Spring naar inhoud

28/02 tot 27/05 Didden cureert Claus


Marc Didden heeft voor de tienjarige verjaardag van de dood van Hugo Claus een bijzonder cadeau: een heuse tentoonstelling voor zijn vriend en voorbeeld in de Bozar. Niet over, maar voor Claus, zo zegt hij. Met liefde gemaakt. Con amore. En het is niet omdat het complimentendag is, dat we zeggen dat het een heel diverse, verrassende, persoonlijke tentoonstelling is geworden.

Marc Didden: "Toch bedankt. Dat vind ik namelijk ook."

Voor ons koos hij zijn vijf favoriete voorwerpen.

-Wat was jouw eerste kennismaking met het fenomeen Claus?

Marc Didden: "Ik had slechts een vaag vermoeden van zijn bestaan, midden jaren zestig. Toen was ik nog een wat laatbloeiende puber en ontdekte ik tegelijk het bestaan van Claus, Boon, Hermans, Reve, Mulisch,Wolkers. Niet via school want die generatie werd door de onderwijs-autoriteiten een beetje bewust vergeten. Maar ik trof hun werken aan in de bibliotheken van de grote broers van mijn vrienden en alleen al hun titels intrigeerden me : „Kijk, Mama, Zonder Handen”, ( Claus ) „Ook de afbreker bouwt op” ( Boon ) , „Ik heb Altijd Gelijk” ( Hermans) „De Avonden” ( Reve), „De Rattenkoning” ( Mulisch ), „Een Roos van Vlees” ( Wolkers ). Ik heb die allemaal gelezen toen, na mekaar. En kwam onder de indruk van Claus’ taal en kort daarop ook door zijn persoonlijkheid. Ik was meteen ook jaloers op zijn leven."

-We leren Claus in deze expo in vele gedaanten kennen: als petanquer, als minnaar, als schilder, als cineast… welke Claus bevalt jou het meest? Of gaat het je om het totaalpakket?

Marc Didden: “Ja, het totaalpakket. Dat iemand zo hard werkt - iedere dag iets : een gedicht, een paar pagina’s proza, een flard scenario, een essay, een reeks scènes voor een toneelstuk - en tegelijk ook de wereld afreist, films maakt, vrouwen bemint, talrijke oesters en flessen witte wijn tot zich neemt, schildert en filmt - maakte en maakt nog steeds heel veel indruk op mij.”

-Hoe was de ervaring om deze tentoonstelling te cureren?

Marc Didden: “Eerst verrassend en angstaanjagend. Tot ik besefte dat „curator” zijn gewoon wilde zeggen „hij of zij die zorgt voor…” . En vanaf toen heb ik voor een expo gezorgd die ik - na een droom - ben gaan opvatten als een cadeau voor Hugo Claus. Ik bied hem dus een reeks zaaltjes aan die vol mooie dingen staan of hangen. Of beelden en geluiden. Sommige werken kent hij, anderen zijn gemaakt na zijn overlijden. Ik toon hem ook dingen uit zijn eigen leven, die hij misschien vergeten is. Maar die hij toch zorgvuldig bewaard heeft, meer dan een halve eeuw lang. De mensen van Bozar hebben mij geholpen die droom te verwezenlijken.”

Lidkaarten

Marc Didden: “De aanblik van die lidkaarten in Claus’ persoonlijke archief ontroerden mij. Omdat ik het zo mooi vind dat hij toen nog Claus,Hugo heette en wellicht niet wist dat hij ooit Hugo Claus zou worden. Of net wel en daarom alle trivia bewaarde waar mensen als ik later catalogi en exposities mee zouden maken….”

-Was Hugo Claus een disco-kikker?

Marc Didden: “Nee. „Disco" betekende begin jaren ‘60 nog gewoon “Grammofoonplaat”. Hij was in Gent dus lid van een club waar je platen kon lenen. Een voorvader van de mediatheek, dus.”

-Wie zijn de 'Culturisten'?

Marc Didden: “Ook daar is de uitleg minder spannend dan het vermoeden. “Culturisten” was een uit het Frans overgenomen term, die eigenlijk gewoon betekende “Body Builder’. Claus is lang met zijn fysieke paraatheid bezig geweest. De eerste keer dat ik hem bezocht kwam hij bezweet de deur openen. Hij volgde toen een privé-karateles.”

De Metsiers

-Claus debuteerde als negentienjarige met deze roman. Wat vertelt zijn debuut over hem?

Marc Didden: "Hij was inderdaad pas 19 toen, wat alleen maar een leuke anekdote zou zijn als ‘De Metsiers’ ook niet een fantastisch goed boek was. Dat tot vandaag de dag staat als een huis. Het is een volwassen verhaal, dat al meteen een aantal van Claus’ hoofdthema’s aansnijdt. Ik zie er trekken van een genie in. Niet zo verwonderlijk als een 22-jarige Bob Dylan ‘A Hard Rain’s Gonna Fall’ kon schrijven of Elvis Presley als een stervende oude man kon klinken toen hij piepjong over zijn ‘Heartbreak Hotel’ zong."

Een kaart van Manhattan

-In 1959 gaat hij op schrijversresidentie in New York. Ook Günter Grass zat daar toen. Hoe was die ervaring? Is hij daar kosmopoliet geworden?

Marc Didden: "Ook Italo Calvino en Fernando Arrabal zaten op die boot. Ik denk niet dat hij in dat gezelschap kosmopoliet is geworden. Hij was dat al, denk ik. En daarom werd hij meegevraagd. Zijn werk was België al ontgroeid in het begin van de jaren ‘50. Hij had toen al zowel in Parijs als in Amsterdam 'schouders gerubd” met Europa’s intelligentia… Een hele prestatie overigens voor een autodidact."

‘Muziek. Dauw op een galg’ door Hugo Claus

-Was hij een groot muziekliefhebber?

Marc Didden: “Ja. Muziek was altijd belangrijk voor hem: dat ging van de Everly Brothers tot Bach, van Barbara tot Cecilia Bartoli, van Thelonious Monk tot K3, van wie hij het liedje ‘Heyah Mama’ verwerkte in zijn filmscript voor ‘De Verlossing’.“

-Hij vertelde wel eens dat hij liever acteur had willen worden, dan schrijver. Wat denk jij dat hij het liefst deed?

Marc Didden: “Ik denk dat hij eigenlijk, en in die volgorde, het liefst wilde acteren, dan schilderen, dan cineast zijn om uiteindelijk schrijver te worden. Maar dat belette hem niet die andere disciplines uit te voeren.“

Licht en donker werden één/ de dag de nacht/ de nacht de dag/ duizelingen duisternissen/ woorden een versluierd gefluister/ 19 maart 2008/ hardvochtige dag/ even staat het stil in mijn hart/ kunnen woorden geen kant meer uit/ verstart de zee bij Oostende/ verstrakt het Vlaamse land/ bevriest de film/ verlammen de acteurs/ in hun opkomst en exit/ de taal bleef bij zijn sterfbed/ hoogachtend op afstand aanwezig/ en neemt hem nu voor altijd/ in haar woorden op/ en wij,/ ach Hugo lieve vriend/ blijf bij ons/ blijf bij de poëzie/ en bij dit land/ en rust naar je aard/ niet zacht
Remco Campert

’Bij de dood van Hugo Claus’, door Remco Campert

Marc Didden: “Prachtig gedicht. Vol verdriet en klasse.”

-Hoe heb jij de dood van Claus ervaren?

Marc Didden: “Ik had kort voor het zover was al opgevangen dat het slechte nieuws zou gaan komen. Je kan dus zeggen dat ik een beetje voorbereid was. Maar het heeft me toch diep getroffen. Toen heb ik gemerkt dat ik écht van hem hield. Dat ik het erg vond dat hij er voortaan niet meer fysiek zou zijn. Dat gevoel van liefde en gemis was de zuurstof voor de expo ‘Con Amore’.”

Gaat dat zien!

°De expo 'Hugo Claus. Con amore' loopt van 28 februari tot 27 mei. Info en tickets.

VRTNU VRTNU VRTNU