording mag trouwens niet herdrukt worden omdat ik niet wil dat het nog gelezen wordt.”

Ik heb gelezen dat u dit boek als niet-essentieel voor uw oeuvre beschouwt.

“Niet-essentieel, dat weet ik niet. Het is het boek dat ik moest schrijven om alle andere te kunnen schrijven. Als een soort van oefening, een soort van taalverwerving. Maar het is niet de Stefan Brijs zoals iedereen die uiteindelijk is gaan kennen van de boeken Arend, De Engelenmaker en alles wat daarop volgde.”

Ik ben trots op de volharding die ik iedere keer toon om een boek tot een goed einde te brengen.

Stefan Brijs

Is er één boek waar u het meest trots op bent?

“Ik ben altijd het meest trots op het boek dat net af is. Voor mij is elk boek toch nog steeds heel hard werken. Ik werk aan elke roman drie, vier of soms wel vijf jaar. Ik ben vooral trots op de volharding die ik iedere keer toon om een boek tot een goed einde te brengen.”

De Engelenmaker is waarschijnlijk uw bekendste boek. Krijgt u nog altijd reacties van lezers op deze roman?

“Ja, nog steeds. Niet dagelijks maar toch bijna wekelijks. Het boek verkoopt ook nog steeds bijna vijfduizend exemplaren per jaar, terwijl het intussen toch meer dan tien jaar oud is. Dat is een unicum in de Vlaamse en Nederlandse literatuur denk ik. Zelfs Post voor mevrouw Bromley doet het nog altijd goed, met een paar duizend exemplaren per jaar. Daar ben ik misschien wel het meest trots op, dat alle romans die ik geschreven heb na De Verwording nog altijd in druk zijn en nog altijd gekocht worden. Dat is bijzonder.”

Als je oppervlakkig naar uw boeken kijkt, gaan ze allemaal over iets totaal anders. Maan en Zon speelt zich af op Curaçao, Arend gaat over een ongelukkig jongetje en in Post voor Mevrouw Bromley speelt de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol. Is dat een bewuste keuze om iedere keer in een heel andere setting te schrijven?

“Mensen vragen vaak wanneer er een vervolg op De Engelenmaker komt en dan denk ik: dat boek heb ik al geschreven, dat wil ik niet nog eens doen. Ik wil ook nog verrast worden tijdens het schrijven. Ieder verhaal vraagt om een eigen stijl, een eigen aanpak en een eigen stem. Ook de roman waar ik nu aan werk, wordt weer iets totaal anders. Dat geeft mij zin om te schrijven.”

Eén rode draad heb ik wel gevonden: de relatie tussen ouder en kind.

“Dat keert inderdaad iedere keer terug, maar het is niet zo dat ik aan een boek begin en denk ‘laten we nog eens een ouder-kind verhaal vertellen’. Het sluipt er iedere keer in. Ik ben onderwijzer van opleiding, ik ben opvoeder geweest op een middelbare school, waardoor ik veel gezien heb van ouder-kind relaties en dat heeft me altijd geboeid.”

Als u begint aan zo’n nieuwe roman, waar begint u dan mee?

“Ik begin met een klein idee, bijvoorbeeld met een eerste zin of een eerste scène. Vaak heb ik geen einde voor een boek. Ik heb nooit een plan, nooit een plot. Dat is wat het ook zo hard werken maakt. Ik moet veel schrappen omdat ik veel verzin wat uiteindelijk niet in het boek hoort.”

Een aantal jaar geleden bent u naar Andalusië verhuisd. Heeft deze verhuizing invloed gehad op de boeken die daarna verschenen?

“Toen ik hier pas kwam wonen heb ik Maan en Zon nog moeten afwerken, in de stijl en sfeer die toen al begonnen was. Daarna heb ik een jaar aan Andalusisch logboek geschreven, een boek over alles wat ik hier zie en meemaak: cultuur, geschiedenis en natuur. Het was lang geleden dat ik echt met zoveel goesting heb geschreven, om het op z’n Vlaams te zeggen. Laten we zeggen dat ik hier een tweede adem heb gevonden.”

Is het niet lastig voor u om zo ver bij uw lezers vandaan te zitten?

“Nee, dat is een bewuste keuze. Toen ik in België woonde, heb ik heel veel lezingen en presentaties gedaan. Dat hield mij van het schrijven, terwijl ik eigenlijk in de eerste plaats alleen maar wil schrijven en liefst van al de lezer een nieuw boek wil geven.”

Maar voor de Boekenbeurs maakt u dit jaar wel een uitzondering.

“Ja, dat is altijd zo. In het jaar dat ik een boek publiceer, ga ik naar de Boekenbeurs.”

Dan wij ook.

Gaat dat zien!

VRTNU VRTNU VRTNU