Spring naar inhoud

23/02 tot 27/05 Spanish Still Life: Mindfulness in Bozar


In Bozar kan je nu naar Spanish Still Life, een expo over een bijzonder genre en haar al even bijzondere beoefenaars. De mooiste werken die het genre hebben voortgebracht, met daartussen namen van grootmeesters als Velazquez, de Goya en Picasso, worden hier bijeengebracht. Als voorbereiding op de live-uitzending in Bozar op radio 1 deze vrijdag hadden wij een gesprek met de directeur tentoonstellingen van Bozar Sophie Lauwers.

-Vanwaar komt het stilleven? Hoe is het ontstaan?

Sophie Lauwers: “Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag, omdat daar eigenlijk tot op vandaag heel weinig verklaringen voor zijn. Ook kunsthistorici hebben moeite om te achterhalen vanwaar het stilleven nu precies komt. We weten wel dat het ontstaan is in Toledo in de zeventiende eeuw. Je had toen een man, Pacheco, een leraar die lessen in de schilderkunst gaf. Hij was de schoonvader van Velazquez en daarbovenop ook de leraar van één van de belangrijkste kunstenaars in de tentoonstelling: Sanchez Cotan. De wereld was toen volop aan het veranderen. Aan de ene kant komen we uit de renaissance, waar er bij de culturele elite een drang was om de antieke oudheid te blijven verbeelden. Bij de Egyptenaren had je al voorlopers van het stilleven. Als farao’s begraven werden, namen zij onder andere eten mee in het graf om te kunnen voorzien in de eeuwigheid. Anderzijds zit je in de zeventiende eeuw in de volle ontwikkeling van de wetenschappen. Door de ontdekkingsreizen zie je dat ze in veel paleizen op natuurhistorisch vlak kabinetten aanleggen van allerlei exotische objecten, zoals bloemen en vruchten. Die worden ook afgebeeld. De wetenschappelijke nieuwsgierigheid krijgt zijn weerslag in de kunst. Zo zie je stilaan aan de rijke hoven stillevens opduiken, vaak als een soort vergrootglas.
Tot slot is er ook een spirituele dimensie. In het stilleven is er vaak een dialoog tussen het spirituele en het materiële. Veel van die stillevens stralen een soort van spiritualiteit uit. De vele taferelen van eten verwijzen niet alleen naar het voeden van het lichaam maar ook naar het voeden van de geest. Vanmorgen liep ik nog eens door de tentoonstelling en ik dacht: hier zouden we eigenlijk yogalessen moeten geven. Het is bijna een vorm van mindfulness. Misschien was het de mindfulness van toen."

Hier zouden we eigenlijk yogalessen moeten geven. Het is bijna een vorm van mindfulness.

-Moeten we stillevens letterlijk lezen of zitten ze vol symboliek?

Sophie Lauwers: "Daar bestaat discussie over. Er zijn er die zeggen dat het simpelweg is wat het is. Niets meer. Maar anderzijds kan je vaak niet naast de symboliek kijken. Het vlees als symbool van de welvaart. Noten als het hout van het kruis van Christus. Het zijn vaak beeldgedichten die op een heel filosofische, metafysische manier iets zeggen. Het hardst zie je dat in de traditie van de vanitas-schilderijen. Daar gaat het over het ‘memento mori’: het besef dat je op een dag gaat sterven. Dat al die materiële zaken in je leven slechts tijdelijk zijn. Het waren beeldverhalen die zeiden: hou je niet te veel vast aan materiële zaken."

-Was het stilleven meteen een volwaardig genre?

Sophie Lauwers: “Nee, integendeel. Van meet af aan was het een vorm van schilderkunst die met minachting bekeken werd binnen de kunsthistorische canon. Het was in het beste geval een soort van oefening. Het idee was dat de grootmeesters zich niet bezighielden met stillevens. Eigenlijk is het pas van de jaren ’50 dat het genre de nodige aandacht heeft gekregen. Voordien werd het niet als een volwaardig kunstgenre gezien. In het begin had men het in verband met stillevens altijd over de imitatio, de kunst van het imiteren. Je neemt een appel en schildert die. Je imiteert de natuur, zonder meer. Daar werd enorm op neergekeken. Nochtans heb je enorm boeiende schilderijen die het concept van imitatie zelf als onderwerp hebben. Er is een werk van Juan de Arellano, waarop je drie bloemstukken ziet. Het eerste is een schilderij van een bloemstuk, een representatie dus, daarnaast staat een ‘echt bloemstuk’ en dat wordt nog eens weerspiegeld in een spiegel. Het doek wil dat je gaat reflecteren over werkelijkheid en afbeeldingen."

-Wat onderscheidt het Spaanse stilleven van andere?

Sophie Lauwers: “Goede vraag. Bestaat het Spaanse stilleven eigenlijk wel? Je had indertijd drie landen waar het genre floreerde: Spanje, Italië en de Lage Landen. Daar was ook enorm veel uitwisseling tussen. Maar als we echt gaan zoeken naar wat ze onderscheidt... Ik heb de indruk dat er bij ons veel meer jachttaferelen gemaakt werden en in Spanje veel meer bloemstukken. Ook het kader verschilt vaak letterlijk en figuurlijk. Een Spaans stilleven heeft de naam ‘bodegones’. Etymologisch komt dat van ‘bodega’, het Spaanse woord voor wijnkelder. Je ziet dat al bij Sanchez Cotan, maar ook bij latere Spaanse kunstenaars in de manier waarop de dingen worden uitgestald. Dat is echt het eten of voedsel zoals dat bewaard werd in een wijnkelder. Je ziet een vensterbank, of steen, niet de mooie tafellakens die je bij ons vaak ziet, maar dat ruwe, donkere."

-Er zijn behoorlijk wat grote namen te zien op de tentoonstelling.

Sophie Lauwers: "Ja, de expo is chronologisch opgebouwd. Het is eigenlijk een retrospectieve van een stroming. We beginnen in de zeventiende eeuw en eindigen vandaag. Uit elke periode hebben we grootmeesters. Behalve de oervader van het stilleven, Sanchez Cotan, hebben we een werk van Velazquez. Hij doet heel bijzondere dingen met het stilleven. Hij schildert twee verschillende taferelen op voor- en achtergrond. Eén religieus, één uit het leven van alledag. Hij legt het spirituele en het materiële, vroeger en nu naast elkaar. Een dubbele bodem als het ware. Dan heb je natuurlijk de Goya… een meester in het genre. Een heel bijzondere persoonlijkheid die het stilleven dan ook naar zijn hand gaat zetten. Van hem hebben we twee schitterende werken."

Sophie Lauwers: "Daarnaast hebben we twee werken van Picasso. Je ziet bij hem hoe het kubisme dat stilleven opnieuw gaat uitvinden, maar volgens totaal nieuwe spelregels. Veel kubisten gaan het stilleven gebruiken als een soort laboratorium of studieobject voor de decompositie van objecten. Eén van die twee werken, het ‘Stilleven met vruchten en een glas’ is zo schitterend dat je alleen al daarvoor naar de tentoonstelling zou moeten komen. Ook vandaag leeft het genre van het stilleven nog. We hebben bijvoorbeeld werk van Barcelo, een levende Spaanse kunstenaar, wiens atelier, naar ik me laat vertellen, van vloer tot plafond vol hangt met beelden van de Spaanse stillevens die nu in onze tentoonstelling hangen. Iemand die daar dus enorm door beïnvloed is. Voor ons is het mooi om te zien hoe die Spaanse stijl tot en met vandaag blijft doorzinderen in de kunstgeschiedenis."

Gaat dat zien!

° De expo ‘Spanish Still Life’ loopt van 23 februari tot 27 mei in Bozar

VRTNU VRTNU VRTNU