Spring naar inhoud

Kris Martin over Kris Martin


Op uitnodiging van het S.M.A.K. maakte beeldend kunstenaar Kris Martin het werk For Whom The Bell Tolls II, waarbij de beroemde stadsklok, de Grote Triomfante, zo’n drie maanden lang zal luiden als eerbetoon aan Gent en haar bewoners. Een poëtisch werk, zoals hij er in het verleden meer maakte. Wij spraken met Kris Martin en vroegen hem zich voor te stellen aan de hand van vijf werken.

Kris Martin: “In 2001 vroeg de stad Knokke mij om een kunstwerk te maken op het strand, een beetje tegen het algemene principe om zo weinig mogelijk het zicht op de vloedlijn te belemmeren. Ik dacht ‘my god, ik ga hier iedereen verplichten om naar mijn werk te kijken.’ Noem mij vals bescheiden, maar ik vind: als er zoveel mensen naar uw werk zullen staan kijken, dan moet je daar rekening mee houden. Dus ik dacht: ik ga iets maken dat al een beetje eigen is aan de natuur van het strand. Ik maak een object dat hier niet vreemd is, namelijk een redderstoel. Met dit verschil: de mijne staat naar het land gericht. Dat zegt natuurlijk alles. Intussen staat die stoel daar al 17 jaar redelijk onopvallend te wezen, maar de laatste tijd krijg ik er steeds meer reacties op. Soms is een beeld maken een beetje als werken in je tuin. Je doet iets in de winter en in de lente of zomer oogst je pas het volle effect.“

Kris Martin: "Dit project ben ik nu aan het voorbereiden voor het S.M.A.K. in Gent. De opdracht was ‘maak iets voor elke Gentenaar’. Maar stel bijvoorbeeld dat ik drukwerk had laten maken, met een kost van zo’n twee euro per kaart, met de verzendingskosten inbegrepen, dan zitten we aan een half miljoen belastinggeld voor een editie die in uw bus belandt bij slecht weer, helemaal gekreukt en die 9 van de 10 verticaal geklasseerd wordt. Dat is een verspilling van materiaal en budget. Dus dacht ik automatisch aan een immaterieel werk: elke Gentenaar een klokslag geven. Via een klein mechanisme dat wordt geplaatst bij de Grote Triomfante in de klokkenstoel naast de stadshal. Simultaan met elke klokslag verschijnt dan op een lichtkrant de naam van een Gentenaar. Initieel had de bevolkingsdienst van Gent haar medewerking verleent, maar toen dat in de media kwam, sloegen enkele ambtenaren in paniek. Het zou indruisen tegen de wet op de privacy. Nu, ik ga er altijd vanuit dat er in elk probleem een kans schuilt, en daarom heb ik besloten om bij elke klokslag het woord ‘anonymous’ te laten verschijnen. Wie zijn of haar naam toch wil zien verschijnen op de lichtkrant, die kan dat door op de website van het S.M.A.K. in te tekenen. ‘For Whom the Bell Tolls II’, zal het werk heten. De titel is ontleend aan het gelijknamige gedicht van John Donne, een prachtig gedicht dat Hemingway als introductie gebruikte voor zijn boek ‘For Whom the Bell Tolls’ over de Spaanse burgeroorlog, één van mijn favoriete boeken, gruwelijk mooi. Elke seconde van de dag gebeurt er wel iets met iemand ter wereld, maar we zijn ons er niet van bewust. Dat hoeven geen vreselijke dingen te zijn. Het is geen doodsklok die ik wil luiden voor de Gentenaars, laat dat duidelijk zijn. Maar ik denk dat iedereen in mindere of meerdere mate toch wel de wens heeft om te ontspringen aan de massa. Dus als er duizend keer ‘anonymous’ op die klok verschijnt, en dan plots lees je je naam, dan geeft dat misschien wel even het idee: ‘ik besta’."

Kris Martin: "In Oostende, recht tegenover het Thermae Palace, staat een exacte kopie in staal van de kader van het Lam Gods. Als een open venster. Ik was voor de tentoonstelling ‘De Zee’ gevraagd om een soort eresaluut te maken voor Jan Hoet, met wie ik een fantastisch contact had. Hij was de allereerste om mijn werk te tonen en te promoten. Hij heeft het werk nooit gezien en heeft het idee nooit gekend. Jan was gek van het Lam Gods, net als ik en vele andere mensen. Toen ik nog in Gent woonde, ging er geen week voorbij of ik had het Lam Gods gezien. Dat was een onuitputtelijke bron van inspiratie. En voor Jan was het dat ook. Nu, aan zee wordt zo'n leeg kader natuurlijk een tableau vivant, je ziet de zee, de lucht, het eeuwig veranderende licht. Het is letterlijk en figuurlijk een heel open werk. Er zijn mensen die mij vragen of ze met dat beeld een geboortekaartje mogen maken. Evengoed vragen er mensen of ze er een doodsprentje van mogen maken. Goed bezig, denk ik dan, als begin en einde van het leven samenkomen. De stad Oostende wilde het werk niet aankopen. Maar onder druk van de bevolking hebben ze het toch gedaan. Dan voel je je als kunstenaar op je gemak. Toevallig was ik onlangs nog eens in Oostende en ik zag dat het onderste profiel van het kader volledig was gepolijst. Het was letterlijk glad van die duizenden handen die er over hadden gewreven. En ik zag op het zand de duizenden sporen ernaartoe en ervandaan. Dan heb je geen recensie meer nodig."

Kris Martin: "Dit is een eigenaardig verhaal. Een aantal jaar geleden was ik gevraagd door het museum K21 in Düsseldorf om een werk te maken in het kader van de tentoonstelling Unter der Erde. Ik herinner me dat ik onder de douche stond, toen deze zin mij te binnen schoot: “Unter der Erde scheint die Sonne”. Nu, ’s morgens heb ik wel meer debiele gedachten als ik nog maar half wakker ben. Ik dacht: is dat nu een schlager, of de titel van een boek? Maar die zin was nergens terug te vinden. Ik heb dan een marmeren blok gegraveerd met bovenaan de tekst ‘Unter der Erde’ en onderaan ‘scheint die Sonne’. Onder de aarde schijnt de zon. Een paradox natuurlijk. Een beetje Belgisch ook, misschien wat surrealistisch. Ik heb die steen half ingegraven. Wie door het museumpark loopt, ziet de steen, leest Unter der Erde, maar weet niet dat de zin pas volledig wordt met de onder de grond verborgen frase ‘scheint die Sonne’. Een hele tijd na de tentoonstelling, toen Jan Hoet overleden was, hadden Jan Jr., zijn weduwe en ik gelijklopende gedachten om het als grafmonument te gebruiken. Meer Jan kon het niet zijn. Bij Jan past beter een kunstwerk dan een graf of een grafsteen. Ik ben vereerd, uiteraard. Toen ik nog niet geboren was, was hij al aan het werk met de grote kolossen uit de kunstgeschiedenis."

Kris Martin: "De Sint-Baafskathedraal, dat was een beetje een schelmenstreek moet ik eerlijk bekennen. De mast van Sint-Baafs was in lamentabele staat, die stond krom. Ik had kanselier Ludo Collin leren kennen via een goede vriend, en ik zei hem, ja ik zit een beetje in met de mast, want die ziet er tamelijk rot uit. Nu, ik had al in mijn hoofd om niet zozeer een nieuwe mast te mogen plaatsen op Sint-Baafs, maar vooral een kruis dat ik had ontworpen. Een kruis waarbij Christus de armen zogezegd voor het gezicht houdt. Collin had een ontwerp voor een nieuwe mast gevraagd aan een vriend van mij en ik had daar, een beetje gedurfd, dat kruis al eens opgezet, als spielerei. Wij wisten absoluut niet dat Collin zo open-minded was en zo’n interesse had voor hedendaagse kunst. Het is namelijk ook de geestelijke die de stoelen van ontwerper Maarten van Severen heeft aangekocht. En hij zei: ‘ja, dat kruis interesseert mij enorm. Ik zou graag hebben dat dat erop komt, maar jammer genoeg hebben wij daar nu geen budget voor.’ Ik heb dat dan voorgeschoten en als dank zette hij de kathedraal voor mij open. ‘Je mag hier een tentoonstelling doen’, zei hij. Bon, ik ken een beetje mijn plaats en een kerk is niet gemaakt voor Kris Martin. Mijn ego is niet zo denderend groot. Ik denk dat een kerk eerder een gemeenplaats is, voor iedereen. En dus vertelde ik dat aan Jan Hoet. “Jan, je kan het je niet voorstellen, maar we hebben de kathedraal.” En hij zegt tegen mij: ‘begin te bellen’. En ik zeg, ‘nee, jij moet beginnen bellen, jij moet curator zijn. Ik hou het bij mijn hoedanigheid van deelnemend kunstenaar’. En op vijf weken tijd hebben wij een tentoonstelling gerealiseerd met 65 kunstenaars, grote namen ook, en wij hebben 240.000 bezoekers gehad. Ook hier werd ik gefeliciteerd door zeer gelovige mensen alsook door fanatieke atheïsten. Dus als de twee uitersten er iets in zien, kan ik alleen maar gelukkig zijn."

Gaat dat zien!

-Het werk kan dagelijks bezocht worden van 25 januari tot 6 mei 2018 van 10:00 tot 16:00 aan de klokkenstoel op het Emile Braunplein in Gent.

VRTNU VRTNU VRTNU