Spring naar inhoud

Kunst is om te huilen


Van aanvallen met messen, zuur of stenen tot de slappe lach: de reacties op kunst zijn heel uiteenlopend. Kunsthistoricus Antoon Erftemeijer heeft nu een boek geschreven over hoe we op kunst reageren. Mocht u het zelf soms niet weten, hier zijn vijf mogelijke reacties:

"Woede"

“Roemrucht werd in 1914 de aanval met een hakmes op Velázquez’ beroemde schilderij van Venus voor de spiegel (The Rokeby Venus, ca. 1650) door de Engelse suffragette Mary Richardson in de National Gallery te Londen. De dag vóór deze daad was de leidende suffragette Emmeline Pankhurst gearresteerd en Richardson beweerde met haar actie wraak te hebben willen nemen: ‘Ik heb geprobeerd om het schilderij van de mooiste vrouw uit de mythologie te vernietigen uit protest tegen het vernietigen door de regering van mrs. Pankhurst, de mooiste persoonlijkheid uit de moderne geschiedenis’, aldus stelde zij in een verklaring kort na haar daad. Vele jaren later beweerde Richardson dat ze zich had geërgerd aan ‘de manier waarop mannelijke museumbezoekers de hele dag naar dit werk staarden’. De doelgerichte actie was doorgesproken met haar achterban, die wel meer radicale acties uitvoerde om gelijke rechten voor vrouwen af te dwingen. In de betreffende museumzaal had Richardson bij binnenkomst twee bewakers aangetroffen, terwijl het schilderij bovendien door een dikke glasplaat beschermd werd. Ze wachtte twee uren, waarin ze wat schetsen naar schilderijen maakte – tot het aanbreken van lunchtijd de bewaking halveerde en ze haar kans schoon zag. Na een aantal malen op het schilderij te hebben ingehakt, volgde een worsteling met de bewaking en anderen. Richardson werd gearresteerd en veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf.”

Vrolijkheid

Dadaïstische soirées konden mensen soms bijna tot geweld drijven, maar ze zorgden ook regelmatig voor vrolijkheid. "‘Het publiek boven [in de zaal] lacht hysterisch’, ‘De zaal buldert van den lach’, ‘Het publiek brult, blaast, gilt, maakt allerlei geluiden’, ‘Het publiek juicht van de pret’: journalisten noteerden tal van dergelijke reacties op voorstellingen die kennelijk veel los wisten te maken. Zelden zullen kunstmanifestaties – en om ‘echte kunst’ ging het – zoveel vrolijkheid hebben gegenereerd. Een vrolijkheid en een opgewondenheid die soms overigens gevaarlijke vormen aannamen. Kurt Schwitters schreef in een terugblik op een soiree in Amsterdam over ‘flauwgevallen mensen die uit de zaal werden weggedragen’ en over ‘een vrouw die als gevolg van een lachkramp een vol kwartier de aandacht van het publiek trok’. Theo van Doesburg schreef in het jaar van deze tournee samenvattend: ‘De dadaïsten zijn de eerste die met een overvloed van levenskracht en optimisme op niet caricaturale wijze den lach in de kunst geschapen hebben. [...] Lach en waardering kunnen samengaan. De dadaïstische manifestaties bewijzen dat. In plaats van tranen huilen, kan men zich ook tranen lachen, zonder dat dit de diepere beteekenis behoeft te verstoren.”

Liefde:

“Het spontaan kussen van een kunstwerk kan kostbare gevolgen hebben. In 1977 kuste een zekere Ruth van Herpen in het Museum of Modern Art in Oxford een wit, monochroom schilderij van de Amerikaanse schilder Jo Baer (1929). Daarbij bleef een rode lipstickvlek op het doek achter. Ze werd aangehouden en vernam dat de restauratiekosten 1260 dollar zouden bedragen. ‘Ik heb het doek alleen maar gekust om het op te vrolijken. Het zag er zo kil uit,’ verklaarde ze naderhand voor de rechter. In 2007 vond een nieuw incident in deze sfeer plaats en wel in Avignon in het plaatselijke museum voor hedendaagse kunst La collection Lambert. Daar kuste de dertigjarige Cambodjaanse kunstenares Rindy Sam een twee bij drie meter groot wit schilderij – waarde indertijd naar verluidt twee miljoen euro – van de Amerikaanse kunstenaar Cy Twombly (1928-2011). Volgens een persreactie zou zij haar daad hebben beschouwd als ‘een uiting van kunst’. Ze verklaarde: ‘Ik deed het uit liefde, ik dacht niet na toen ik het schilderij kuste. Ik dacht dat de kunstenaar het wel zou begrijpen... Het was een artistieke daad, uitgelokt door de kracht van kunst.’ De lipstickafdruk werd, net als in het eerder genoemde geval in Oxford, als zeer schadelijk ervaren. De rechter veroordeelde de vrouw dan ook tot een boete van 1500 euro. De eigenaar had overigens een kleine drie miljoen dollar geëist, inclusief restauratiekosten. Volgens de advocaat van Twombly was de kus ‘net zo agressief als een klap’."

Afkeer:

"Bekend is de afkeer die het ooit revolutionaire, ongewoon expressieve schilder- en tekenwerk van de jong gestorven Vincent van Gogh (1853-1890) aanvankelijk opriep. Zelfs zijn eveneens nogal revolutionaire collega Paul Cézanne moet ooit, volgens tijdgenoot Ambroise Vollard, richting de schilder hebben opgemerkt toen die hem werk toonde en vroeg wat hij ervan vond: ‘Eerlijk gezegd, u maakt krankzinnige schilderijen.’ Toen er in 1905 zo’n tweehonderdvijftig werken van Van Goghs hand werden getoond op een grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, reageerden critici met uitlatingen als ‘een zonderlinge tentoonstelling’, ‘zielsziek’, ‘afdwalingen van de menselijke geest’ en ‘merkwaardiger voor belangstellenden in psychologie dan voor kunstbewonderaars’. Het museum leek wel een ‘gekkenhuis’ te zijn geworden. Een criticus schreef dat, toen hij weer buiten stond, het was ‘alsof ons een pak van het hart valt’. De verantwoordelijke conservator C. Baard werd bij de burgemeester ontboden. Toen die zijn keuze probeerde te verantwoorden, werd hij onderbroken met de opmerking dat hij ‘in een openbaar museum niet zijn persoonlijke voorkeuren [kon] laten gelden’. In twee maanden tijd kwamen er overigens niet meer dan tweeduizend bezoekers. Veel later zouden de Van Goghs de trekkers bij uitstek worden van het Stedelijk Museum en inmiddels zijn de rijen voor het Van Gogh Museum niet meer te overzien."

Ontroering:

"De Belgische surrealist René Magritte (1898-1967) barstte als jongeman van rond de vijfentwintig jaar in tranen uit bij het zien van een reproductie van Giorgio de Chirico’s pre-surrealistische Liefdesgezang (1914; nu in het MoMA, New York) – ‘en wist sindsdien wat hem te doen stond’, aldus zijn collega-surrealist J. Moesman."

Gaat dat lezen!

° Het boek 'Kunst is om te huilen' van Antoon Erftemeijer is uitgegeven bij Lecturis

VRTNU VRTNU VRTNU